Hoofdtekst
Een man hadde eenen schat begraven, daer niemant van wist als sijn buyrman, die het heymelijck lichte. De man kreeg suspitie op hem. Dies quam hij verblijt op een morgen bij hem, seggende: 'Daer hebbe ick noch een plockjen bijeen vergaerd van 100 ducaten.' Hij, dit hoorende, bragt stillekens het gelt op de oude plaets, op hoop om die 100 ducaten mede te krijgen. De eygenaer quam na sijn spaerpot sien die hij wedervont ende fijntjes na sijn huys toe droegh.
Onderwerp
ATU 1617* - The Blind Man’s Treasure.   
Beschrijving
Een man had een schat begraven. Alleen zijn buurman wist waar het was, en hij haalde het in het geheim naar boven. De man vond dit verdacht, en hij zei vrolijk tegen zijn buurman dat hij nog eens 100 dukaten verdiend had. De buurman bracht de schat weer terug, in de hoop het extra geld ook te kunnen stelen, en de man groef zijn spaargeld weer op en bracht het naar huis.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
