Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

INZ00281

Een sage (internet), donderdag 19 augustus 2010

Hoofdtekst

In juni 1963 trouwden wij. Er was in die tijd bijna niet aan een huis te komen, dus gingen we op zolder wonen bij mijn schoonouders. Een paar weken later hadden we bij mijn schoonouders in de straat een huis. Het was van een vriend van mijn man geweest. Die mensen gingen verhuizen en zo hadden wij geluk, omdat ze wisten dat wij op zoek waren hadden ze ons ingeseind. Begin augustus gingen wij er wonen. Naast ons, op dezelfde trap, woonde een ouder stel, en die woonden daar al heel lang. De zolder was door tweeën gedeeld, ieder de helft. Uiteraard had je de helft boven je eigen huis. Op onze helft stond een kolenhok (in die tijd stookten we nog kolen) en een klein kamertje. In dat kamertje hadden we een gasstel en daar stond de wasmachine, dus dan kon ik daar het water koken en wassen. Aan de kant van de buren was een heel groot donker hok met houten spijlen en een slaapkamertje. Beneden in het woonhuis hadden we een voorkamer, een tussenkamertje en een achterkamer met een keukenhoekje. Die achterkamer zinde me al vanaf het begin niet, die diende tevens als slaapkamer. Ik was zwanger van ons eerste kind (Helen). We hadden toen nog geen tv, dus het was op donderdag naar de radio luisteren (hoorspelen) en voor de rest van de week spelletjes doen of lezen. Op een avond zaten we allebei te lezen. Ik zat het boek van Bram Stoker te lezen (Dracula). Wij hadden net een klein poesje van zes weken oud. Ik zat helemaal in het boek (spannend) en opeens sprong het poesje met alle 4 zijn pootjes wijd uit en een soort van gil, boven op mijn buik. Ik stond gelijk op tilt, en vlak daarna misschien 1 minuut, vlogen alle deuren open en we hoorden zware voetstappen op de zolder, die liepen van de trap naar ons kolenhok. Mijn man holde naar de zolder, en de buren kwamen ook kijken, die hadden het ook gehoord, maar er was niets of niemand te bekennen. We woonden er net 2 weken, toen ik werd opgenomen in het ziekenhuis, (zwangerschapsvergiftiging). Ik kwam niet eerder dan januari weer thuis, met Helen, dus van augustus tot januari was ik niet meer in het huis geweest, en mijn man, die hoorde ik nergens meer over. Nou toen ik weer thuis was begon het nog erger te worden. ’s Morgens waren we om half zes op, en dan hielp ik mijn man de deur uit, gaf Helen de eerste voeding, en dan ging ik nog even terug. ‘s Nachts moest ze ook een voeding omdat ze erg klein was. Dus dan ging ik nog even terug tot een uur of 8. Maar zover kwam ik bijna nooit. Dan werd ik wakker omdat de radio aanstond, terwijl ik zeker wist dat we hem uit hadden gedaan, dan weer stonden de gordijnen open, dan werd er op de deur getikt. Dus ik was altijd eerder op, en het liefst ging ik dan zo vroeg mogelijk naar mijn schoonmoeder. We gingen dan samen de boodschappen doen, ik was blij als ik weg kon het zinde me niets daar in huis. Toen Helen ongeveer zes weken was huilde ze de halve nacht. Ik had niet voldoende voeding meer in de borstvoeding, wel vocht maar er zat geen voeding meer in. Na weer een nacht van niet slapen, heb ik ze ten einde raad bij mij in bed genomen. Ik ben toen heel vast in slaap gevallen. Toen ik wakker werd was ik haar kwijt, ik was in alle staten, zocht het hele bed door, geen Helen.
Om één of andere reden keek ik onder het bed, en daar lag ze heerlijk te slapen in een dikke wollen deken gewikkeld, helemaal achter aan onder het bed. Ze kon daar onmogelijk zelf naar toe gegaan zijn, maar ik dacht niet verder, ik was blij dat ik ze gevonden had. Ik heb ze nooit meer bij me in bed genomen. Zo bleven er allerlei van dat soort dingen gebeuren, we waren bijvoorbeeld herhaaldelijk onze sigaretten en shag kwijt, en dan ook nooit meer terug kunnen vinden, terwijl dat bijna onmogelijk was, want alles werd altijd direct na het boodschappen doen op zijn plaats gelegd. De voetstappen op zolder bleven ook, en de radio, gordijnen en deuren bleven ook doorgaan. De buren naast ons, dat was ook een hel. Als er bij ons gebeld werd, deed zij open. Als we visite kregen, zei ze dat ze hun schoenen buiten uit moesten doen en dat ik op zolder met mijn tenen gaten in het zeil maakte aan haar kant, enzovoorts. enzovoorts. Ik kon niet aardig zijn tegen dat mens, overal werd ze kwaad om en dan ging ze schelden, ik kon geen goed doen. Zo gingen de jaren voorbij. Als ik al eens zei tegen mijn man dat ik het eng vond, dan zei ie; “ach joh, het is een oud huis en dan gaat hout uitwerken, en dat hoor je.” Ik wilde dat graag geloven, tegen beter weten in. We kregen nog twee jongens. We kregen ook te kampen met veel ziektes. De kinderziektes van de kinderen waren altijd erger dan bij andere kinderen. De jongste kreeg al met 2 maanden bronchitis. Helen had al, toen ze 18 maanden was, op sterven gelegen met paratyfus. Met 10 maanden moest ze al worden geknipt en een jaar later weer. Om over mijzelf maar te zwijgen, dan wordt het een heel boek. De buren naast ons gingen verhuizen, en vraag me niet waarom, maar we hebben toen dat huis er bij genomen, dus toen hadden we een héééél groot huis. En de hele zolder over het hele huis. Van het slaapkamertje van de buren maakten we een speelkamer voor de kinderen. We maakten een keuken boven op zolder, het woonhuis beneden van de buren werden slaapkamers en onze kant werd uitgebroken tot hele grote woonkamer. Als ik ging wassen op zolder nam ik de kinderen mee, ze konden dan spelen en ik had er gelijk oog op. Elke keer als ze de speelkamer in of uit gingen, dan deden ze dat door het zijraam. Als ik dan zei; “jongens, er zit een deur in”, dan kreeg ik altijd als antwoord; “nee, dat kan niet, er staat daar een man.” Ik kon zeggen dat het niet zo was, maakte niet uit, ze gingen gewoon door het raam. Wij hadden in die tijd ook een hond en de poes ook nog, en als we dan ‘s avonds tv zaten te kijken, lagen de hond en de kat diep te slapen, en dan opeens stonden ze op liepen naar de deur, de kat blazend en de hond grommend, en vlak daarna hoorde we boven de voetstappen. Elke keer ging mijn man gelijk naar de zolder, maar er was nooit iets te zien. En denk nu niet dat wij de enige waren die het hoorden, o nee, als we visite hadden gebeurde het ook en die hoorden het ook. En zo hebben we daar 16 jaar gewoond. We hebben 3 keer zware waterschade gehad, er viel een muntje uit het plafond (een halve cent), het hele plafond kwam naar beneden. We hadden net op tijd de kleinste weggetrokken (toen 3 jaar). En zo kan ik nog wel even doorgaan. De kinderen hadden een konijntje gekregen. Ik zette even de kooi met konijn op zolder. Binnen een uur was het beestje dood. Het huis werd afgebroken, we moesten gaan verhuizen (gelukkig). De meeste huizen moesten weg, dus de jonge jongens gingen in alle lege huizen lood en koper pikken want dat leverde geld op. En zo ook in ons huis. Ik kreeg van ze te horen;”wat had jij een eng huis.” Ze zijn er hard gillend uitgerend. Ze hebben nooit willen vertellen waarom. Als we het aan hen vroegen zeiden ze “nee laat maar.” Ze wilden er niet over praten.(Anonieme vertelster) *Het huis stond destijds in het Oude Westen van Rotterdam.

Onderwerp

SINSAG 0456 - Der Poltergeist im Hause    SINSAG 0456 - Der Poltergeist im Hause   

Beschrijving

De vertelster woonde in een oud huis waar vreemde dingen gebeurden. Deuren gingen open, de radio ging aan, dieren waren onrustig of gingen dood, de gordijnen gingen open, er werden voetstappen gehoord. Ook werd iedereen veel ziek. Het huis is nu afgebroken.

Bron

Ingezonden in de Nederlandse Volksverhalenbank van het Meertens Instituut

Commentaar

2010-08-19 15:27:42
De verteller heeft het verhaal van een anonieme bron in Rotterdam.
Der Poltergeist im Hause

Naam Overig in Tekst

Dracula    Dracula   

Bram Stoker    Bram Stoker   

Helen    Helen   

Naam Locatie in Tekst

Rotterdam    Rotterdam   

Plaats van Handelen

Rotterdam (Zuid-Holland)    Rotterdam (Zuid-Holland)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21