Hoofdtekst
Gerrit dreygde sijn wijf seggende: 'Ik sal nu niet meer kijven, maer soo ghij het meer doet soo sal ick u niet meer als een dragt geven, maer die sal goed sijn.' R. 'Dat hoope ick oock. Eendragt mag geen quaedt.' Hij wierde soo boos dat hij prompt sijne beloften naquam. Maer sij oock niet sot, goyde hem tang, rooster, stoelen etc nae sijn kop. R. 'Eendracht maeckt magt. Wij sullen sien of de blanckste billen niet sullen boven leggen.'
Beschrijving
Gerrit en zijn vrouw hadden ruzie. Hij dreigde haar met een zwangerschap [='een dragt'] als ze nog een keer zou kijven. Zijn vrouw zei toen dat eendracht goed was. Gerrit werd zo kwaad dat hij meteen zijn belofte wilde nakomen. De vrouw bekogelde hem toen met verschillende voorwerpen, en zei: "Eendracht maakt macht. We zullen zien wie dit spelletje wint [="of de blanckste billen niet sullen boven leggen"].
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Gerrit   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
