Hoofdtekst
Dosch hadde 4 schellingen versoopen en sprack van borgen, maer de waerdin was doof. R. 'Kom dan in dit huys hiernaest, ik sal daer 4 schellingen lenen.' Met als hij buyten quam, sette hij het op een recken. R. 'Wacht wat, hoor hier, Dosch.' R. 'Souw ik na uw maenen wachten, daer gij na mijn gelt niet hebt willen wachten?'
Beschrijving
Dosch had meer gedronken dan hij kon betalen, en de waardin wilde van borg niets weten. Hij zei dat hij bij de buren wel wat geld zou lenen, maar toen hij buiten was ging hij er vandoor. De waardin riep hem na, maar hij zei: 'Zou ik na uw roepen wachten, terwijl u niet op mijn geld hebt willen wachten?'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Dosch   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
