Hoofdtekst
Bij den ondersten Houtmolen vlak bij Venloo spookte vroeger ook alle nachten zoo’n vuurman. En hij eischte een cijns van de bevolking. De bewoners daar in de buurt moesten hem jaarlijks een kar zand, een paar blikken schoenen en zeven en een halven stuiver geven. Kreeg hij die niet, dan maakte hij het hun soms lastig. Ook was hij erop gesteld, dat men hem met rust liet en niet plaagde of kwelde. Daar kon hij allerminst tegen.
Dat ondervond een knecht van den bovensten Houtmolen die eens ’s avonds laat met z’n paard naar huis keerde.
Er lag daar een groote waterplas met ernaast heuvels en zandbergen.
De knecht zag op een van die heuvels een man staan. Hij dacht, dat het een zijner kameraden was, in den omgang wegens zijn zwaarlijvigheid “den dikke” genoemd.
Zoo riep hij hem toe: “Wel dikke, geef me ’s wat vuur!”
Het spook dacht aan bespotting en, niet van zins met zich te laten gekscheren, stoof hij op den argeloozen knecht toe om hem een gevoelige les te geven. Deze bemerkte nu aan de onstuimigheid, waarmee de ander op hem losstormde, dat hij zich deerlijk vergist had. Dus zette hij zijn paard in galop en reed zoo hard hij kon in de richting van den molen. Maar de vuurman joeg achter hem aan.
Gelukkig stond er een schuur bij het molengebouw open. De knecht schoot met z’n paard daarin en wierp zoo vlug hij kon de deur achter zich dicht.
Hierdoor ontkwam hij aan een groot gevaar. Want den volgenden morgen zag hij op den buitenkant der deur een koolzwarte hand afgeteekend. Als die hem aan den lijve getroffen had, was hij op z’n minst voor heel zijn verder leven ongelukkig geweest.
Op den vuurman te Arcen-Velden bestaat het volgend versje:
Van Arcen naar Velden trekt ’s nachts om twaalf uur
Een man die, een hiplicht gelijk, straalt van vuur.
En als hij dus ronddwaalt, verneemt men gesteen.
Hij jammert: “Waar leg ik den gloeienden steen?”
Laat stil hem voorbijgaan, of ’t gaat u niet goed,
Want reeds meer dan één ondervond zijne woed’.
Eens zei hem een snaak: “Maar leg hem dan neer!”
De vuurman, zoo rap als het weerlicht nu schoot
Ineens op hem aan, werd klein nu, dan groot.
Gelukkig had d’ ander drie kruisen gemaakt.
Zoo niet, ware hij om het leven geraakt.
Het eigenmachtig verleggen van grenssteenen, waardoor men zich onrechtmatig andermans land toeëigende, werd, volgens het volksgeloof, door het rondwaren van de ziel van den dief als vuurman gestraft.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Christendom   
Limburgsche   
Limburgse   
Arcen-Velden   
Naam Locatie in Tekst
Venloo   
Venlo   
Arcen   
Velden   
Plaats van Handelen
Venlo (Limburg)   
Arcen-Velden (Limburg)   
