Hoofdtekst
...
Ook onder de Germanen was dit bijgeloof zeer verbreid. Zoo wordt in de Volsungasaga verhaald, dat Sigmund en Sinfjotli eens een bosch ingingen op avontuur. Zij kwamen aan een huis, waar zij twee mannen slapende vonden. Die droegen zware gouden ringen, terwijl boven hun bed wolfshuiden opgehangen waren, Het bleken koningszonen te zijn, die door betoovering in weerwolven waren veranderd.
Slechts éénmaal in de vijf dagen konden zij voor den tijd van twaalf uren hun dierengedaante afleggen. Roekeloos trokken Sigmund en zijn makker de huiden aan, waarop zich aanstonds bij hen de wolvennatuur openbaarde. Hun akelig gehuil vervulde met schril geluid het bosch, en het eigenaardige was daarbij, dat zij elkaar in die taal verstonden en dus plannen konden beramen. Zij vermoordden en vernielden alles wat hun in den weg kwam en maakten zich aan de grofste uitspattingen schuldig. Ten slotte vielen zij zelfs elkander aan. Na een verwoed gevecht zonk Sinfjotli doodelijk gewond neer en stierf. Dat bracht Sigmund tot bezinning. Maar de daad was gepleegd en hij zag geen kans het onheil te verhelpen. Daar slopen opeens van onder de struiken twee wezels te voorschijn. Vinnig vlogen zij elkaar te lijf, totdat een van beiden bezweek. Nu verdween de overwinnaar in het dichte hout en keerde na eenige oogenblikken terug met een blad, dat hij den doode op de borst legde. Schielijk herleefde deze. Sigmund keek verwonderd toe. Een raaf, die over hem heen vloog, liet juist eenzelfde blad bij Sinfjotli’s lijk neerdwarrelen. Aanstonds raapte Sigmund dit op en legde het zijn gesneuvelden makker op de borst. Met hetzelfde gunstige resultaat. Want Sinfjotli herleefde. Beiden togen nu huiswaarts. Hun groen-lichtende oogen fonkelden fel in de duisternis van den nacht, en hun vervaarlijk gehuil joeg menschen en dieren schrik aan. Thuis gekomen rustten zij uit van den vermoeienden tocht, en den negenden nacht gleden hun de huiden van het lijf. Haastig verbrandden zij ze. Hierdoor was de betoovering voorgoed geweken. Hun wenschbede, dat de bekleeding niemand meer schaden zou, ging in vervulling.
Ook onder de Germanen was dit bijgeloof zeer verbreid. Zoo wordt in de Volsungasaga verhaald, dat Sigmund en Sinfjotli eens een bosch ingingen op avontuur. Zij kwamen aan een huis, waar zij twee mannen slapende vonden. Die droegen zware gouden ringen, terwijl boven hun bed wolfshuiden opgehangen waren, Het bleken koningszonen te zijn, die door betoovering in weerwolven waren veranderd.
Slechts éénmaal in de vijf dagen konden zij voor den tijd van twaalf uren hun dierengedaante afleggen. Roekeloos trokken Sigmund en zijn makker de huiden aan, waarop zich aanstonds bij hen de wolvennatuur openbaarde. Hun akelig gehuil vervulde met schril geluid het bosch, en het eigenaardige was daarbij, dat zij elkaar in die taal verstonden en dus plannen konden beramen. Zij vermoordden en vernielden alles wat hun in den weg kwam en maakten zich aan de grofste uitspattingen schuldig. Ten slotte vielen zij zelfs elkander aan. Na een verwoed gevecht zonk Sinfjotli doodelijk gewond neer en stierf. Dat bracht Sigmund tot bezinning. Maar de daad was gepleegd en hij zag geen kans het onheil te verhelpen. Daar slopen opeens van onder de struiken twee wezels te voorschijn. Vinnig vlogen zij elkaar te lijf, totdat een van beiden bezweek. Nu verdween de overwinnaar in het dichte hout en keerde na eenige oogenblikken terug met een blad, dat hij den doode op de borst legde. Schielijk herleefde deze. Sigmund keek verwonderd toe. Een raaf, die over hem heen vloog, liet juist eenzelfde blad bij Sinfjotli’s lijk neerdwarrelen. Aanstonds raapte Sigmund dit op en legde het zijn gesneuvelden makker op de borst. Met hetzelfde gunstige resultaat. Want Sinfjotli herleefde. Beiden togen nu huiswaarts. Hun groen-lichtende oogen fonkelden fel in de duisternis van den nacht, en hun vervaarlijk gehuil joeg menschen en dieren schrik aan. Thuis gekomen rustten zij uit van den vermoeienden tocht, en den negenden nacht gleden hun de huiden van het lijf. Haastig verbrandden zij ze. Hierdoor was de betoovering voorgoed geweken. Hun wenschbede, dat de bekleeding niemand meer schaden zou, ging in vervulling.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Twee vrienden veranderen door het aantrekken van wolfshuiden in weerwolven. Ze moorden en doden, tot uiteindelijk de één de ander doodt. Door het leggen van een blad op de borst van de dode herleeft deze. Ze trekken naar huis waar in de negende nacht de huiden van hun lichamen glijden. Na het verbranden van de huiden is de betovering verbroken.
Bron
J. Kleijntjens, H.H. Knippenberg. Limburgsche sagen. Uit droom- en fantasiewereld I. Leiden 1923, p. 30-32 (30-38).
Commentaar
1923
De tweede verteller is Kleijntjens, J.
Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)
Naam Overig in Tekst
Volsungasaga   
Sinfjotli   
Sigmund   
Germanen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
