Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BJANSS078 - De weerwolf van Bladel

Een sage (boek), 1978

Leonardo_Diffusion_XL_a_realistic_photograph_of_a_scare_werewo_0.jpg

Hoofdtekst

Een knecht van een boer uit Bladel had verkering met een meisje uit hetzelfde plaatsje. Toen ze eens een vrije dag hadden gingen beiden een dagje naar een ander dorp. Ze gingen ’s morgens al vroeg weg en maakten er een mooie dag van. Tegen de avond keerden ze weer naar hun dorp terug.
Maar onderweg kreeg de knecht plotseling de lust om voor weerwolf te spelen. Want deze knecht bezat de gave zich in een weerwolf te veranderen.
Zijn meisje wist dit niet. zij mocht het ook niet weten, want dan zou ze ongetwijfeld de verkering uitmaken. Daarom zon hij op een middel om het meisje weg te krijgen. Toen ze voorbij een boerderij kwamen schoot hem opeens een goed idee te binnen.
‘Ga maar vast door naar huis,’ zei hij tegen het meisje. ‘Ik moet nog even bij deze boer zijn. Loop maar langzaam, dan haal ik je wel in.’ Het meisje vond dat maar gevaarlijk, zo alleen naar huis te gaan en dat zei ze ook tegen haar vrijer. Ze ging liever met hem mee naar die boer.
Maar de jongen wilde daar niets van weten en zei dat ze moest doen wat hij zei. ‘En,’ voegde hij eraan toe, ‘als je soms een kwade hond tegenkomt, wees dan maar niet bang en gooi hem mijn zakdoek toe. Terwijl de hond dan met de zakdoek bezig is, kun je makkelijk weglopen.’
Zonder ook maar de minste argwaan vervolgde het meisje alleen haar weg. Maar langzaam lopen deed ze niet, integendeel, ze liep zo snel mogelijk door om maar gauw thuis te zijn. Maar al spoedig werd ze opgehouden door een vervaarlijk uitziende hond die met vurige groene ogen en met blikkerende tanden op haar afkwam. Dadelijk nam nu het meisje de zakdoek van haar vrijer en wierp deze naar het ongure beest. Het dier nam de zakdoek tussen zijn tanden. Natuurlijk was die gevaarlijke hond de knecht die zich in een weerwolf veranderd had. Het meisje wist die echter niet en rende zo vlug mogelijk naar huis.
Ondertussen wad de hond bezig de zakdoek te verscheuren. Toen hij de zakdoek helemaal verscheurd had, verbrak ook de betovering en kreeg hij zijn menselijk gestalte weer terug.
De jongen haastte zich om zijn meisje in te halen. Na een klein halfuurtje rennen, gelukte hem dit ook, zij het dat hij buiten adem was toen hij haar bereikte. Toen hij uitgehijgd was vertelde het meisje van haar avontuur met de hond. De jongen zei: ‘Zie je wel, dat hij niets doet als je hem een zakdoek toewerpt!’
Toen ze samen een poosje later hun boerderij binnenstapten, vertelde het meisje aan de boer wat ze beleefd had. Natuurlijk werd het voorval daar druk besproken.
Toen het avondeten werd opgediend en alle knechten en meiden rond de tafel zaten, zagen ze tussen de tanden van de knecht vezels van een verscheurde zakdoek zitten. Direct brachten zij dit in verband met het verhaal dat het meisje verteld had en zo kwam alles aan het licht.
Nu moet gezegd worden dat de knecht, als hij in zijn gewone doen was, een aardige kerel was en niemand wilde hem daarom beschuldigen. Maar toch zocht men naar een middel om hem van zijn weerwolfkunsten te verlossen. Daarom gingen ze op zekere dag naar de paters van Hei-Tongeren, misschien wisten die er wel raad op.
En dat wisten ze. Ze stuurden een pater mee naar het dorp. Onderweg vertelde de pater wat er gebeuren moest. Hij legde hen ook uit hoe iemand zich in een weerwolf kon veranderen. ‘Kijk,’ zei hij, ‘de weerwolven beschikken over een riem, die ze omdoen als ze zich willen veranderen. Als men die gordel kan bemachtigen en daarna verbrandt, dan lijdt de man tijdens het verbranden wel hevige pijnen, maar heeft daarna geen lust meer om voor weerwolf te gaan spelen. We moeten,’ zo ging de pater verder, ‘de knecht voor een boodschap wegsturen en terwijl hij weg is, de riem zien te vinden om die te verbranden.’
Zo gezegd, zo gedaan. De knecht werd voor een boodschap weggestuurd en naarstig zocht men naar de riem, die inderdaad gevonden werd en wel in de slaapkamer van de jongen. Nu werd de oven gloeiend gestookt en toen het vuur aan alle kanten hoog oplaaide werd de riem erin geworpen. Alle knechten en meiden stonden eromheen en keken toe.
Op het hetzelfde moment dat de riem begon te branden kwam de man wild schreeuwend naar binnen gerend en snelde naar de oven. Zonder na te denken wilde hij zich in de vlammen werpen om de riem uit het vuur te halen. Maar de omstanders grepen hem vast en hielden hem tegen. Ze hielden de knecht net zo lang in bedwang tot de riem geheel door het vuur verteerd was.
Toen de gordel geheel was opgebrand, kreeg de knecht zijn kalmte terug en sinds die tijd was hij voorgoed bevrijd van het weerwolf spelen.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)    SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   

Beschrijving

Een boerenknecht gaat een dagje op stap met zijn meisje. Op de terugweg voelt hij sterk de drang weerwolf te spelen en hij stuurt zijn meisje vast vooruit. Als weerwolf komt hij haar weer tegen, en ze gooit hem zijn zakdoek toe om hem bezig te houden. Hij verscheurt de zakdoek en verandert weer in een mens. Aan het avondeten worden zakdoekvezels tussen zijn tanden ontdekt. Om hem van de betovering te verlossen schakelt men de hulp in van de paters. Ze moeten de weerwolfriem van de knecht vinden en verbranden. Dit gebeurt en de knecht is bevrijd van de betovering.

Bron

B. Janssen: Het Dansmeisje en De Lindepater – Sagen en legenden uit Kempen, Meierij en Peel. Maasbree 1978, p.95-98.

Commentaar

1978
Das zerbissende Tuch. & SINSAG 0824 Die verbrannte Haut. (Gurt, Halsband).

Naam Overig in Tekst

Hei-Tongeren    Hei-Tongeren   

Naam Locatie in Tekst

Bladel    Bladel   

Plaats van Handelen

Bladel (Noord-Brabant)    Bladel (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20