Hoofdtekst
Van alle bovennatuurlijke wezens was de weerwolf wel het onverdraaglijkst. Heksen, spoken en duivels konden wild te keer gaan, maar de weerwolf was een echt, zij het ongevaarlijk, plaagbeest. Heel wat wandelaars kregen wel eens met hem te doen. Als men over de hei of door de bossen wandelde, kon hij je onverwachts op je rug springen, met volle geweld, en niemand, hoe sterk ook, kon hem afschudden.
Zo was er eens een man uit Best, die op een mooie zomeravond van Liempde, waar hij op bezoek geweest was, naar huis terugging. Toen hij op de grens van Liempde en Best kwam zag hij op enkele meters afstand een grote zwartharige hond staan. Hij wilde net doen of hij het dier niet zag en liep gewoon door. Maar nauwelijks was hij de hond voorbij of het dier sprong hem op de rug.
Nu wist de man uit Best genoeg. Ongetwijfeld had hij met een weerwolf te doen. Hij wilde de hond van zich afschudden, maar dat kreeg hij niet klaar. Toen wilde hij zijn mes nemen, maar daar was geen kwestie van. De weerwolf hield hem zodanig omkneld, dat hij geen vin verroeren kon. Dus worstelde hij langzaam vooruit, met het gevaarte op zijn rug van links naar rechts over de weg slingerend. Hij zweette over zijn gehele lichaam en de harige huid van de wolf kriebelde hem onaangenaam.
Eindelijk kwam hij bij een boerderij aan en dacht: ‘Daar moet ik zien binnen te komen.’
Op hetzelfde moment dat hij dit dacht sprong de hond van zijn rug en verdween in de duisternis. De man heeft nog uren rillend bij de boer gezeten, alvorens hij zijn weg naar Best durfde te vervolgen.
Zo was er eens een man uit Best, die op een mooie zomeravond van Liempde, waar hij op bezoek geweest was, naar huis terugging. Toen hij op de grens van Liempde en Best kwam zag hij op enkele meters afstand een grote zwartharige hond staan. Hij wilde net doen of hij het dier niet zag en liep gewoon door. Maar nauwelijks was hij de hond voorbij of het dier sprong hem op de rug.
Nu wist de man uit Best genoeg. Ongetwijfeld had hij met een weerwolf te doen. Hij wilde de hond van zich afschudden, maar dat kreeg hij niet klaar. Toen wilde hij zijn mes nemen, maar daar was geen kwestie van. De weerwolf hield hem zodanig omkneld, dat hij geen vin verroeren kon. Dus worstelde hij langzaam vooruit, met het gevaarte op zijn rug van links naar rechts over de weg slingerend. Hij zweette over zijn gehele lichaam en de harige huid van de wolf kriebelde hem onaangenaam.
Eindelijk kwam hij bij een boerderij aan en dacht: ‘Daar moet ik zien binnen te komen.’
Op hetzelfde moment dat hij dit dacht sprong de hond van zijn rug en verdween in de duisternis. De man heeft nog uren rillend bij de boer gezeten, alvorens hij zijn weg naar Best durfde te vervolgen.
Onderwerp
SINSAG 0801 - Werwolf lässt sich tragen.   
Beschrijving
Een weerwolf, een ongevaarlijk plaagbeest, in de vorm van een grote zwarte hond die onverwacht op de rug van mensen springt, niet af te schudden is en plotseling weer verdwijnt.
Bron
B. Janssen: Het Dansmeisje en De Lindepater – Sagen en legenden uit Kempen, Meierij en Peel. Maasbree 1978, p.99.
Commentaar
1978
Werwolf lässt sich tragen.
Naam Locatie in Tekst
Best   
Liempde   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
