Hoofdtekst
Ja, daar in de Oorschotsche hei moeten toch wel van die kleine 'mennekes' met hunne lange, volle baarden gehuisd hebben. Een voerman, uit Strijp van Den Bosch komende, heeft 'r ook zoo'n 'karweike' gehad. 't Is lang geleden, al van uit den tijd der kaboutermannekes natuurlijk, en de voerman is - even natuurlijk - ook al lang dood en begraven.
Met zijn loggen wagen dan hotste en botste de goeie man voort in de richting van Strijp. Hij had Oorschot al achter den rug en naderde door den heikant allengs zijne woonplaats. Hoewel donker, was 't toch nog niet heel laat, en heel koud, ook niet. De man ging tot tijdverdrijf "ns aanstoke'. Hij klopte 't neuswarmertje op de vlakke hand uit, haalde zijne tabaksdoos, 'n groote koperen, voor den dag, stopte op, sloeg vuur in z'n tonderdoos en smakte 'n paar groote, blauwe rookwolken met welgevallen de lucht in. Met wilde hij voortgaan. Wat was dat? Hoorde hij daar niet roepen? 'Boer, hui!' Hij ziet om, doch bemerkt niets. De stem herhaalt:'Boer hui! als ge 't avond thuis komt, dan zeg, dat Jertjen Aartjes dood isf'-
Ik zal u maar gauw zeggen, dat de boer verder zonder ongeval of hindernis behouden thuis kwam, en hoewel moe en mat, verzorgde hij nog eerst z'n paard en viel toen met hongerige maag op z'n schotel 'erpel' aan. Daarna, in afwachting op z'n bord 'mälk', vertelde hij z'n 'aventuurke van in de haai'. Maar kijk, nauwelijks had hij 't voorval verhaald en waren de huisgenooten nog stom van verbazing, of er riep eene stem uit de diepte: 'Mar Sjenne Marikus, als dat waar is, - daar dan ligt m'n lepelken.' Men zag elkander vragend aan. Die stem kwam uit den kelder. Daar alles nu verder stil bleef, deed de boer den voorslag naar beneden te gaan zien. Aangenomen! Hij zelf verstoutte zich voor te gaan met 'n licht.
De kelderdeur werd met 'n kloppend hart geopend. Schoorvoetend volgden de huisgenooten den boer, die, voorzichtig rondziende, den trap afklom om mogelijk bij het minste verdacht geritsel terug te spoeden. Niets zag men bij 't flauwe schijnsel van 't walmend olielampje. Niets? En daar dan - daar - in den "hoek? Licht eens bij. Wat is dat? Een lepeltje, 'n snoeperig, klein, metalen lepeltje in den pot met melk. 't Kaboutervrouwtje was bezig geweest den 'zaan' (room) van de melk te scheppen.- Nu was 't raadsel meteen opgelost, waarom men bij dezen boer zoo weinig boter karnen kon, en 't vrouwtje schijnt al sinds geruimen tijd den 'zaan' van de melk geschept te hebben. In 't vervolg ging 't toch wat beter met 'butteren' bij dien boer.
Onderwerp
SINSAG 0070 - Erddämonen stehlen Speisen und Trank   
Beschrijving
Bron
Motief
F451.5.2.2.2 - Dwarfs steal food and drink.   
F451.3.4.7 - Dwarfs churn.   
F271.7 - Fairies churn.   
Commentaar
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
TNG I: 66-67. Bewerking: Sinninghe 1933: 26 (no. 30), 1964: 25. 8.S70.1, S101.7.
Naam Overig in Tekst
Oorschotse   
Jertjen Aartjes   
Sjenne Marikus   
Naam Locatie in Tekst
Strijp   
Den Bosch   
Oorschot   
Plaats van Handelen
Strijp (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L227p   
