Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0004 - 1.4. Kaboutermannetjes

Een sage (boek), 1883

Hoofdtekst

1.4. Kaboutermannetjes
Bij dien boer op 't 'Ven', van wien ik in mijn tweede vertelsel sprak, hadden de Kabouters dan toch geen voordeel aangebracht, zult ge mij mogelijk tegenwerpen om den goeden dunk, dien ik van 't Kaboutervolkje heb, te logenstraffen. Maar merk dit wel, 't zullen zeker wel gierige, hebzuchtige menschen geweest zijn bij dien boer, die voor hun evenmensch nooit iets overhadden en zoo iets konden de Kabouters volstrekt niet dulden; geen schraapzucht, geen gierigheid. Dan kwamen ze en namen geducht wraak. Maar daarover wilde ik nu juist niet spreken. 'k Heb iets anders te vertellen.
Ge hebt mogelijk nooit geweten, dat 'r ook 'Kaboutervrouwtjes' waren; maar nu zult ge daarvan ook wel overtuigd zijn. Wel vond men in dien bewusten kelder niets dan een lepeltje en een pot met melk, maar 't leed geen twijfel, aan de stem hadden de huisgenooten toch goed gehoord, dat 't een vrouwestem was en ten andere - den 'zaan' van de melk scheppen is vrouwewerk. Maar ik zal 'r u nog meer van verhalen, dan weet ge, uit 't geen volgen gaat, meteen, van waar die groote kringen komen in de wei, net alsof 't gras daar was platgeloopen. Maar ge moet vroeg uit de veeêren zijn om ze te kunnen zien. De Kaboutervrouwtjes dan zag men altijd netjes in 't wit. Ze heetten daarom ook wel 'Witjes' of 'de Witten'. Wel nu, wie in Strijp niet heelemaal vreemdeling is, kent zeker het Nijthuis (Nieuwhuis), eene boer- derij, gelegen aan den grooten weg door 't dorp. De bewoners van 't Nijthuis hoorden herhaalde malen 's nachts de staldeuren opentrekken en weer dichtgooien. Dan was 'r op 't erf een herrie van belang en de boer werd vaak in zijn slaap onaangenaam gestoord. Dat verdroot hem dan natuurlijk en ofschoon hij al eens meermalen was opgestaan en met de blauwe 'pinmuts' op 't hoofd, om geen 'kaauw' te vatten, naar buiten was gaan zien, - bij den stal zag of hoorde hij nooit iets, maar verder - verder - daar achter in de weide, daar zag hij dan 'de Witjes' in een kring dansen hand aan hand en hoorde hij ze duidelijk zingen:
Als de vrouwtjes wisten,
Wat de Witten weten,
Ze zouden heur handen niet wasschen
In een hangenden ketel.
En dan ging de boer weer naar binnen; want zoo heel gerust durfde hij niet blijven staan 's nacht in den maneschijn als de 'Witjes' dansten. Ge weet - de man was bang voor 'n kaauw!

Onderwerp

SINSAG 0070 - Erddämonen stehlen Speisen und Trank    SINSAG 0070 - Erddämonen stehlen Speisen und Trank   

Beschrijving

Kabouters brengen geen voordeel bij mensen die gierig zijn. Er zijn ook kaboutervrouwtjes, want room van de melk scheppen is vrouwenwerk. Kaboutervrouwtjes dansen zingend 's nachts in een kring in het gras, maar zijn alleen in de verte zichtbaar.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 17-18

Motief

F451.6.3.4 - Dwarf dances.    F451.6.3.4 - Dwarf dances.   

F261.3 - Other locations of fairy dancing.    F261.3 - Other locations of fairy dancing.   

F261 - Fairies dance.    F261 - Fairies dance.   

F482.5.1 - Brownies dance.    F482.5.1 - Brownies dance.   

Commentaar

1883
Motieven: F451.6.3A Dwarf dances; F261.3 Other locations of fairy dancing; vgl. F261 Fairies dance, F482.5.1 Brownies dance.
TNG I: 83-84. Bewerking: Sinninghe 1933: 29 (no. 35), 1964: 28. S.S92.1.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Erddämonen stehlen Speisen und Trank (beim plötzlichen Abzug bleibt ein Gegenstand zurück & SINSAG 0303 Tanz der Weissen Frauen

Naam Overig in Tekst

Kabouter    Kabouter   

Kaboutervolkje    Kaboutervolkje   

Witjes    Witjes   

Nijthuis    Nijthuis   

Nieuwhuis    Nieuwhuis   

Naam Locatie in Tekst

Ven    Ven   

Witten    Witten   

Strijp    Strijp   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20