Hoofdtekst
Te Zand-Oerle, het meergenoemde lievelingsoord van heksen en
spoken, toog een wildstrooper in de schemering uit om een haas te schieten. Al spoedig kreeg hij er een onder schot; doch het geweer weigerde. Hij maakte zich gereed om opnieuw aan te leggen, maar telde nu vier, zes, acht, vervolgens tien, vijftien, twintIg hazen, terwijl door een slop in de heg nog altijd andere kwamen aanloopen 'net lèk 'n percessie'. De strooper begreep, dat de zaak niet pluis was en zette het op een loopen. Des anderendaags ging het schot de eerste maal af, zonder dat hij een dubbeltje op 't geweer geladen had.
N.B. Men geloofde hier namelijk vroeger, dat, als men zilver bij de lading voegt, het geweer nooit weigert zelfs niet als men op eene heks schiet!. Eene soortgelijke geschiedenis hoorde ik in Neeritter (Limburg). Een loerjeeger (loerjager = een jager, die op den loer ligt = strooper) lag in 't kreupelhout met zijn snaphaan naast zich te wachten, tot een haas z'n koet (zijn leger) zou verlaten. Terwijl hij zoo in 't schemerdonker zit te wachten, verschijnt plotseling vlak voor hem, op een pas of zes afstands, een groote haas, die den loerjeeger doodeenvoudig blijft aanstaren, hem de vraag doet: 'zen d'angere-n al langs?' (zijn de andere al voorbij gegaan?) en daarna dood bedaard voortspringt. Of de jager ook schrok! Dat hij dien avond niet langer meer oppe loor bleef liggen, begrijpt ge best.
Onderwerp
SINSAG 0341 - Die vermehrten Hasen: wenn der Jäger (Wilderer) auf einen schiesst, zeigen sich viele.
  
Beschrijving
Bron
Motief
B211.2.6 - Speaking hare (rabbit).   
G229.4 - Invulnerability of witches.   
G225.0.4 - Bullets will not harm witch’s familiars.   
G303.4.8.11 - Devil in animal form cannot be hit by bullets.   
G265.8.3.1.1 - Gun bewitched so that it will not hit target.   
Commentaar
NA 1889: 188-189. Bewerking Sinninghe 1933: 77-78 (no. 106), 1964: 62, 1978b: 59; Rijken 1975a. S.S341.3.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Naam Overig in Tekst
Zand-Oerle   
Naam Locatie in Tekst
Oerle   
Neeritter   
Plaats van Handelen
Zand-Oerle (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L224p   
