Hoofdtekst
Uit de troebele bron van onkunde opgeweld, leeft het geloof aan heksen en spoken in deze streken nog steeds voort, ofschoon slechts in 't verborgene en meest onder de lagere volksklasse.
Godsdienst en beschaving hebben veel, zeer veel, doch nog niet alles kunnen uitroeien. Ds. Hanewinkel, die op zijne 'Reize door de Majory' zeker een zwarten bril heeft gedragen, had niet veel op met 'derselver bewooners', die als bedolven liggen onder het domste en kwaadaardigste bijgeloof. Zijn ambtgenoot, de geleerde Martinet, die zijn gewest en zijne gewestgenooten in een heel wat gunstiger daglicht stelt, had een open oog en oor voor het vele schoone en goede wat Hanewinkel in zijn booze luimen zeker vergeten heeft te zien en te hooren. Doch al is de man niet van grove overdrijving vrij te pleiten, wij mogen gerustelijk aannemen, dat in dien tijd (1799) het bijgeloof als een onkruid - taai van leven - hier diep had wortel geschoten en er nog welig tierde. 'Het bijgeloof en de schrik,' zegt Hanewinkel in zijne brieven, 'voor spoken, heksen, weerwolven, toveryen enz., is ontzaglijk sterk in de Majory en 'er is geen dorp of 'er vertoont zich volgens voorgeeven der inwooners het een of ander spook en zy zullen 's avonds nimmer over een kerkhof gaan, tenzy is de grootste noodzaakelijkheid en dan nog tekenen zy zich van te vooren met het teken des kruis; want hier is het, dat de geesten en spooken, vooral 's nachts om twaalf uuren, vry hof houden.'
Van wat er tegenwoordig nog rest van het geloof aan hekserij heb ik een en ander voor de wetenschap der folklore trachten te redden, ofschoon niet zonder moeite. De menschen zijn kregel op dat punt. Zij gelooven, maar willen 't zich zelven niet bekennen: daardoor zijn ze terughoudend en zwijgen liefst over 'zo'n dinge'.
Eene heks is altijd eene vrouw, gewoonlijk eene oude en van een min gunstig uiterlijk. Onder den schijn van vriendschap bezoekt zij uw huis, streelt de kinderen en geeft ze lekkers, vooral appels, peren of ander fruit. Eten de kinderen er van, dan is 't wis en zeker, dat ze gaan kwijnen, tering krijgen en sterven, tenzij men intijds 'raad heeft geschaft'. Ook het vee op stal wordt vaak behekst. De koeien geven dan geen melk meer of de melk wil niet 'butteren'; varkens, paarden, pluimgedierte, alles wat van de kwade hand geraakt is, kwijnt en sterft langzaam, doch zeker. Zoo gaan dan de zaken achteruit en vele huisgezinnen zijn aldus tot den bedelstraf gebracht. In Mierlo wijst men u nog eene boerderij aan, welker bewoners destijds doodarm zouden geworden zijn, had de eigenaar hun de geheele pacht niet geschonken; - en dat alles ter oorzake van de kwade hand. Misgewas op 't veld zelfs wordt op rekening gesteld van de kwade hand. Niet zelden ook worden de bewoners zelven als door eene onzichtbare hand omhoog getrokken. Ook schijnen de heksen er vermaak in te vinden manen en staart van de paarden zoodanig in de war te brengen, dat er niets anders meer opzit, dan de schaar er door te halen en het paard van een schoon sieraad te berooven.
Om te weten of eene vrouw eene heks is, moet men haar achterna gaan en den voet dwars zetten in haren voetstap, zoodanig dat er een kruis ontstaat; als op dat oogenblik het wijf omkijkt, is zij bepaald eene heks. 't Schijnt echter raadzaam te zijn de heks niet te na op de hielen te volgen; althans men verhaalt, dat het volgende te Aalst heeft plaats gehad. Iemand wilde door genoemd middel beproeven of eene vrouw, die in 't dorp als heks te boek stond, dat ook werkelijk was. Daarom ging de persoon haar achterop, toen zij met een vollen emmer water aan de hand van den 'gemeentsput' huiswaarts keerde. De man zette den voet dwars over den voetstap der vrouw; deze ziet oogenblikkelijk om en geeft met den gevulden emmer den vermetele zoo'n klap om de ooren, dat hij buitelde en zoo spoedig mogelijk, heelemaal bemodderd, het hazenpad koos, de stellige overtuiging meenemende dat 't wijf werkelijk eene heks was. Ook kan eene heks de kerk niet verlaten als 't misboek blijft open liggen. Zoo had een misdienaar te Geldrop eens, uit onvoorzichtigheid of met opzet, vergeten na de mis het nog open liggende boek te sluiten en weg te dragen. Eene heks, toevallig in de kerk aanwezig, kon er niet uit en hoe lang zij heeft moeten blijven, weet ik niet, maar wel werd mij verteld, dat zij 's anderendaags geducht kwam wraak nemen in 't huis van den misdienaar, door den jongen herhaalde malen met de haren tegen de zoldering op te trekken.
In Limburg gelooft men, dat eene heks de kerk niet uit kan, als men eene kruisduit legt vóór, op of onder den dorpel der kerkdeur (liefst er onder om onzichtbaar te zijn). En wildet gij u dan in de kerk gaan overtuigen, welke vrouw de heks was, ge zoudt haar zien zitten met een byenkorf over 't hoofd.
Als kinderen op straat iets vinden, b.v. eenen appel, eene peer of snoeperij, mogen zij dit niet opeten, zonder vooraf te zeggen: 'in den name Gods' en daarbij zelf een kruisteeken te maken of een kruis te trekken over het gevondene, want 't gebeurt vaak, dat zulke dingen door heksen worden neergelegd, om kinderen in hare macht te krijgen. Als een kind ziek is en men vermoedt, dat 't van de kwade hand is geraakt, moet men 't bed of de peuluwen van binnen nazien. Vindt men daarin kransjes, poppetjes of ander speelgoed, dan is 't vermoeden gegrond en het kind is onder den invloed der kwade hand. (Ge begrijpt, dat bij slordige huismoeders zulke dingen in de peuluwen geene zeldzaamheid zijn.)
In vele gevallen was er toch ook 'raad te schaften', zooals ik boven reeds zeide. Er bestonden heksenmeesters; men noemde priesters en kloosterlingen, die raad konden geven om de macht der kwade hand te bezweren, de heks bekend te maken of om de ziekte bij menschen of huisdieren op een ander dier over te brengen. Hier volgen een paar sprookjes, uit den mond van 't volk opgeteekend.
Beschrijving
Bron
Motief
G263.4 - Witch causes sickness.   
G265.4 - Witches cause disease or death of animals.   
G265.9 - Witches ruin crop.   
G265.3 - Witch rides horse at night.   
G273.7 - Objects driven into tracks of witch immobilize her.   
G259 - Witch recognition--miscellaneous methods.   
G256* - Witch recognized by placing object at threshold or above door. Witch cannot enter or leave until object is removed.   
G272 - Protection against witches.   
G273.5.a   
G273.1 - Witch powerless when one makes sign of cross.   
G271.4.1.LJ   
Commentaar
of witch immobilize her; G259 Witch recognition; G256* Witch recognized by placing object at threshold or above door: witch cannot enter or leave until object is removed; G272 Protection against witches; G273.5.a Witch cannot step over cross of any kind; G273.1 Witch rendered powerless when one makes sign of cross; vgl. G271.4.l.LJ Breaking spell by boiling feather crowns from pillow of sick person.
NA 1891: 431-433. Bewerking fragmenten: Sinninghe 1933: 97 (no. 137, 138), 99, 101 (no. 145), 106. S.S542.3, S641.1, S643.1.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Naam Overig in Tekst
Hanewinkel   
Reize door de Majory   
Meijerij   
Gods   
Naam Locatie in Tekst
Martinet   
Mierlo   
Aalst   
Geldrop   
Limburg   
