Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0027 - 1.27. Heksen en de kwade hand

Een sage (boek), 1891

Hoofdtekst

1.27. Heksen en de kwade hand
Langen tijd voor dezen woonde in 'Het Hooghuis' te Woensel, dicht bij de nieuwe kerk, een boer, die tevens brouwer was. Zijn huis was een gezellig rendez-vous voor lieden uit 't dorp, die onder aangenamen kout 'bij den vuurherd' van een potje bier hielden. Vooral in de winteravonden trof men er dan ook steeds gezelschap aan 'om te buurten'. Kreeg men trek in een potje gerstenat, de brouwer had steeds voorraad in zijn kelder en ... 'bovens best'. Maar ge diendet wel op te passen uw potje niet op de steenen te zetten bij den 'herd', zooals de dorpelingen dat gewoon zijn te doen, om 't bier warm te maken. Hoe voorzichtig ge 't ook neerzettet, altijd viel 't potje onverwacht om en was 't bier 'vermorst'. Ook vertelde men, dat 't vaker gebeurde, dat de koeien van den boer-brouwer op "t schelft' in plaats van op stal stonden vastgebonden - en nog andere fraaiigheden - meer dan genoeg om den man in de stellige overtuiging te doen verkeeren dat er eene kwade hand in 't spel was. Daarom besloot hij dan ook, zijn knecht in 't geheim naar Uden te zenden, waar destijds, naar men zeide, een pastoor woonde, die in zulke gevallen raad gaf. De knecht reed er los te paard heen en, ofschoon de afstand niet meer dan vijf uur bedraagt, deed hij er wel tien over en was zijn paard sterk bezweet en dood af. Dicht bij Uden reed eensklaps in snelle vaart een rijtuig over zijn hoofd heen in de richting van 't dorp. Toen eindelijk de knecht bij den pastoor aankwam, scheen deze reeds van de zaak te weten en zeide hij den knecht, dat de vrouw des huizes de heks was, die van alles de schuld droeg, doch - dat zij eerstdaags sterven zou en alles dan wel weer zijn geregelden gang zou gaan. De knecht kwam behouden bij zijn baas terug, wien hij trouw verslag van de reis deed, en inderdaad - weinige dagen later gebeurde, wat voorzegd was: de vrouw overleed. Op 't zelfde oogenblik, dat zij stierf, was 't zoo stil in de natuur, dat geen blaadje bewoog en toch zag men, zonderling genoeg, alle vlierboomen in den tuin bewogen als door een sterken wind. Van nu af ging alles in huis weer zijn geregelden gang en toen, kort na den dood zijner vrouw, de brouwer 'den herd' liet opbreken om hem eene noodige reparatie te doen ondergaan, kwamen van onder de steenen eene menigte afzichtelijke padden uitkruipen. Ook de kinderen, uit het huwelijk van den brouwer geboren, waren allen verminkt. Van elke hand waren de vingers aan elkaar gegroeid.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Boer stuurt knecht naar pastoor om raad voor onverklaarbare zaken die gebeuren, zoals omvallen van potten bier, vee dat losgemaakt wordt. Tijdens de rit rijdt er een rijtuig over het hoofd van de knecht, de reis duurt veel langer, en de pastoor is van alles op de hoogte. Hij zegt dat de vrouw van de boer de schuldige is en voorspelt dat zij spoedig sterft. Op het moment dat de vrouw sterft bewegen alle vlierbomen, hoewel alles stil is. Daarna zijn er geen problemen meer. Als de boer de vloer laat openbreken komen padden tevoorschijn. De vingers van de kinderen zijn aan elkaar gegroeid.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 33-34

Motief

G283.1 - Witch raises winds.    G283.1 - Witch raises winds.   

D2142.1 - Wind produced by magic.    D2142.1 - Wind produced by magic.   

G265.8.1.1* - Witch bewitches food in house.    G265.8.1.1* - Witch bewitches food in house.   

G225.4 - Toad as witch’s familiar.    G225.4 - Toad as witch’s familiar.   

Commentaar

NA 1891: 434-435. Bewerking Sinninghe 1933: 103-104 (no. 148), 1964: 109-110.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.

Naam Overig in Tekst

Het Hooghuis    Het Hooghuis   

Naam Locatie in Tekst

Woensel    Woensel   

Uden    Uden   

Plaats van Handelen

Woensel    Woensel   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20