Hoofdtekst
1.32.
Men verhaalt, dat er even buiten Son in vroeger tijd des avonds dlkwijls eene kat gezlen werd, die op den slagboom van eene wei zat. Waagde 't iemand met een stok ernaar te slaan dan zei poes dreigende: 'doeget nog is eens!' En 'wie 't'm durfde staan' ten tweede male naar de kat te slaan, kon verzekerd zijn onmiddellijk door een tiental van hare natuurgenooten omsingeld en erbarmelijk toegetakeld te worden. De meesten echter 'stonden 't'm niet langer' als zij hoorden, dat poesje spreken kon, maar zagen dat ze wegkwamen en zij, die er wel eens van gehoord en noolt iets gezlen hadden, gingen liever een half uur om dan den nootlottigen slagboom te passeren.
Men verhaalt, dat er even buiten Son in vroeger tijd des avonds dlkwijls eene kat gezlen werd, die op den slagboom van eene wei zat. Waagde 't iemand met een stok ernaar te slaan dan zei poes dreigende: 'doeget nog is eens!' En 'wie 't'm durfde staan' ten tweede male naar de kat te slaan, kon verzekerd zijn onmiddellijk door een tiental van hare natuurgenooten omsingeld en erbarmelijk toegetakeld te worden. De meesten echter 'stonden 't'm niet langer' als zij hoorden, dat poesje spreken kon, maar zagen dat ze wegkwamen en zij, die er wel eens van gehoord en noolt iets gezlen hadden, gingen liever een half uur om dan den nootlottigen slagboom te passeren.
Onderwerp
SINSAG 0601 - Die sprechende Katze   
Beschrijving
Iemand die een kat die op een slagboom zit, slaat krijgt te horen het nog eens te doen. Wie een kat voor de tweede keer slaat zal merken dat er meerdere katten opduiken die de persoon toetakelen. De meeste mensen durven dat niet, anderen die het verhaal hebben gehoord mijden de bewuste plaats.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 37
Motief
B293.1 - Dance of cats.   
B211.1.8 - Speaking cat.   
G211.1.7 - Witch in form of cat.   
Commentaar
1891
Motieven: B293.1 Dance of cats; B211.1.8 Speaking cat; vgl. G211.1.7 Witch in form of cat.
NA 1891: 437-438. Bewerking: Sinninghe 1933: 91 (no. 129). S.S604.3.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
NA 1891: 437-438. Bewerking: Sinninghe 1933: 91 (no. 129). S.S604.3.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Die sprechende Katze. Katzen wird (zweimal) von einem Drehbaum geworfen und sagt dann: "Jetzt noch einmal" & SINSAG 0604 Die vermehrten Katzen. Wanderer, der etwas nach einer Katze wirdft (nach der Katze schlägt), wird von vielen Katzen umschlossen
Naam Locatie in Tekst
Son   
Plaats van Handelen
Son (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L202p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
