Hoofdtekst
1.34. De gloeiende
Op zekeren avond waren de molenaar en zijn knecht op den molen, gelegen onder Neerpelt. Onderwijl beiden daar op den molenberg tegen de deur van den molen geleund stonden, ziet de knecht in de verte den gloeiige man.
'Kijk baas,' zegt hij, 'daar is de gloeiige. 'k Heb altijd hooren zeggen, dat hij komt als men fluit. Wil 'k 'ns fluiten, baas?' De baas, die met de komst van den gloeiige niet zeer ingenomen scheen, zei: 'Neen, dat zou ik maar laten.' De knecht echter dacht er anders over en zei: 'Baas, ik fluit toch eens,' en 't antwoord van den baas niet afwachtende, voegt hij de daad bij het woord en fluit driemaal snel achtereen. En zie - in snelle vaart komt de gloeiige aangerend en is in een oogwenk zoo dicht bij den molen, dat de baas en de knecht nauw den tijd hadden om binnen te vluchten en de deur op slot te gooien - 's Morgens ontdekte men op de deur eene zwart geblakerde plek - een sprekend bewijs dat de de gloeiige er voor gestaan had.
Op zekeren avond waren de molenaar en zijn knecht op den molen, gelegen onder Neerpelt. Onderwijl beiden daar op den molenberg tegen de deur van den molen geleund stonden, ziet de knecht in de verte den gloeiige man.
'Kijk baas,' zegt hij, 'daar is de gloeiige. 'k Heb altijd hooren zeggen, dat hij komt als men fluit. Wil 'k 'ns fluiten, baas?' De baas, die met de komst van den gloeiige niet zeer ingenomen scheen, zei: 'Neen, dat zou ik maar laten.' De knecht echter dacht er anders over en zei: 'Baas, ik fluit toch eens,' en 't antwoord van den baas niet afwachtende, voegt hij de daad bij het woord en fluit driemaal snel achtereen. En zie - in snelle vaart komt de gloeiige aangerend en is in een oogwenk zoo dicht bij den molen, dat de baas en de knecht nauw den tijd hadden om binnen te vluchten en de deur op slot te gooien - 's Morgens ontdekte men op de deur eene zwart geblakerde plek - een sprekend bewijs dat de de gloeiige er voor gestaan had.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
Knecht van de molenaar heeft gehoord dat de gloeiige man op fluiten afkomt. Tegen de zin van de molenaar fluit hij drie maal, en de gloeiige man komt zo hard aanrennen dat ze net op tijd naar binnen kunnen gaan. De volgende ochtend is een zwart geblakerde plek op de deur het bewijs dat de gloeiige er voor gestaan heeft.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 37-38
Motief
E544 - Ghost leaves evidence of his appearance.   
F497 - Fire-spirits.   
Commentaar
1892
Motieven: E544 Ghost leaves evidence of his appearance; F497 Fire-spirits.
NA 1892: 601-602. LS B151 Lichterscheinung.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
NA 1892: 601-602. LS B151 Lichterscheinung.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Spötterpfeift Feuermann heran; von ihm verfolgt, entwischt er mit knapper Not. Hand des Feuermanns in die Tür gedrückt.
Naam Locatie in Tekst
Neerpelt   
Plaats van Handelen
Neerpelt (Belgisch Limburg)   
Kloekenummer in tekst
L312p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
