Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0042 - 1.42. Avonturen van een vrijer

Een sage (boek), 1892

Hoofdtekst

1.42. Avonturen van een vrijer
Niet lang daarna ontmoette hij op denzelfden weg eene zwarte kat, die hem volgde, vriendelijk morrend rondom hem liep en zelfs als een hondje tegen hem opsprong. Te vergeefs trachtte hij het diertje te verwijderen en hoe meer moeite hij deed om van haar gezelschap ontslagen te worden, hoe meer poesje zich aanhankelijk toonde. Eindelijk nam hij 't beestje op en droeg het mee naar huis. Na licht ontstoken en de kat eens goed bezIen te hebben, bemerkte hij, dat het dier geene nagels aan de teenen had en zich ook niet als eene gewone kat aan zijne kleeren kon vasthechten. Hierover verwonderd bracht hij de kat bij zijn vader die hoewel te bed liggende, zich van de bevinding kon overtuigen. Men kwam overeen de vreemdelinge in een dicht vertrek onder eenen omgekeerden houten bak op te sluiten tot den morgen kwam en men verder naar omstandigheden zou handelen. 's Morgens echter was de vogel gevlogen zonder eenig spoor van buitenbraak achter te laten.

Onderwerp

SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.    SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.   

Beschrijving

De zwarte kat die door man mee naar huis is genomen en 's nachts wordt opgesloten in een dicht vertrek onder een houten bak is de volgende ochtend verdwenen zonder dat er sporen van braak zijn.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 40

Motief

G211.1.7 - Witch in form of cat.    G211.1.7 - Witch in form of cat.   

Commentaar

1892
Motief: vgl. G211.1.7 Witch in form of cat.
NA 1892: 604. Bewerking: Sinninghe 1933: 110 (no. 164).
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Andere Begegnungen mit Hexentieren

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20