Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0047 - 2.1. Kaboutermannetjes

Een sage (boek), 1883

Hoofdtekst

DE ARCHEOLOGIE VAN HET VERTELLEN. VERHALEN UIT DE KEMPEN
2.1. Kaboutermannetjes
Nog in het midden der vorige eeuw kwamen de kaboutermennekes te Bergeijk in groote menigte voor. Ze gingen zeer vriendschappelijk met de bewoners van het dorp om en ontvingen van hen spijs en drank of leenden hunne gereedschappen om wederkeerig den braven dorpelingen met allerlei nachtelijken arbeid van dienst te zijn. Ook bezaten zij de macht invloed uit te oefenen op den loop der dingen. Was een boer den vragenden kabouters welwillend van dienst geweest, dan kon hij verzekerd zijn, dat hem dien dag alles vlot van de hand zou gaan. Had hij daarentegen een vriendelijk verzoek bits geweigerd, het was zeker, dat hem alles mislukken zou. Geen wonder, dat onze goede mennekes door de bewoners van Bergeijk zeer in waarde werden gehouden en hun zelden een dienst geweigerd werd. 't Was bovendien zoo weinig, wat ze vroegen: een beetje room of een handvol graan kon hen tevreden stellen. En leenden ze eens een stuk gereedschap, men kon er van overtuigd zijn, dat het blinkender en scherper terug zou komen dan het was heengegaan. Vele ouden van dagen wisten 't nog bij overlevering, hoe zeker kaboutervrouwtje, Grietje genaamd, veel met de dorpelingen omging en aller hart had weten te winnen door hare vriendelijkheid en dankbaarheid.
Zoo als overal, verrichtten de kabouters ook te Bergeijk allerlei nachtelijk werk. Ja, niet zelden vonden de bewoners van dit dorp bij 't ontwaken hun brood gebakken of hunne granen gedorscht, dan weer het vaatwerk gezuiverd of het gereedschap gescherpt. Vreemd mocht het heeten, dat ze daartoe dikwijls vuur ontstaken in de schuren tusschen hooi en stroo in, of tegen de graanmijten aan, zonder ooit brand te verwekken.
De kabouters van Bergeijk woonden eensdeels in een regelmatigen heuvel, niet ver noordwaarts van den molen gelegen. Die heuvel droeg den naam van Kattenberg, omdat 's nachts daarop de heksen, in de gedaante van katten, onder weemoedig gejank, hare gewone rondedansen kwamen houden. Een ander deel der Bergeijksche kabouters had eene onderaardsche woning nabij
de hoeve, die A. Dekkers toebehoort en voor een der oudste gebouwen der plaats wordt gehouden. De jammerlijke gebeurtenis, die op blz. 17 verhaald is van den ongelukkigen boer, die zijne nieuwsgierigheid moest boeten met het verlies van een zijner oogen, heeft volgens geloofwaardige Bergeijkenaren niet te Zeelst maar in hun dorp plaats gehad. Wie heeft gelijk?

Onderwerp

SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)    SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   

Beschrijving

Omgang van dorpsbewoners met kabouters, wederzijdse hulp, macht van kabouters op verloop werkzaamheden en leven, hun woonplaats.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 45

Motief

F451.3.4.0.1 - Dwarf workmen heard at night.    F451.3.4.0.1 - Dwarf workmen heard at night.   

F451.4.1 - Dwarfs live under the ground.    F451.4.1 - Dwarfs live under the ground.   

F964 - Extraordinary behavior of fire.    F964 - Extraordinary behavior of fire.   

F211.3 - Fairies live under earth.    F211.3 - Fairies live under earth.   

Commentaar

1883
Motieven: F491.3.4.0.1 Dwarf workmen heard at night; F451.4.1 Dwarfs live under the ground; F964 Extraordinary behaviour of fire; vgl. F211.3 Fairies live under earth.
TNG I: 175-176. Bewerking: Sinninghe 1933: 13-14 (no. 7,8), 1964: 12-13; Biemans 1973: 18.S.S63.1,S65.1,S.68.1, S.86.1.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geînspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld) & SINSAG 0065 Zwerge wollen nicht belauert werden: Neugierigen das Auge ausgestossen & "Unser Feuer schadet deiner Scheune nicht": Erddämonen legen Feuer an die Scheune (Heuberg), ohne das Brand entsteht

Naam Overig in Tekst

Grietje    Grietje   

A. Dekkers    A. Dekkers   

Naam Locatie in Tekst

Kempen    Kempen   

Bergeijk    Bergeijk   

Kattenberg    Kattenberg   

Zeelst    Zeelst   

Plaats van Handelen

Bergeik (Noord-Brabant)    Bergeik (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20