Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0049 - 2.3. Het haspelend kabouterwijfje

Een sage (boek), 1884

Hoofdtekst

2.3. Het haspelend kabouterwijfje
Ongeveer halverwege tusschen Steensel en het gehucht den Stevert (Steenvoort) vindt men een diep gat, dat van oudsher door het volk met den naam van haspelkuil bestempeld werd. De overlevering zegt, dat deze kuil voorheen tot woonplaats strekte van een oud kabouterwijfje, dat de bekende dienstvaardigheid der kabouters uitoefende door des nachts het gesponnen garen der omwonende boerinnen te haspelen. Hierom gaf men het geheimzinnig gat den naam van haspelkuil, een naam, dien het tot heden behield.
De tijd, waarop het kabouterwijfje voor goed verdween, behoort reeds lang tot het verleden. Twintig, dertig jaar geleden wisten er ouden van dagen nog van te verhalen. Zij hadden het van hunne ouders en grootouders, die het wijfje nog hadden gekend en steeds hoog ophaalden van hare gedienstigheid. Toch was iedereen bang van het kaboutervrouwtje, omdat het zoo afzichtelijk leelijk was, al deed het dan ook niemand kwaad.

Onderwerp

SINSAG 0084 - Zwergin haspelt für die Bäuerinnen    SINSAG 0084 - Zwergin haspelt für die Bäuerinnen   

Beschrijving

Kabouterwijfje haspelt 's nachts het gesponnen garen, terwijl ze niemand kwaad doet is iedereen bang voor haar vanwege haar lelijkheid. De kuil die haar woonplaats is geweest wordt haspelkuil genoemd.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 46

Motief

F451.3.4 - Dwarfs as workmen.    F451.3.4 - Dwarfs as workmen.   

F451.3.4.6 - Dwarfs spin.    F451.3.4.6 - Dwarfs spin.   

Commentaar

1884
Motieven: F346.a Fairy or brownie helps mortal with housework of all kinds; F451.3.4 Dwarfs as workmen; vgl. F451.3.4.6 Dwarfs spin.
TNG lI: 39. Bewerking: Sinninghe 1933: 28 (no. 33), 1964: 26-27; Biemans 1973: 63; vgl. Jansen 1978: 157-158. S.S84.1; ML 6035 Fairies Assist a Farmer in his Work.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
Zwergin haspelt für die Bäuerinnen

Naam Overig in Tekst

Stevert    Stevert   

Steenvoort    Steenvoort   

Naam Locatie in Tekst

Steensel    Steensel   

Plaats van Handelen

Steensel (Noord-Brabant)    Steensel (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20