Hoofdtekst
Te Hoog-Casteren, een gehucht van Hoogeloon, staat nog een gewoon landbouwershuis, waarin de Kaboutermannekens uit den Witvrouwsberg, ook Kabouterberg geheeten en in het Koebosch gelegen, bepaaldelijk des avonds of in den nacht, verschillende bezigheden kwamen verrichten. Deze waren gemeenlijk dezelfde als die de bewoners van dat huis dien dag gedaan hadden of die zij 's anderendaags moesten doen. Als de Kaboutermannekens des avonds, bij voorbeeld na 10 ure, reeds aan het werk waren, zonder dat de bewoners ter rust lagen, dan klopten zij op deur of venster, om den huisgenooten te beteekenen dat zij naar bed moesten gaan, dewijl zij - de Kaboutermannekens - verlangden binnen te komen om met het werk te beginnen. De bewoners hoorden hen gedurig druk arbeiden, als: bakken, boteren, den vloer of huisraad schuren, de spijzen bereiden, enz.; in de schuur: dorschen, wannen, enz. Nooit zagen zij echter deze ieverige nachtwerkers; ook verrichtten deze sprakeloos hunnen arbeid, tenware iemand hen door een sleutelgat, eene spleet der schuur- of staldeur of anderszins wilde bespieden; want dan hoorde de nieuwsgierige de onmiddellijke bedreiging hem de oogen uit te steken. Het verwonderlijkste was evenwel dat de huisbewoners des morgens van den arbeid der Kaboutermannekens niets gevorderd vonden; alles was nog als te voren.
Op zekeren voormiddag was de man uit dat huis bezig met ploegen op eenen akker en, terwijl hij wat rustte, legde een Kaboutermanneke eene gebakken spekstruif (pannekoek) op den steert der ploeg. De landman, wetende dat dit gebak voor hem bestemd was, at het op en vond het zeer smakelijk, waarna het onzichtbaar Kaboutermanneke het bord waarop de struif gelegen had, wegnam en daarmede verdween, nadat het gezeid had aan Arie te melden dat Kyrië dood was. Te huis gekomen, voldeed de boer aan het verzoek, waarop een onzichtbaar manneke, onder de tafel gezeten, antwoordde: 'Och arme! is Kyrië dood?!'
Onderwerp
SINSAG 0061 - Werkgeister   
Beschrijving
Bron
Motief
F451.3.4.0.1 - Dwarf workmen heard at night.   
F451.5.1.6 - Other gifts from dwarfs.   
F338.a   
Commentaar
OV IV 68-69. Bewerking: Sinninghe 1933: 17 (no. 13),24 (no. 26),1964: 15-16, 23; Biemans 1973: 27; vgl. Jansen 1978: 163. S.S72.2, S61.12, S65.3, S101.6.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
Naam Overig in Tekst
Kaboutermanneke   
Hoog-Casteren   
Witvrouwsberg   
Kabouterberg   
Arie   
Kyrië   
Naam Locatie in Tekst
Hoogeloon   
Koebosch   
Plaats van Handelen
Hoog-Casteren (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
K218c   
