Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0079 - 2.33. De dood van een Kaboutermanneke

Een sage (boek), 1892

Hoofdtekst

2.33. De dood van een Kaboutermanneke
Een voerman reed eens met zijne kar den weg op van Riethoven naar Keersip. Niet verre van den Kabouterberg, onder den naam van Duivelsberg bekend, zag hij een Kaboutermanneke bij den weg rondzwerven. Treurig zeide het gedurig: 'Kyrië is dood!' De voerman met de kar op het gehucht Keersip gekomen, legde in eene herberg aan, in welk huis thans Adr. Konings woont, en verhaalde daar, met bevreemding, hetgeen hij gezien en gehoord had. Nauwelijks had de voerman dat verteld, of een aardig Kaboutermanneke sprong tot zijne nog grootere verbazing van onder de tafel en riep: 'Och! is Kyrië dood!?'
Bij dit verhaal voegt men altijd dat Kyrië ook een Kabouter en wel een uit het gezin was, hetwelk in den Duivelsberg heeft gewoond.
Deze sage wordt ook wel eens uitvoeriger en eenigszins gewijzigd verteld. Enkele malen hoorde ik, dat het in de heide heenstappend Kaboutermanneke zou gezeid hebben: 'mijn kindje is dood!' Sommigen noemen ook andere plaatsen, waar het verhaalde zou voorgevallen zijn.

Onderwerp

SINSAG 0101 - "Magnus Pan mortuus est."    SINSAG 0101 - "Magnus Pan mortuus est."   

Beschrijving

Als voerman in herberg vertelt van ontmoeting met kabouter die steeds herhaalt dat Kyrië dood is, springt een kabouter op tafel die vraagt of Kyrië dood is. Een andere versie is dat de kabouter roept dat zijn kindje dood is.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 57-58

Commentaar

1892
OV IV: 69-70. Bewerking: Sinninghe 1933: 23-24 (no. 24), 1964: 22; Biemans 1973: 29; vgl. Jansen 1978: 164. S.S101.1., S.101.11.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
"Magnus Pan mortuus est" Zwerge teilen einander durch Vermittlung eines Menschen den Tod ihres Königs mit

Naam Overig in Tekst

Kaboutermanneke    Kaboutermanneke   

Keersip    Keersip   

Kabouterberg    Kabouterberg   

Kyrië    Kyrië   

Adr. Konings    Adr. Konings   

Kabouter    Kabouter   

Naam Locatie in Tekst

Riethoven    Riethoven   

Duivelsberg    Duivelsberg   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20