Hoofdtekst
Op zeer vele plaatsen te Oerle plachten de Kaboutermannekens in de huizen te verschijnen en de menschen des nachts met het een of ander werk voort te helpen. Gedurig vroegen zij naar eene kat, want kattenvleesch aten zij geerne. Dit braadden zij dan gemeenlijk boven het vuur, hetwelk zij soms tegen den korentas in de boerenschuren aanlegden, zonder gevaar van brand te stichten. Om het branden van de rogge of andere geborgen granen, enz. te voorkomen of te beletten, hoefden de Kabouters maar eenen bol in 't vuur te werpen. Tot vergoeding van eene kat of eene andere gift, voorspelden de Kaboutermannekens aan de gevers of hunne huisgenooten veel geluk; want die goede ventjes kenden ook de kunst van waarzeggerij.
Zoo troffen zij eens op De Hoef de huisvrouw bedroefd aan, omdat haar man, die menigmaal naar Holland reisde om jachthonden te verkoopen, nu van daar te lang wegbleef. Toen zagen de Kaboutermannekens in de hand der vrouw en zeiden dat een jachthond van den man door het venster van het huis, waar hij overnachtte, was gesprongen en daardoor een been had gebroken, hetwelk de terugreis van den man had vertraagd. Den volgenden dag zou hij nochtans wel te pas thuis komen. Geheel deze voorzegging werd bewaarheid.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
Bron
Motief
F964 - Extraordinary behavior of fire.   
Commentaar
OV IV: 70. Bewerking: Sinninghe 1933: 16 (no. 12); Biemans 1973: 29-30; vgl. Jansen 1978: 163; Rijken 1976. S.S63,5, S.87.1.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
Naam Overig in Tekst
Kaboutermanneke   
Kabouter   
Naam Locatie in Tekst
Oerle   
De Hoef   
Holland   
Plaats van Handelen
Oerle (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L224p   
