Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVS005 - Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam

Een legende (), 1425 - 1434

Hoofdtekst

Van haer siecte nae die drie eerste jaren totten jare Ons Heren MCCCC ende XXI. Capitel V
VAnden jare Ons Heeren MCCCC ende XIIII tot XXIghen toe so en hadde si gheen lichamelike voetsel ontfanghen ende sij en hadde gheen twee nachte gheslapen in die voerseyde jaren. Ende sij lach also jammerlijc ende in also grooter allenden, dat sij haer darmen verloes. Ende in haer lijf groyden vele grauwer wormen ende die waren vol graus waters. Ende die wormen waren grof als dende van eender spillen ende alsoe lanc als een let van [219Ra] eenen cleenen vingher. Ende die aten haer vleesch, datter nochtan gheen stanc noch quaden roke uut en ghinc.
Ende alsmense roerren of verlegghen soude, so plachmen haer scouderen te binden te samen met saechten dweelen, want anders souden haer leden van malkanderen ghevallen hebben. Maer vanden voerseyden XIIII jaren en mochtmense niet porren. Ende van dier tijt voert tot harer doot toe, lach si altoes op haren rugghe ende sij en mochte negheen van haren leden roerren dan haer hooft ende haren slinken arm metter scouder. Ende van dier tijt dat sij so luttel spise nam, ende na dat sij gheen spise en besichde, so gaf si dicwile vele bloets over ten monde ende ten nase ende toten ooren ende tot anderen steden haers lichaems. Ende als si dat bloet ten monde niet en mochte overgheven, so plaecht tot anderen steden haers lichaems overvloyedelike uutteloopen, dat haer bedde scheen begoten met bloede.
Dese voerseyden VII jaren leet sij groote corts over den derden dach ende quam haer yerst aen met grooter hitten, ende daer na volchde groote coude, ende dan weder hette ende daer na coude. Ende dese verwandelinghe duerde omtrent een halft jaer. [219Rb] Daer na hadsi die selve corts yerst met grooter couden ende daer na volghede groote hitte. Ende die hitte duerde tot dat die storm over was. Ende als si over was, so lach si alsoe onberoerlijc, dat sij haer selven niet en verwiste ende dat sij noch hooren noch spreken en mochte. Want als haer die corts aen quam, so scickede si haer te oefenen in de Passie Ons Liefs Heeren ende beval Sinen Lijden ende Sijnre Passiën haer lijden. Ende daer wert si also seere uut haer selven ghetoghen, dat si haer lichamelike pine niet en ghevoelde. Ende als sij die corts hadde, so plach si eenrande root water ten monde over te gheven ende des also vele, datter in tween jaren twee vate mede ghevult waren.
Doemen screef MCCCC ende XII, van grooten laste haerer siecten gaf si over groote stucken van haerer longhen, lever ende dermen, die also wel roken oft costelike crude hadden gheweest. Sy hadde in haer lichaem drie gaten, elc by na also groot als een palm van eender hant, daer dat een af stont by haren buuc. Ende daer liepen uut veel van die voerseyden wormen. Ende op dat gat plach men te legghen een plaester dat ghe[219Va]maect was van honich ende van wytmeel, ghemenghet met roem ende met smeer van palinghe oft van capoen smeer. Ende daer plach men op te stroyen aschen die ghemaect was van ouden rentvleesche, in eenen oven ghedroecht ende dante pulfere ghewreven. Ende dan leyde men dat plaester op dat gat, ende die wormen soghen daer an, anders so souden die wormen haer gheten hebben toter doot. Ende alsmen dat plaester om te verwandelen af trac, so bleven daer aen clevende cleene, grauwe wormen met swarten hoofden, ende waren lanc als eenen naghel van eens smenschen vingher. Ende dese wormen metten plaesteren en stoncken niet, maer sij roken seer soetelijc.
Dat nederste van haren lichame toten buke toe dat was al verrot, ende daer plachmen op te legghen een sacskin van saechter wollen, also breet als een hant, want anders so souden haer haer darmen uutgheloepen hebben.

Beschrijving

5. Liedewijs kwalen tot 1421
Van 1414 tot 1421 at Liedewij helemaal niets en sliep ze nauwelijks twee nachten. Zij leed ontzettend veel pijn; ze verloor zelfs haar darmen. Bovendien leefden veel grauwe, slijmerige wormen in haar lichaam. Die teerden op haar lichaam. Desondanks stonk het niet.
Als men Liedewij verleggen moest, bond men zachte doeken om haar schouders, want anders zouden haar armen eraf gevallen zijn. Vanaf 1414 was verleggen niet meer mogelijk: zij lag voortdurend op haar rug en kon slechts haar hoofd en haar linkerarm en -schouder bewegen. Vanaf het moment dat zij weinig of niets at, gaf zij dikwijls bloed op. Als zij dat bloed niet uit kon braken, liep het overvloedig uit haar neus, oren of andere plaatsen van haar lichaam, zodat haar bed met bloed doordrenkt was.Tussen 1414 en 1421 leed zij ook aan de derdendaagse koorts. Afwisselend had zij het eerst gloeiend heet en vervolgens ijskoud. Dit duurde ongeveer een half jaar. Daarna had ze soortgelijke koortsaanvallen, maar nu volgde de hitte op de kou, waarbij de hitte aanhield tot de aanval over was. Na zo'n aanval lag zij roerloos en was zich van niets meer bewust. Wanneer ze een dergelijke koortsaanval voelde opkomen, probeerde ze zich te concentreren op de Passie van Onze Lieve Heer en stelde haar lijden in dienst van het Zijne. Daarin ging ze zo volledig op, dat ze in het geheel geen pijn voelde. Als zij koorts had, braakte ze meestal een soort rood water en wel zoveel dat men daar in twee jaar twee vaten mee kon vullen.
In 1412 gaf ze grote stukken van haar longen, lever en darmen over, die een geur van kostbare kruiden verspreidden.
In haar lichaam had ze drie gaten, elk bijna zo groot als de palm van een hand. Eén daarvan zat in haar buik en daaruit kropen de eerder genoemde wormen. Voor deze wond maakte men een pleister van honing, tarwemeel, room en vet van paling of gesneden haan, waar men het poeder van oud, in een oven gedroogd rundvlees overheen strooide. De pleister legde men op het gat, opdat de wormen die haar anders opgevreten zouden hebben, zich erin zogen. Wanneer men de oude pleister verving, zaten er kleine grauwe maden met zwarte koppen in. Deze maden waren zo lang als een vingernagel en riekten aangenaam.
Haar onderlijf was helemaal verrot; daarop legde men een zakje van zachte wol ter breedte van een hand, omdat haar darmen uit haar buik dreigden te komen.

Bron

Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam. (Ed. Ludo Jongen en Cees Schotel). Verloren, Hilversum 1994 (tweede druk).

Commentaar

ca. 1435
Dit verhaal is per hoofdstuk ingevoerd. Er zijn 44 hoofdstukken. <br>
Tekst en informatie: http://www.dbnl.org/tekst/_lie002lied01_01/

Naam Overig in Tekst

Onze Lieve Heer    Onze Lieve Heer   

Liedewij    Liedewij   

Lidwina van Schiedam    Lidwina van Schiedam   

Naam Locatie in Tekst

Passie    Passie   

Plaats van Handelen

Schiedam (Zuid-Holland)    Schiedam (Zuid-Holland)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21