Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVS030 - Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam

Een legende (), 1425 - 1434

_lie002lied01ill21.gif

Hoofdtekst

Van die cypressen roede die haer die enghel brocht uuten paradijs. Capitel XXX
DEse maghet hadde eenen kempen stoppel daer si in haer nootsaken mede op plach te doene ende te sluten haer gordijn ende aen de want mede te cloppen, als sy enigher menschen hulpen te doene hadde. Dese roede besichde sy menich jaer tot dier tijt toe, dat Sciedam verbrande in den jare Ons Heeren MCCCC ende XXVIII. Op die selve tijt waren haer vriende ende ghebueren seer met haer begaen, want die brant naecte haren huse al so seere dat sij hadden ghemeent dat Liedewy met haren huse soude hebben verbrant. Ende daer om sloeghen si die plancken vander want daer sy lach, om haer daer uut te trecken, oft noot hadde gheweest, ende hinghen daer voer een cleet om haer oghen daer mede te bescudden voer dat natuerlijc licht. Maer Onse Lieve Heere verleende dat die brant verwonnen wert. Ende daer sloeghen sy [236Ra] die plancken weder aen die want, ende sonderlinghe om datse dat licht niet en mochte lijden sonder bloeden. Ende om dese becommernesse verloos sy haer stoekelkijn die sy tot dier tijt toe hadde ghebesicht.
Daer na - des nachts na Sinte Mariën Magdaleenen dach - was sy also seer beswaert van grooter hitten, dat sy anxt hadde dat sij soude hebben versmoert. Ende daer om was sij seere ghestoort in haer selven, want sij sochte haer roede, mer sij en vanter niet, ende sij en hadde niemant die die gordijn op mochte doen. Te hant so was die ynghel by haer ende troostese ende seyde haer dat sy metter hulpen Gods wel lichtelijc een ander ende beter roede soude vercrijghen. Ende corts daer nae - ontrent drie uren nae middernacht - ghevoelde sy dat die ynghel op haer borsten een ander hout leyde. Ende so sciede hy van daer. Doe nam sy dat hout ende - wanttet seer onneffen was ende swaer - versmaeddet sij ende seide:
- ‘Nu ben ic wel vercuyst.’
Maer sy bat her Janne, haren biechtvader, dat hij dat hout soude doen verminderen. Ende hy ghinc yerst tot enen cuper ende daer na tot eenen tymmerman ende dede hem dat hout scaven [236Rb] na een maniere van eender ellen. Ende doement scavede, vernamen sij dattet cypressen was. Doe dat Liedewy vernam, wert sy seer tornich ende droevich, dat sijt hadde laten minderen. Doe so vraechde her Jan, hoe dat sy dat hout ghecreghen hadde ende wat hout dattet waer. Sij antwoerde ende seide, hoe dattet die ynghel haer hadde ghegheven, maer sy en wist niet waer af dattet waer.
Daer na op Sente Cyriacus dach wart sy vanden ynghel ghevoert in dat paradijs ende hy wijsde haer binnen die yerste poort een rivier ende op die rivier een cypressen boom ende in dien boom een stede daer hy dat hout af hadde ghescoert, ende berespedese ende seyde:
- ‘Siet, hier af es dat hout dat ghy hebt versmaet.’
Doe si weder quam tot haer selven, so seide sij heer Janne, dat sijt van den ynghel hadde vernomen. Ende sij was droevich dat sij dat hout hadde laten verminderen.

Beschrijving

30. De engel bezorgt Liedewij een tak van een cypresseboom uit het paradijs
Liedewij had een hennepstengel waarmee ze gordijnen rond haar bed opende en sloot en op de muur klopte, als zij hulp behoefde. Tijdens de grote brand in Schiedam waren vrienden bang dat Liedewij iets zou overkomen, dus haalden ze planken uit de muur waar ze achter lag, zodat ze haar snel konden weghalen bij gevaar. In deze commotie is ze haar stok kwijtgeraakt. In de nacht van 22 op 23 juli voelde Liedewij zo'n grote hitte, dat ze bang was te stikken en ze raakt in paniek. 's Nachts voelde ze dat een engel een ander stuk hout op haar borst legde. Ze nam dat in haar handen, maar het was ruw en te zwaar was en Liedewij dacht dat ze in achting gedaald was. Ze liet Jan, haar biechtvader, het stuk hout hanteerbaar maken door een kuiper en een timmerman. Deze merkten op dat het cypressehout was. Toen Liedewij dat hoorde, werd ze boos en bedroefd, omdat ze het had laten bijwerken. Jan vroeg hoe ze eraan gekomen was en Liedewij vertelde hem van de engel, maar dat ze niet wist waar het vandaan kwam. Op 8 augustus werd ze door de engel naar het paradijs gevoerd. Hij liet haar een cypres zien die binnen de eerste poort bij een rivier stond, en wees haar de plek waar hij de tak afgebroken had. Hij sprak haar vermanend toe dat de door haar versmade tak daar vandaan kwam. Ze vertelde Jan wat de engel zei en betreurde het dat ze het stuk hout had laten bijschaven.

Bron

Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam. (Ed. Ludo Jongen en Cees Schotel). Verloren, Hilversum 1994 (tweede druk).

Commentaar

ca. 1435
Dit verhaal is per hoofdstuk ingevoerd. Er zijn 44 hoofdstukken. <br>
Tekst en informatie: http://www.dbnl.org/tekst/_lie002lied01_01/

Naam Overig in Tekst

Liedewij    Liedewij   

Maria Magdalena    Maria Magdalena   

Cyriacusdag    Cyriacusdag   

Jan    Jan   

Lidwina van Schiedam    Lidwina van Schiedam   

Naam Locatie in Tekst

Schiedam    Schiedam   

Plaats van Handelen

Schiedam (Zuid-Holland)    Schiedam (Zuid-Holland)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21