Hoofdtekst
Van heer Jan haers bichtvaders ende Boudewijns haren neven cortsen. Capitel XXXV
DEse heyleghe maghet hadde een neefkijn dat haers broeders sone was, gheheeten Boudijn, van XII jaren die haer plach te dienen daghelijx ende sach menichwerf [239Ra] vele wonders van haer. Ende om dattet te bat soude ghedincken der dinghen die by haer ghescieden, so verwerf sij den kinde een siecte in deser manieren. Dat kint hadde een kannekijn ende ontrent die hoochtijt van Onser Vrouwen Gheboerte hiet Liedewy dat kint dat kannekijn half vol dunne biers doen ende hiet hem, dat hijt des avonts by haer betstede soude setten. Ende dat wert also ghedaen. Des anderen daechs vroech hiet si dat kint dat kannekijn weder nemen ende hiet hem drincken. Doe nam dat kint die kanne ende woude drincken ende vant daer in eenderhande dranc als van caneel ende van anderen welriekende crude ghemaect. Ende doet daer af wel hadde ghedronken, te hants opten selven dach begant te quelen van den corts omtrent Sinte Martijns daghe na Alder Heilighen dach inden jare van XXXII. Ende vele andere menschen dronken van dien selven drancke, maer si en worden daer af niet siec. In dese selve kanne wert menigherande nat ghegoten een weke lanc ende al hadden sy smaec als den eersten dranc, mer nyement en wert daer af siec. [239Rb]
Doe dat kint verlost was van die corts, soe wert her Jan Wouters soen siec van die quarteyn. Ende die plach hy te lijden des selve daghes als Liedewy haer corts hadde. Op dese selve tijt woende met haer her Jan Wouters soens suster, gheheeten Celye. Ende die vraechde Liedewy hoe langhe dat haer broeder den corts hebben soude. Doe antworde Liedewy ende seyde:
- ‘Tot groot vastelavont toe.’
Ende dat ghesciede also, want hy wert op die tijt ghesont ende vri van die corts.
DEse heyleghe maghet hadde een neefkijn dat haers broeders sone was, gheheeten Boudijn, van XII jaren die haer plach te dienen daghelijx ende sach menichwerf [239Ra] vele wonders van haer. Ende om dattet te bat soude ghedincken der dinghen die by haer ghescieden, so verwerf sij den kinde een siecte in deser manieren. Dat kint hadde een kannekijn ende ontrent die hoochtijt van Onser Vrouwen Gheboerte hiet Liedewy dat kint dat kannekijn half vol dunne biers doen ende hiet hem, dat hijt des avonts by haer betstede soude setten. Ende dat wert also ghedaen. Des anderen daechs vroech hiet si dat kint dat kannekijn weder nemen ende hiet hem drincken. Doe nam dat kint die kanne ende woude drincken ende vant daer in eenderhande dranc als van caneel ende van anderen welriekende crude ghemaect. Ende doet daer af wel hadde ghedronken, te hants opten selven dach begant te quelen van den corts omtrent Sinte Martijns daghe na Alder Heilighen dach inden jare van XXXII. Ende vele andere menschen dronken van dien selven drancke, maer si en worden daer af niet siec. In dese selve kanne wert menigherande nat ghegoten een weke lanc ende al hadden sy smaec als den eersten dranc, mer nyement en wert daer af siec. [239Rb]
Doe dat kint verlost was van die corts, soe wert her Jan Wouters soen siec van die quarteyn. Ende die plach hy te lijden des selve daghes als Liedewy haer corts hadde. Op dese selve tijt woende met haer her Jan Wouters soens suster, gheheeten Celye. Ende die vraechde Liedewy hoe langhe dat haer broeder den corts hebben soude. Doe antworde Liedewy ende seyde:
- ‘Tot groot vastelavont toe.’
Ende dat ghesciede also, want hy wert op die tijt ghesont ende vri van die corts.
Beschrijving
35. Over de koortsaanvallen van heer Jan, Liedewijs biechtvader, en die van haar neefje Boudewijn
Boudewijn, het twaalfjarig neefje van Liedewij, verzorgde haar dagelijks en was vaak getuige van de wonderen. Liedewij zorgde ervoor dat Boudewijn ziek werd door hem uit het kannetje bier, dat hij haar de avond ervoor bracht, te laten drinken. Zo zou hij beter zou inzien wat er zich rond haar afspeelde. Boudewijn kreeg nog dezelfde dag, rond 11 november 1432, hoge koorts. Andere mensen die uit dezelfde kan allerlei dranken dronken werden niet ziek. Na Boudewijn werd Jan door de koorts gegrepen. Hij had op dezelfde dagen als Liedewij koorts. Ciel genaamd, de zuster van Jan, woonde bij Liedewij in huis. Zij vroeg Liedewij hoe lang de koorts zou aanhouden. Liedewij antwoordde dat het tot vastenavond zou duren, hetgeen uitwam, op 3 maart werd hij beter.
Boudewijn, het twaalfjarig neefje van Liedewij, verzorgde haar dagelijks en was vaak getuige van de wonderen. Liedewij zorgde ervoor dat Boudewijn ziek werd door hem uit het kannetje bier, dat hij haar de avond ervoor bracht, te laten drinken. Zo zou hij beter zou inzien wat er zich rond haar afspeelde. Boudewijn kreeg nog dezelfde dag, rond 11 november 1432, hoge koorts. Andere mensen die uit dezelfde kan allerlei dranken dronken werden niet ziek. Na Boudewijn werd Jan door de koorts gegrepen. Hij had op dezelfde dagen als Liedewij koorts. Ciel genaamd, de zuster van Jan, woonde bij Liedewij in huis. Zij vroeg Liedewij hoe lang de koorts zou aanhouden. Liedewij antwoordde dat het tot vastenavond zou duren, hetgeen uitwam, op 3 maart werd hij beter.
Bron
Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam. (Ed. Ludo Jongen en Cees Schotel). Verloren, Hilversum 1994 (tweede druk).
Commentaar
ca. 1435
Dit verhaal is per hoofdstuk ingevoerd. Er zijn 44 hoofdstukken. <br>
Tekst en informatie: http://www.dbnl.org/tekst/_lie002lied01_01/
Tekst en informatie: http://www.dbnl.org/tekst/_lie002lied01_01/
Naam Overig in Tekst
Liedewij   
Boudewijn   
Maria-geboorte   
Sint-Maarten   
Ciel   
Plaats van Handelen
Schiedam (Zuid-Holland)   
Kloekenummer in tekst
K003p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
