Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVS036 - Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam

Een legende (), 1425 - 1434

Hoofdtekst

Van die godlike soeticheit die een prior bi haer voelde; van die prophecie haerre doot. Ca. XXXVI
DEse heileghe maghet wist haer doot te voren langhen tijt, alst menich mensche aen haren woerden wel hadden vernomen. Want in dat selve jaer van XXXIII des saterdaechs voer Quinquagesima, op Sinte Peeters avont, quam tot haer een prioor om somighe saken die si te samen hadden, te vercallen. Des anderen daghes - dat was des sondaechs - doen riet her Jan, haer confessoer, den prioer dat hy in haer camer soude gaen, woude hy enighe sonderlinghe gracie van haer vernemen. Doe die prioor in die camer quam, ghevoelde hy seer sueten roke die sy met haer [239Va] hadde ghebracht van den hemelschen pryeel, recht of daer welriekende crude by haer in die camer hadden gheweest. Doe sy metten prior hadde ghesproken van die saken daer hy om ghecomen was, bat si hem dat hi om die selve saken weder comen soude ende voer haer bidden, waert dat sake dat hi haer dan niet en vonde. Uut welken woerde mach men verstaen, dat sy dat seyde van harer doot.

Onder menegherande dinghen die dese heileghe maghet in dat eertsche paradijs plach te siene somighe jaren, sach si voer haer doot twee of drie reysen des jaers een roosboem die eerst so cleyn was, maer in voergaende tijden wies hy altoes wijder ende hoogher op wert. Ende daer plach si onder te rusten. Van desen boem seyde haer die ynghel dat hy haer bereyt waer van Onsen Lieven Heere ende dat si niet eer en soude sterven dan als die boem waer volwassen ende al sijn rosen rijp ende op gheloken waren. Dit vernam van Liedewy her Jan Wouters soen, haer biechtvader, ende die weduwe Katrijn menich werf ende vraechden Liedewy of die boem noch niet en was volwassen. Ende si antwor[239Vb]de ghemeenlijc, dat dien boem noch vele ghebrac. Maer ontrent vier maende voer haer doot seide sy dat haer dochte, dat hy volwassen waer ende die rosen al rijp ende op gheloken waren. Ende daer om hoepte si dat sij in dit leven niet langhe wesen en soude. Ende dat ghesciede also als si seide.

Beschrijving

36. Over de goddelijke, zoete geur die een prior in Liedewijs nabijheid waarnam, en over een ander voorteken van haar dood
Men wist dat Liedewij lang van te voren wist wanneer zij zou sterven. Op de avond vóór zaterdag 21 februari in 1433 kwam een prior naar haar toe om een aantal zaken te bespreken. Bij het betreden van haar kamer nam de prior de zeer zoete geur waar die zij met zich mee had genomen uit de hemelse tuin. Na hun gesprek vroeg Liedewij hem deze zaken nogmaals met haar te komen bespreken. Mocht hij haar dan niet meer in leven aantreffen, dan moest hij voor haar ziel bidden. In het aardse paradijs zag Liedewij een rozeboom die steeds groter groeide en waaronder zij zich vaak te ruste legde. God had deze rozeboom voor haar geplant, ze sterven als de boom volgroeid was. Tegen Jan, haar biechtvader, en de weduwe Katrijn had Liedewij dit verteld en zij vroegen steeds of de boom nog niet volgroeid was. En ongeveer vier maanden voor haar overlijden zei ze dat de boom tot volle wasdom gekomen was en niet lang daarna zou ze sterven.

Bron

Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam. (Ed. Ludo Jongen en Cees Schotel). Verloren, Hilversum 1994 (tweede druk).

Commentaar

ca. 1435
Dit verhaal is per hoofdstuk ingevoerd. Er zijn 44 hoofdstukken. <br>
Tekst en informatie: http://www.dbnl.org/tekst/_lie002lied01_01/

Naam Overig in Tekst

Sint-Petrus-Stoel    Sint-Petrus-Stoel   

Liedewij    Liedewij   

Jan Wouterszoon    Jan Wouterszoon   

God    God   

Katrijn    Katrijn   

Lidwina van Schiedam    Lidwina van Schiedam   

Plaats van Handelen

Schiedam (Zuid-Holland)    Schiedam (Zuid-Holland)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21