Hoofdtekst
2299. Die pude wijlen waren vry
2300. Ende oec so beclaechden hem zij,
2301. Datsi waren sonder bedwanc.
2302. Ende si maecten een ghemanc
2303. Ende so groet ghecray up Gode,
2304. Dat hi hem gave, bi sinen ghebode,
2305. Eenen coninc diese dwonghe.
2306. Dies baden die houde entie jonghe
2307. Met groten ghecraye, met groten ghelude.
2308. God ghehoerde die pude
2309. Teenen tijde van den jare
2310. Ende sende hem den coninc hodevare,
2311. Diese verbeet ende verslanc
2312. In allen landen daer hise vant,
2313. Beede in water ende in velt
2314. Daer hise vant in sine ghewelt.
2315. Hi dede hem emmer onghenade.
2316. Doe claechden si, het was te spade.
2317. Het was te spade, ic secht hu twy :
2318. Sij die voren waren vry,
2319. Sullen sonder wederkeer
2320. Sijn eyghin bliven emmermeer
2321. Ende leven eewelike in vare
2322. Van den coninc hodevare!
2323. Ghi heeren, aerme ende rike,
2324. Ic vruchte oec dies ghelike
2325. Dat nu van hu soude ghevallen.
2326. Doe droughic zorghe voer ons allen.
2327. Dus hebbic ghezorghet voer hu;
2328. Dies dancti mi lettel nu!
2300. Ende oec so beclaechden hem zij,
2301. Datsi waren sonder bedwanc.
2302. Ende si maecten een ghemanc
2303. Ende so groet ghecray up Gode,
2304. Dat hi hem gave, bi sinen ghebode,
2305. Eenen coninc diese dwonghe.
2306. Dies baden die houde entie jonghe
2307. Met groten ghecraye, met groten ghelude.
2308. God ghehoerde die pude
2309. Teenen tijde van den jare
2310. Ende sende hem den coninc hodevare,
2311. Diese verbeet ende verslanc
2312. In allen landen daer hise vant,
2313. Beede in water ende in velt
2314. Daer hise vant in sine ghewelt.
2315. Hi dede hem emmer onghenade.
2316. Doe claechden si, het was te spade.
2317. Het was te spade, ic secht hu twy :
2318. Sij die voren waren vry,
2319. Sullen sonder wederkeer
2320. Sijn eyghin bliven emmermeer
2321. Ende leven eewelike in vare
2322. Van den coninc hodevare!
2323. Ghi heeren, aerme ende rike,
2324. Ic vruchte oec dies ghelike
2325. Dat nu van hu soude ghevallen.
2326. Doe droughic zorghe voer ons allen.
2327. Dus hebbic ghezorghet voer hu;
2328. Dies dancti mi lettel nu!
Onderwerp
AT 0277 - The King of the Frogs   
ATU 0277 - The King of the Frogs.   
Beschrijving
Reinaert vertelt een fabel over kikkers die wilden dat er iemand over ze zou heersen. Want geen maatschappij kan zonder gezag, vonden zij. God willigde hun wens in en stelde een ooievaar aan als heerser. Die beet ze dood en at ze op. De kikkers beklaagden nu hun lot, maar het was te laat. Zij die eerst vrij waren, zijn nu voor altijd knecht en lijfeigene van de ooievaar.
Bron
Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Cod. poet. et philol. fol. 22
Commentaar
1180-1279
Deze tekst is een passage uit Van den vos Reynaerde. Een aantal passages zijn opgenomen wanneer deze gekoppeld kunnen worden aan een verhaaltype. Van den vos Reynaerde is ook in zijn geheel opgenomen (vanwege de lengte in drie stukken: idnummers VdvR001A tot en met VdvR001C).
The King of Frogs
Naam Overig in Tekst
God   
Plaats van Handelen
Gent (België)   
Kloekenummer in tekst
I241p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
