Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Moordouders: ouders vermoorden hun teruggekeerde zoon

Een (), (foutieve datum)

Onderwerp

AT 0939A - Killing the Returned Soldier    AT 0939A - Killing the Returned Soldier   

Beschrijving

Killing the Returned Soldier

Tekst

Een soldaat keert na vele jaren terug naar zijn plaats van herkomst. Aan zijn zuster of een buurman vertelt hij wie hij is. Hij gaat naar de herberg van zijn ouders om daar de nacht door te brengen, maar maakt zich aan hen nog niet bekend. Zijn ouders bemerken dat hij geld bij zich heeft en vermoorden hem 's nachts in zijn bed. De moord komt uit doordat de volgende dag de zuster van de vermoorde of de buurman hem komt opzoeken. Dit verhaal (AT 939A, 'Killing the Returned Soldier') is in tal van versies in de literatuur en de orale overlevering bekend. Het duikt voor het eerst op in Engeland in 1618 als vlugschrift over de gruwelijke moord van een vader op zijn zoon. Deze zou in dat jaar in het plaatsje Perin in Cornwall (Wales) hebben plaatsgevonden. De zoon is een crimineel die naar zee vlucht, zijn leven betert en na vele omzwerveringen met veel geld voor zijn ouders thuiskomt. Zijn moeder is inmiddels gestorven, zijn vader is hertrouwd. Het is de stiefmoeder die de vader tot de moord aanzet. Het verhaal wordt als ware gebeurtenis, vaak ook geactualiseerd, in historische en moralistische literatuur opgenomen. In 1727 verschijnt het voor het eerst in de krant, de Vossische Zeitung in Berlijn: de moord zou een week geleden hebben plaatsgevonden, echter nog steeds in Cornwall. De krant speelt een belangrijke rol in de verspreiding van het thema. In de hele negentiende en twintigste eeuw verschijnen krantenberichten over een dergelijke moord die telkens recent heeft plaatsgevonden, niet meer in Cornwall, maar in allerlei plaatsen in Europa en Amerika. Het thema krijgt grote literaire bekendheid door het drama van Zacharias Werner, Der 24. Februar (1809) en is sindsdien door veel literatoren voor drama's en novellen bewerkt. Ook in het straatlied was de stof ongemeen populair. Albert Camus schreef, overigens geïnspireerd door een krantebericht uit 1935 over de moord, begaan door een moeder en haar dochter in Joegoslavië, zijn in 1944 verschenen drama Le Malentendu. De moord is ook in de Europese orale traditie vele malen aangetroffen als verhaal en ballade. Ook buiten Europa is het bekend, met name in de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. In Nederland werd het verhaal voor het eerst in 1902 in Broek in Waterland uit de mondelinge overlevering opgetekend, maar het circuleerde hier ook al in 19e-eeuwse almanakken. In 1974 verknoopt de Friese verteller R. Doetjes het sprookje met de sage van de spokende Lange Sleatterman van Earnewâld -- het is de vermoorde zoon die nog steeds in de omgeving rondwaart (collectie Jaarsma, PJMI). De meest recente optekening van het verhaal dateert uit december 1994; de gebeurtenissen worden ditmaal gesitueerd in Tsjechoslowakije (Volksverhalenbank, PJMI). In het volksliedarchief van het P.J. Meertens-Instituut bevinden zich 29 balladen op het onderwerp die in de twintigste eeuw zijn opgetekend (uit Vlaanderen kennen we maar één tekst). De meest verbreide versie is die van de twee boerenzoons die samen de wereld intrekken. In 1967 tekende Ate Doornbosch het volgende lied op uit de mond van D. Rijploeg te Zijldijk (Groningen): Er waren eens twee boerenzoons Die in het veld gaan reizen Die in het veld gaan reizen In het veld gaan reizen. Zij reisden daar zo'n hele dag Todat zij bij haar eigen moeder kwam, Ja, bij haar eigen moeder kwam, Ja, bij haar eigen moeder kwam. Zeg, moederlief, hebt gij een stal Waar ik mijn paardje op zetten zal, Waar hij nooit wordt gestolen, Waar hij nooit wordt gestolen. Ja, hier is wel een stalletje Waar gij uw paardje opzetten zal, Waar hij nooit wordt gestolen, Waar hij nooit wordt gestolen. Hij zette het paardje aan de dis. De vrouw die heeft gebraden vis, Ja, nooit zo'n vis gebraden, Ja, nooit zo'n vis gebraden. En toen het eten was gedaan, Is hij naar zijn slaapkamer gegaan, Daar lei hij rustig neder, Daar lei hij rustig neder. Het was nacht, het was nacht, het was middernacht, Toen deze vrouw haar man aansprak: Zullen wij die ruiter vermoorden? Zullen wij die ruiter vermoorden? Och neen, och neen, zo sprak de man, Laat ons die ruiter reizen gaan, Laat ons die ruiter maar reizen, Laat ons die ruiter maar reizen. De vrouw, die werd toen baldadig kwaad. Zij greep een mes al uit de tafella En stak hem in zijn harte, En stak hem in zijn harte. Zij sleepte hem al naar de kelder heen: Hier zal voorware uw rustplaats zijn, Verzwegen zult gij blijven, Verzwegen zult gij blijven. Verzwegen tot des morgens vroeg, Toen zijn kameraadje vroeg: Waar is mijn kameraad? Waar is mijn kameraad? Uw kameraadje is hier niet, Die is voorwaar al in het veld verschiet, Zowaar in het veld gaan reizen, Zowaar in het veld gaan reizen. En in het veld gaan reizen is hij niet. Hij is voorwaar al in het veld verschiet, Voorwaar al in dit huisje, Voorwaar al in dit huisje. Gij hebt hem toch geen leed gedaan? Want het is uw eigen vlees en bloed, Uw eigen zoon en broeder, Uw eigen zoon en broeder. De man die in de baren sprong, De vrouw die zich al in de stal ophong. Zo kost drie mensen het leven, Zo kost drie mensen het leven.

Literatuur

Studies: AT 939A; VDK p. 384-385; Sinninghe 1943a, p. 26; De Meyer 1968, p. 97; EM s.v. Mordeltern; Kosko 1966; Petzoldt 1989a, p. 194-212.