Onderwerp
SINSAG 1103 - Edelfrau (Landgraf) aus dem Morast gerettet, schenkt Privilegien an die Bewohner des Dorfes.   
Beschrijving
Edelfrau (Landgraf) aus dem Morast gerettet, schenkt Privilegien an die Bewohner des Dorfes
Tekst
Johanna van Brabant
Het klokje met klanken vol jolijt
luidt iedere avond uit dankbaarheid
Hertogin Johanna van Brabant reisde in het jaar 1390 door Brabant. Ze verdwaalde op haar route en kwam vast te zitten met haar rijtuig. Nadat de boeren van Goirle weigerden haar te helpen, werd er hulp gevraagd in de Westerwijk. Deze boeren hielpen de hertogin weer op de goede weg. Uit dankbaarheid schonk ze een stuk grond, waarvan de opbrengst geheel toekwam aan de hulpvaardige boeren. Daarnaast werd er ook een klok geschonken aan de toren van Hilvarenbeek. Die klok moest iedere avond omstreeks negen uur luiden, het tijdstip waarop Johanna vast kwam te zitten met haar rijtuig. Aan deze historische sage (Sinninghe 1933, p. 279) wordt in de Nederlandse Volksverhalenbank het typenummer SINSAG 1103 toegekend. Hier zijn meerdere versies aan gekoppeld. In Boxmeer (Noord-Brabant) is een versie bekend waarbij een jonkvrouw vastraakt in het moeras. De mensen die haar gered hebben krijgen voortaan ieder jaar op vastenavond-maandag een gift vanuit haar hoeve te Vortum. De gift bestaat uit een halve varkenskop, brood, metworst van zeven ellen lang en een half tonneke bier (Eigen Volk XI 1939, p. 97). In het Limburgs is er een versie te vinden over de hofmeijer Pepijn. Tijdens zijn reis naar de St. Pietersberg verzonk hij in het moeras. Mensen uit Pey en de Slek hielpen hem eruit. Uit dankbaarheid schonk hij hen het Echterwald en liet een koperen brug slaan op de plaats waar hij wegzakte. De koperen brug is later verdwenen in het moeras. Er is vaak gegraven, maar de brug is nooit teruggevonden (Welters 1875, p. 93; Kemp 1925, p. 67; Sinninghe 1938, p. 49). De versie uit Hilvarenbeek speelt zich af rond de hertogin Johanna van Brabant (1322-1406), dochter van Jan III van Brabant. Zij trouwde in 1331 met Willem IV, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. Na het overlijden van haar eerste man in 1345 hertrouwde ze in 1354 met Wencesla(u)s. Haar tweede man was graaf en erfhertog van Luxemburg. Johanna en Wencesla(u)s regeerden samen over Luxemburg, Brabant en Limburg. Haar tweede man overleed in 1383, waardoor Johanna de laatste jaren van haar leven alleen regeerde. Johanna was een belangrijke vrouw voor Brabant. In de context van de sage, is zij belangrijk voor de plaats Hilvarenbeek en met name de buurt Westerwijk. De sage van Johanna van Brabant is, voor zover terug te vinden, weinig aan verandering onderhevig geweest. Er komen in de mondelinge overleveringen van de 20ste en 21ste eeuw slechts kleine verschillen naar voren. Die verschillen zijn voornamelijk van toepassing op de plaatsen waartussen zij zou hebben gereisd. De meeste versies spreken over de route van Brussel naar ’s Hertogenbosch. Daarbij zou zij verdwalen in de Donkven. In het lied dat C. Remmers, Pastor van de St. Petrusparochie in Hilvarenbeek, in 1990 schreef voor een liedjesfestival wordt echter gesproken over de weg naar Antwerpen. Deze plaats kan hij gekozen hebben om het rijmen wat makkelijker te maken. Ze kwam mej vier lakeije op weg nor d'n Anvèrs dwars dur ons contereien maar raokte in misère: (Biks trio 1990) Een andere variant is de reis tussen 's-Gravenhage en Brussel. Deze versie van het verhaal is afkomstig van verteller A.J. Remmers, een caféhouder uit Tilburg, en is in circa 1967 opgetekend door volksverhaalverzamelaar A. Van Oirschot (Typoscripten van volksverhalen; Archief Meertens Instituut). In zijn versie wordt de Donkven niet als plaats gegeven waar de hertogin vast kwam te zitten, maar juist Nieuwkerk. Hiermee wijkt hij als enige af. De versies die melding maken van de plaats waar Johanna vast raakte spreken allemaal over de Donkven of de Donk. Nieuwkerk, een grensgebied bij Goirle richting Turnhout, wordt door niemand anders genoemd. Volgens A.J. Remmers zou daar nog een kapel staan die werd geschonken door Anna van Henegouwe, een andere naam die regelmatig aan Johanna wordt gegeven, maar dit blijkt niet waar te zijn. De kapel werd gebouwd in 1638/1639 nadat de parochiekerk na de val van 's-Hertogenbosch in 1629 aan de protestanten was gegeven. Deze kapel is ruim drie eeuwen na het voorval geplaatst en draagt onder andere de naam St.-Jansgoôl. Naast dit feit dat de kapel niet door Johanna is geschonken, zou het ook vreemd zijn dat Johanna de boeren van Goirle zou belonen, terwijl zij haar niet wilden helpen in de nacht dat ze vast kwam te zitten. Een laatste afwijkende versie werd in juni 2006 verteld door B.W.Th. Duijvestijn, gids in de toren van de St. Petrus-banden kerk te Hilvarenbeek. Volgens hem zou Johanna reizen van Breda naar Thorn aan de Maas. Volgens de oudst genoteerde versie uit 1838 (Broeders 1838, p. 62-64) staat in de Donkven te Westerwijk sinds 1390 een houten kruis. De boeren uit die streek hielpen de hertogin toen zij was vastgeraakt in het moeras. Johanna schonk de boeren daarom 64 bunders grond. Het houten kruis werd geplaatst als herinnering aan het voorval, maar diende tevens als waarschuwing voor vreemdelingen. Niemand mocht inbreuk maken op de rechten die Johanna de boeren van de Westerwijk had gegeven. Volgens Broeders zou een inwoner van een naburig dorp zich schuldig hebben gemaakt aan het stelen van turf. Deze man werd vastgebonden aan het kruis totdat zijn vrouw ten overstaan aan de dorpsregering de losprijs had betaald. Het houten kruis, dat verband houdt met de uitgifte van gronden, komt bij bijna iedere versie van het verhaal terug. Alleen bij het lied van C. Remmers worden zowel de gift van de grond als het houten kruis niet genoemd. Naast de schenking van gronden werd volgens sommige versies een klok geschonken. Het zogenaamde Johanna van Brabant-klokje dat iedere avond omstreeks 21.00 uur luidt. C. Remmers noemt dat klokje als specifiek gegeven in zijn versie van het verhaal uit 2006, omdat hij het iedere avond hoorde luiden, maar niet wist waarom. Later werd hem het verhaal verteld over Johanna van Brabant, voor wie iedere avond het klokje luidt. Ook in zijn lied vertelt hij over het klokje. Ondanks dat het niet in alle versies naar voren komt, lijkt deze klok al eeuwen in gebruik te zijn. B.W.Th. Duijvestijn weet over de toren van de St. Petrus-banden te Hilvarenbeek te melden dat men omstreeks 1450 begonnen is aan de bouw van deze toren, die een hoogte heeft van veertig meter. In de toren hangen vier klokken uit 1536 van de klokkengieter Jasper Moer uit ’s-Hertogenbosch. Deze vier klokken zijn vernoemd naar de vier evangelisten. Na de oorlog is de Marcusklok verdwenen. De overige drie hangen er nog steeds. De Lucasklok dient als luidklok en hoor je iedere avond rond 21.00 uur. Tegenwoordig dient het als herinnering aan de boeren van de Westerwijk die Johanna van Brabant uit de modder haalden, maar vroeger zou het volgens Duijvesteijn de functie hebben gehad om de dwalende te helpen. Johanna van Brabant was verdwaald op haar reis. Ze vroeg daarom een klok te laten luiden, zodat de mensen die aan het dwalen waren duidelijk werd gemaakt dat er een dorp in de buurt was. Op de Lucasklok staat de volgende tekst geschreven Lucas is mynen naem. Jasper Moer maeckten my int jaer ons heeren MCCCCCXXXVJ (Nederlandse klokkenspel-vereniging). De klok is daarmee duidelijk te jong om door Johanna geschonken te zijn. Het zou kunnen dat er voor voorheen een andere klok fungeerde als luidklok, maar de toren waarin de klok zou hebben moeten hangen is ruim 40 jaar na het overlijden van Johanna gebouwd. De klok werd waarschijnlijk pas later in relatie gebracht met Johanna van Brabant. Wanneer de verschillende 20ste en 21ste eeuwse versies met elkaar worden vergeleken valt op dat er nergens, op twee versies na, melding wordt gemaakt van de plaats waar Johanna zou blijven overnachten. De twee versies waarin wel wordt gespeculeerd over de verblijfplaats van Johanna verschillen onderling van elkaar. C. Remmers dacht dat zij overnachtte in een herberg op het Vrijthof. Dat is het plein vlak voor de kerk van Hilvarenbeek. In de infokrant (Kempenland info 1993, p. 5) denken ze dat Johanna overnachtte in de boerderij waar nu het houten kruis in de tuin staat. Aangezien het bij de overige versies ontbreekt is het geen belangrijk gegeven van het verhaal. Vandaag de dag leeft het verhaal van Johanna van Brabant nog steeds onder de inwoners van Hilvarenbeek, want iedereen groeit ermee op. Bij de voorbereiding op de jaarlijkse communie wordt het verhaal aan de kinderen van het dorp geleerd. Dit verhaal wordt ontleend aan de versie van C. Remmers. Iedere avond omstreeks 21.00 uur is nog steeds het befaamde "Johanna van Brabant-klokje" te horen. En in de Westerwijk staat nog steeds het houten kruis waar, volgens de sage, de hertogin vast raakte. Op het kruis staat het jaartal aangegeven met Arabische cijfers 1390 en niet, zoals je zou verwachten, met Romeinse cijfers MCCCXC. Dit zou erop kunnen wijzen dat het pas later is toegevoegd aan het verhaal. Het kruis is in de loop der jaren regelmatig vervangen. Op een foto uit 1937 (Hildewaren Beke 1981, p. 118) is het kruis te zien. Het kruis verkeert op die foto in rotte toestand en zal niet veel later vervangen zijn. In de infokrant (Kempland info 1993, p. 5) is een andere foto te zien, wederom met een rot kruis. In deze infokrant wordt vermeld dat het binnenkort zal moeten worden vervangen. Dit is uiteindelijk ook gebeurd, want het kruis dat er in 2006 staat is redelijk gaaf. In welk jaar de twee eerder genoemde kruizen zijn vervangen, evenals uit welk jaar het eerste kruis stamt wordt niet vermeld. De gronden die toentertijd zijn uitgegeven zijn voor het overgrote deel verkocht aan de Goirlese textielfabrikant Van Puijenbroek in 1918, zo heeft heemkundige C.A.M. Prinsen uitgebreid uiteengezet. De resterende gronden zijn verkocht aan boeren die in de Westerwijk wonen. Er zijn nu nog een stuk of vier boeren, onder andere de boer waar het houten kruis in de tuin staat, die grond in bezit hebben. Van de rente wordt ieder jaar tussen Kerst en nieuwjaar een koffietafel georganiseerd. Tijdens de nachtmis met Kerst wordt er nog ieder jaar gebeden voor de zielenrust van Johanna van Brabant en voor de hulpvaardige boeren uit de Westerwijk. Daarnaast ligt in Hilvarenbeek de Johanna van Brabantlaan. In die laan staat een beeldje van de hertogin. In haar hand houdt ze een stuk perkament. Op dat perkament staat de naam Johanna van Brabant. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid, hoewel dat nergens expliciet wordt vermeld, het document zijn waarin het privilege van de boeren staat beschreven. Dit beeld is gemaakt uit de Franse kalksteen euvil door beeldhouwer W.F. van Breen uit Hilvarenbeek. In 1987 is het beeld naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van de buurt geplaatst. In 2000 werd het beeld gedeeltelijk vernield. Er is toen door dezelfde beeldhouwer een nieuw hoofd voor het beeld gemaakt. Het verhaal van Johanna van Brabant berust slechts voor een kleine verhaalkern op waarheid. Het verhaal is nergens terug te vinden in de oorkondes uit de late 14e eeuw. De oudste versie van het verhaal komt voor het eerst voor in een "schoolboekje" uit 1838. Dit boekje is geschreven ter bevordering van nuttige kennis en goede zeden (Broeders 1838, binnenkant omslag). Het is daarom goed mogelijk dat het verhaal van Johanna van Brabant een verzinsel is uit de 19e eeuw om de jeugd duidelijk te maken dat je hulpvaardig moet zijn voor mensen die om hulp vragen en dat je daar dan voor wordt beloond. Daarnaast kan de geringe ouderdom en het ontbreken van de naam Johanna van Brabant op de Lucas-klok erop duiden dat deze klok niet altijd diende als waarschuwing voor de dwalende en dat de relatie tot Johanna van Brabant er pas later aan is toegevoegd. Het gebruik van Arabische cijfers op het houten kruis getuigt ook van een moderne overlevering. De reden waarom Johanna grond heeft geschonken aan de boeren kan waarschijnlijk ook op een andere manier verklaard worden. Het is echter niet te weerleggen dat ze daadwerkelijk grond heeft geschonken, want er waren vroeger documenten van. Deze zijn helaas verloren gegaan. Hieruit blijkt dat rondom een historische waarheid naar alle waarschijnlijkheid een verhaal is verzonnen, om het gemakkelijk van generatie op generatie te kunnen doorvertellen. De Westerwijkers houden hiermee hun “Brabantse trots” hoog, omdat zij een vrouw in nood hebben geholpen.
Het klokje met klanken vol jolijt
luidt iedere avond uit dankbaarheid
Hertogin Johanna van Brabant reisde in het jaar 1390 door Brabant. Ze verdwaalde op haar route en kwam vast te zitten met haar rijtuig. Nadat de boeren van Goirle weigerden haar te helpen, werd er hulp gevraagd in de Westerwijk. Deze boeren hielpen de hertogin weer op de goede weg. Uit dankbaarheid schonk ze een stuk grond, waarvan de opbrengst geheel toekwam aan de hulpvaardige boeren. Daarnaast werd er ook een klok geschonken aan de toren van Hilvarenbeek. Die klok moest iedere avond omstreeks negen uur luiden, het tijdstip waarop Johanna vast kwam te zitten met haar rijtuig. Aan deze historische sage (Sinninghe 1933, p. 279) wordt in de Nederlandse Volksverhalenbank het typenummer SINSAG 1103 toegekend. Hier zijn meerdere versies aan gekoppeld. In Boxmeer (Noord-Brabant) is een versie bekend waarbij een jonkvrouw vastraakt in het moeras. De mensen die haar gered hebben krijgen voortaan ieder jaar op vastenavond-maandag een gift vanuit haar hoeve te Vortum. De gift bestaat uit een halve varkenskop, brood, metworst van zeven ellen lang en een half tonneke bier (Eigen Volk XI 1939, p. 97). In het Limburgs is er een versie te vinden over de hofmeijer Pepijn. Tijdens zijn reis naar de St. Pietersberg verzonk hij in het moeras. Mensen uit Pey en de Slek hielpen hem eruit. Uit dankbaarheid schonk hij hen het Echterwald en liet een koperen brug slaan op de plaats waar hij wegzakte. De koperen brug is later verdwenen in het moeras. Er is vaak gegraven, maar de brug is nooit teruggevonden (Welters 1875, p. 93; Kemp 1925, p. 67; Sinninghe 1938, p. 49). De versie uit Hilvarenbeek speelt zich af rond de hertogin Johanna van Brabant (1322-1406), dochter van Jan III van Brabant. Zij trouwde in 1331 met Willem IV, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. Na het overlijden van haar eerste man in 1345 hertrouwde ze in 1354 met Wencesla(u)s. Haar tweede man was graaf en erfhertog van Luxemburg. Johanna en Wencesla(u)s regeerden samen over Luxemburg, Brabant en Limburg. Haar tweede man overleed in 1383, waardoor Johanna de laatste jaren van haar leven alleen regeerde. Johanna was een belangrijke vrouw voor Brabant. In de context van de sage, is zij belangrijk voor de plaats Hilvarenbeek en met name de buurt Westerwijk. De sage van Johanna van Brabant is, voor zover terug te vinden, weinig aan verandering onderhevig geweest. Er komen in de mondelinge overleveringen van de 20ste en 21ste eeuw slechts kleine verschillen naar voren. Die verschillen zijn voornamelijk van toepassing op de plaatsen waartussen zij zou hebben gereisd. De meeste versies spreken over de route van Brussel naar ’s Hertogenbosch. Daarbij zou zij verdwalen in de Donkven. In het lied dat C. Remmers, Pastor van de St. Petrusparochie in Hilvarenbeek, in 1990 schreef voor een liedjesfestival wordt echter gesproken over de weg naar Antwerpen. Deze plaats kan hij gekozen hebben om het rijmen wat makkelijker te maken. Ze kwam mej vier lakeije op weg nor d'n Anvèrs dwars dur ons contereien maar raokte in misère: (Biks trio 1990) Een andere variant is de reis tussen 's-Gravenhage en Brussel. Deze versie van het verhaal is afkomstig van verteller A.J. Remmers, een caféhouder uit Tilburg, en is in circa 1967 opgetekend door volksverhaalverzamelaar A. Van Oirschot (Typoscripten van volksverhalen; Archief Meertens Instituut). In zijn versie wordt de Donkven niet als plaats gegeven waar de hertogin vast kwam te zitten, maar juist Nieuwkerk. Hiermee wijkt hij als enige af. De versies die melding maken van de plaats waar Johanna vast raakte spreken allemaal over de Donkven of de Donk. Nieuwkerk, een grensgebied bij Goirle richting Turnhout, wordt door niemand anders genoemd. Volgens A.J. Remmers zou daar nog een kapel staan die werd geschonken door Anna van Henegouwe, een andere naam die regelmatig aan Johanna wordt gegeven, maar dit blijkt niet waar te zijn. De kapel werd gebouwd in 1638/1639 nadat de parochiekerk na de val van 's-Hertogenbosch in 1629 aan de protestanten was gegeven. Deze kapel is ruim drie eeuwen na het voorval geplaatst en draagt onder andere de naam St.-Jansgoôl. Naast dit feit dat de kapel niet door Johanna is geschonken, zou het ook vreemd zijn dat Johanna de boeren van Goirle zou belonen, terwijl zij haar niet wilden helpen in de nacht dat ze vast kwam te zitten. Een laatste afwijkende versie werd in juni 2006 verteld door B.W.Th. Duijvestijn, gids in de toren van de St. Petrus-banden kerk te Hilvarenbeek. Volgens hem zou Johanna reizen van Breda naar Thorn aan de Maas. Volgens de oudst genoteerde versie uit 1838 (Broeders 1838, p. 62-64) staat in de Donkven te Westerwijk sinds 1390 een houten kruis. De boeren uit die streek hielpen de hertogin toen zij was vastgeraakt in het moeras. Johanna schonk de boeren daarom 64 bunders grond. Het houten kruis werd geplaatst als herinnering aan het voorval, maar diende tevens als waarschuwing voor vreemdelingen. Niemand mocht inbreuk maken op de rechten die Johanna de boeren van de Westerwijk had gegeven. Volgens Broeders zou een inwoner van een naburig dorp zich schuldig hebben gemaakt aan het stelen van turf. Deze man werd vastgebonden aan het kruis totdat zijn vrouw ten overstaan aan de dorpsregering de losprijs had betaald. Het houten kruis, dat verband houdt met de uitgifte van gronden, komt bij bijna iedere versie van het verhaal terug. Alleen bij het lied van C. Remmers worden zowel de gift van de grond als het houten kruis niet genoemd. Naast de schenking van gronden werd volgens sommige versies een klok geschonken. Het zogenaamde Johanna van Brabant-klokje dat iedere avond omstreeks 21.00 uur luidt. C. Remmers noemt dat klokje als specifiek gegeven in zijn versie van het verhaal uit 2006, omdat hij het iedere avond hoorde luiden, maar niet wist waarom. Later werd hem het verhaal verteld over Johanna van Brabant, voor wie iedere avond het klokje luidt. Ook in zijn lied vertelt hij over het klokje. Ondanks dat het niet in alle versies naar voren komt, lijkt deze klok al eeuwen in gebruik te zijn. B.W.Th. Duijvestijn weet over de toren van de St. Petrus-banden te Hilvarenbeek te melden dat men omstreeks 1450 begonnen is aan de bouw van deze toren, die een hoogte heeft van veertig meter. In de toren hangen vier klokken uit 1536 van de klokkengieter Jasper Moer uit ’s-Hertogenbosch. Deze vier klokken zijn vernoemd naar de vier evangelisten. Na de oorlog is de Marcusklok verdwenen. De overige drie hangen er nog steeds. De Lucasklok dient als luidklok en hoor je iedere avond rond 21.00 uur. Tegenwoordig dient het als herinnering aan de boeren van de Westerwijk die Johanna van Brabant uit de modder haalden, maar vroeger zou het volgens Duijvesteijn de functie hebben gehad om de dwalende te helpen. Johanna van Brabant was verdwaald op haar reis. Ze vroeg daarom een klok te laten luiden, zodat de mensen die aan het dwalen waren duidelijk werd gemaakt dat er een dorp in de buurt was. Op de Lucasklok staat de volgende tekst geschreven Lucas is mynen naem. Jasper Moer maeckten my int jaer ons heeren MCCCCCXXXVJ (Nederlandse klokkenspel-vereniging). De klok is daarmee duidelijk te jong om door Johanna geschonken te zijn. Het zou kunnen dat er voor voorheen een andere klok fungeerde als luidklok, maar de toren waarin de klok zou hebben moeten hangen is ruim 40 jaar na het overlijden van Johanna gebouwd. De klok werd waarschijnlijk pas later in relatie gebracht met Johanna van Brabant. Wanneer de verschillende 20ste en 21ste eeuwse versies met elkaar worden vergeleken valt op dat er nergens, op twee versies na, melding wordt gemaakt van de plaats waar Johanna zou blijven overnachten. De twee versies waarin wel wordt gespeculeerd over de verblijfplaats van Johanna verschillen onderling van elkaar. C. Remmers dacht dat zij overnachtte in een herberg op het Vrijthof. Dat is het plein vlak voor de kerk van Hilvarenbeek. In de infokrant (Kempenland info 1993, p. 5) denken ze dat Johanna overnachtte in de boerderij waar nu het houten kruis in de tuin staat. Aangezien het bij de overige versies ontbreekt is het geen belangrijk gegeven van het verhaal. Vandaag de dag leeft het verhaal van Johanna van Brabant nog steeds onder de inwoners van Hilvarenbeek, want iedereen groeit ermee op. Bij de voorbereiding op de jaarlijkse communie wordt het verhaal aan de kinderen van het dorp geleerd. Dit verhaal wordt ontleend aan de versie van C. Remmers. Iedere avond omstreeks 21.00 uur is nog steeds het befaamde "Johanna van Brabant-klokje" te horen. En in de Westerwijk staat nog steeds het houten kruis waar, volgens de sage, de hertogin vast raakte. Op het kruis staat het jaartal aangegeven met Arabische cijfers 1390 en niet, zoals je zou verwachten, met Romeinse cijfers MCCCXC. Dit zou erop kunnen wijzen dat het pas later is toegevoegd aan het verhaal. Het kruis is in de loop der jaren regelmatig vervangen. Op een foto uit 1937 (Hildewaren Beke 1981, p. 118) is het kruis te zien. Het kruis verkeert op die foto in rotte toestand en zal niet veel later vervangen zijn. In de infokrant (Kempland info 1993, p. 5) is een andere foto te zien, wederom met een rot kruis. In deze infokrant wordt vermeld dat het binnenkort zal moeten worden vervangen. Dit is uiteindelijk ook gebeurd, want het kruis dat er in 2006 staat is redelijk gaaf. In welk jaar de twee eerder genoemde kruizen zijn vervangen, evenals uit welk jaar het eerste kruis stamt wordt niet vermeld. De gronden die toentertijd zijn uitgegeven zijn voor het overgrote deel verkocht aan de Goirlese textielfabrikant Van Puijenbroek in 1918, zo heeft heemkundige C.A.M. Prinsen uitgebreid uiteengezet. De resterende gronden zijn verkocht aan boeren die in de Westerwijk wonen. Er zijn nu nog een stuk of vier boeren, onder andere de boer waar het houten kruis in de tuin staat, die grond in bezit hebben. Van de rente wordt ieder jaar tussen Kerst en nieuwjaar een koffietafel georganiseerd. Tijdens de nachtmis met Kerst wordt er nog ieder jaar gebeden voor de zielenrust van Johanna van Brabant en voor de hulpvaardige boeren uit de Westerwijk. Daarnaast ligt in Hilvarenbeek de Johanna van Brabantlaan. In die laan staat een beeldje van de hertogin. In haar hand houdt ze een stuk perkament. Op dat perkament staat de naam Johanna van Brabant. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid, hoewel dat nergens expliciet wordt vermeld, het document zijn waarin het privilege van de boeren staat beschreven. Dit beeld is gemaakt uit de Franse kalksteen euvil door beeldhouwer W.F. van Breen uit Hilvarenbeek. In 1987 is het beeld naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van de buurt geplaatst. In 2000 werd het beeld gedeeltelijk vernield. Er is toen door dezelfde beeldhouwer een nieuw hoofd voor het beeld gemaakt. Het verhaal van Johanna van Brabant berust slechts voor een kleine verhaalkern op waarheid. Het verhaal is nergens terug te vinden in de oorkondes uit de late 14e eeuw. De oudste versie van het verhaal komt voor het eerst voor in een "schoolboekje" uit 1838. Dit boekje is geschreven ter bevordering van nuttige kennis en goede zeden (Broeders 1838, binnenkant omslag). Het is daarom goed mogelijk dat het verhaal van Johanna van Brabant een verzinsel is uit de 19e eeuw om de jeugd duidelijk te maken dat je hulpvaardig moet zijn voor mensen die om hulp vragen en dat je daar dan voor wordt beloond. Daarnaast kan de geringe ouderdom en het ontbreken van de naam Johanna van Brabant op de Lucas-klok erop duiden dat deze klok niet altijd diende als waarschuwing voor de dwalende en dat de relatie tot Johanna van Brabant er pas later aan is toegevoegd. Het gebruik van Arabische cijfers op het houten kruis getuigt ook van een moderne overlevering. De reden waarom Johanna grond heeft geschonken aan de boeren kan waarschijnlijk ook op een andere manier verklaard worden. Het is echter niet te weerleggen dat ze daadwerkelijk grond heeft geschonken, want er waren vroeger documenten van. Deze zijn helaas verloren gegaan. Hieruit blijkt dat rondom een historische waarheid naar alle waarschijnlijkheid een verhaal is verzonnen, om het gemakkelijk van generatie op generatie te kunnen doorvertellen. De Westerwijkers houden hiermee hun “Brabantse trots” hoog, omdat zij een vrouw in nood hebben geholpen.
Literatuur
Bibliografie Adriaenssen, L.F.W., Hilvarenbeek onder de hertog en onder de generaliteit. Sociale en ekonomische geschiedenis van een Kempens dorp tussen 1400 en 1800. Heemkundige kring Hilvarenbeek en Diesen 'Ioannes Goropius Becanus', 1987. p. 1, 68-69. 408-409. Bos-Rops, J.A.M.Y., Hollandse duoarie van Johanna van Brabant (1322-1413). Een voorbeeld van middeleeuwse betalingspraktijken. In: Holland, regionaal-historisch tijdschrift tweemaandelijkse uitgave van de Historische Vereniging Holland. Dordrecht: 1992. Jaargang 24. p. 78-93. Broeders, H., Geschied- en Aardrijkskundige beschrijving der gemeente Hilvarenbeek, voor de jeugd. Te Tilburg, bij de Wed. J. van Gemert en Zonen, 1838. p. 62-64 en de binnenkant van de omslag. Brouwer, P.C., Hilvarenbeek tot 1813. Drukkerij de Hilverbode, Hilvarenbeek MCMXXXXVII [1947]. p. 14-17 Gils, J. van, en Peeters, R., Hilvarenbeek en zijn kerkdorpen. Hilvarenbeek: Heemkundige kring Hilvarenbeek en Diessen 'Ioannes Goropius Becanus', 1994. p. 64 Hildewaren Beke. Een bundel heemkundige opstellen over Hilvarenbeek en Diessen. Hilvarenbeek: Heemkundige kring, februari 1981. p. 117-118 'Johanna'. in: Het nieuwsblad, dinsdag 8 september 1987. p. 3 Kemenade, K. van, Tussen torentjeshoeve en Prins Hendrikslaan, onder de toren. Deel III. Hilvarenbeek: Stichting Bikse Torensteun, 1990. p. 28-29 Kemenade, K. van, Rondom het aards paradijs. Johanna van Brabant in Hilvarenbeek. Hilvarenbeek: Hilverbode, 5 maart 1998. Kemp, p., Limburgs sagenboek. Lutterade: Fonds voor heemkunde, 1925. p. 67. Welters, H. Limburgsche legenden, sagen, sprookjes en volksverhalen, verzameld en uitgegeven. Venloo: Uyttenbroeck, 1875. p. 93. Lauwers, J.M., Langs de Hilverboorden. Bijdrage tot de kennis van het Brabantsche Landschap en Volk. [Hilvarenbeek]: [Vereeniging “Hilvarenbeek Vooruit”, 25 mei 1924. [Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Landgoed “De Utrecht” en het gouden feest van de Harmonie “Concordia”] p. 50 Nederlandse klokkenspel-vereniging, blad 2. [Ontvangen van Bob Duijvesteijn, bij zijn rondleiding in de toren van de St. Petrus-banden] Oirschot, A. van, e.a., Encyclopedie van Noord-Brabant in 4 delen. Baarn: Market Books b.v., 1985. Deel 2, p. 199-202, 275-276. Remmers, C., ZEGGEn en SCHRIJVEn. Preken en liederen van Pastor Cees Remmers. 28 mei 1989. [Ter gelegenheid van het zilveren priesterfeest van Pastor Cees Remmers] p. 47 Ruhe, H.A.M., 'De Vrijthof - het hart van Hilvarenbeek.' In: Hilvarenbeek in heden en verleden, uitgave ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Heemkundige Kring Hilvarenbeek en omstreken "Ioannes Goropius Becanus". Juni 1970. P. 36. Sinninghe, J.R.W., Noord-Brabantsch sagenboek. Scheveningen: Uitgevers-bedrijf "Eigen volk", 1933. p. 279 Sinninghe, J.R.W., 'Noord-Brabansche sagen en legenden'. In: Eigen volk. Tweemaandelijksch tijdschrift voor de volkskunde van Groot-Nederland. Met genealogisch-heraldisch bijvoegsel "De Liebaert". Haarlem: N.V. Uitgevers-maatschappij "eigen volk", 1939. Jaargang XI. p. 97. Tacken, T. en Gisbergen, C. van, Kempenland Info. December 1993. pag. 5 (Regionaal archief Tilburg) [archiefnummer: 1101, naam archief: plaatsingslijst van de collectie documentatie Hilvarenbeek, inventarisnummer: 11] Typoscripten van volksverhalen, opgetekend door A. van Oirschot. Met protocollen van K186-1 tot en met K186-31. 1966-1969. (Archief Meertens Instituut) [Protocol K186-9 nr. 3, K186-9 nr. 3 en K186-19 nr. 5] http://webdoc.ubn.kun.nl/old-and-rare/portret/052/30524862.gif Opname: Een band met de toren, Hilvarenbeek november 1990. Studio Tammezuur. Toon v. d. Broek en Harry Al. Cassetteband. Kopie opname archief Meertens Instituut. Nederlandse Volksverhalenbank, JOH002 [Biks Trio] Interviews: Duijvestijn, B.W.Th. dr., op 23 juni 2006, te Hilvarenbeek. Cd-opname archief Meertens Insituut. Nederlandse Volksverhalenbank, JOH010 Prinsen, C.A.M., op 31 mei 2006, te Hilvarenbeek. Cd-opname archief Meertens Insituut. Nederlandse Volksverhalenbank, JOH004 Remmers, C., op 31 mei 2006, te Hilvarenbeek. Cd-opname archief Meertens Insituut. Nederlandse Volksverhalenbank, JOH001.
