Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DYKFRIES2052 - Leer om leer

Een mop (boek), 1896

Hoofdtekst

Leer om leer.
Een arme jongen diende bij een boer voor onderknecht. Gedurende den zomer kon de boer hem best gebruiken; in den wintertijd echter was er weinig voor hem te doen. Maar omdat zijne ouders zeer arm waren, hield de boer hem des winters ook maar, alleen voor den kost. Hiermede meende de man een groote weldaad aan den knaap te bewijzen en verzuimde niet, dit den armen sukkel van tijd tot tijd te laten gevoelen.
Onder de huishoudelijke wintervoorraad van den boer speelden rapen zoowat de hoofdrol. Minstens driemaal in de week bestond de middagpot uit rapen. Die werden dan vooraf fijngesneden en aldus gekookt. Maar als de meid het druk had, ging dat fijnsnijden wel ietwat haastig toe. Zoo gebeurde 't, dat onze arme jongen op zekeren middag aan tafel in zijn schotel een stuk koolraap kreeg ongeveer zoo groot als een vuist. «Wel verbazend!» zeî hij, «wat een dik stuk raap.» - «Een dik stuk raap? Het is immers een stuk spek,» voegde de boer hem toe. «Nu boer,» antwoordde de knaap bescheiden, «dat kunt gij niet meenen. Gij ziet even goed als ik, dat het een stuk raap is.» - «Kom, kom, jongetje!» zeî de boer met een streng gezicht, « je moest me maar wat minder tegensnappen. Het is spek, zeg ik je, en als het je niet bevalt ga dan maar bij je ouders in den kost, hoor! Ik kan je wel missen.» De knaap proefde nu eens van het stuk raap en zeî daarop: «Waarlijk, de boer heeft gelijk. Ik heb verkeerd gezien. Het is spek. Maar zulk een groot stuk kan ik niet verteren, ik moet er een gedeelte van terug geven.» - «Kom,» zeî de boer, «peuzel het maar op, het is je gegund.» Het is begrijpelijk dat de knaap door de andere dienstboden werd uitgelachen.
De zomer kwam en de hooi-oogst met zijne drukte. Dan zijn er bij den boer dikwijls handen te weinig. De arme knaap was gansch geen luiaard. De boer zoude hem toen niet gaarne hebben gemist. Het gebeurde eens dat de knaap in de schuur boven op een hooggeladen wagen met hooi stond om dien te helpen ledigen. De boer had zijne bezigheid op den grond. De knaap zag een grauwe kat loopen en riep: «Kijk, boer! daar loopt een haas.» - «Ben je mal, jongen?» zeî de boer, «dat is immers een kat.» - «En ik zeg dat het een haas is,» hernam de knaap. «Kom,» zeî de boer, «maak nu geen grappen, maar werk.» - «ik zal voor u niet meer werken,» was 't antwoord; «als gij volhoudt dat dat een kat is, ga ik terstond naar onzen buurman; ik weet dat hij mij gaarne zal aannemen voor een goed loon.» - «Ja, maar,» zeî de boer, «zoo is 't niet bedoeld. Ik zie nu wel dat je gelijk hebt; het is een haas.» - «Mooi zoo!» riep de knaap vroolijk; «dat waart ge nog aan mij schuldig:

Toen de raap was spek,
Moest ik houden den bek;
Maar nu de kat is een haas,
Nu speel ik den baas.

Onderwerp

AT 1565** - Turnips as Bacon    AT 1565** - Turnips as Bacon   

ATU 1565** - Turnips as Bacon.    ATU 1565** - Turnips as Bacon.   

Beschrijving

Een arme jongen werkt bij een boer. 's Zomers is er werk genoeg, maar 's winters niet. Toch mag hij ook dan bij de boer in de kost, omdat zijn ouders arm zijn, maar de boer wrijft de jongen dit steeds in. Als de jongen op een dag tijdens het eten een groot stuk raap op zijn bord krijgt, beweert de boer bij hoog en bij laag dat het een stuk spek is en dat de jongen hem niet zo brutaal moet tegenspreken, hij kan immers prima gemist worden. De jongen noemt het stuk raap nu ook spek. In de zomer weet hij de boer op zijn nummer te zetten. Hij noemt een kat een haas en zegt te zullen vertrekken als de boer dit niet beaamt. De boer kan niet anders dan toegeven. Zo is de schuld vereffend.

Bron

Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 125-126

Motief

J1511.2 - Turnips called bacon: cat called rabbit.    J1511.2 - Turnips called bacon: cat called rabbit.