Hoofdtekst
Hoe eene heks hare slachtoffers wist te pijnigen leert het volgende: Een boer, die kort geleden op eene andere plaats was komen wonen, werd door zijne vrouw verrast met de geboorte van een jongen zoon. Aanvankelijk was dit kind gezond en zag het er kostelijk uit, - maar dit veranderde spoedig. De boer had een vasten arbeider; deze kwam iederen morgen tegen vijf uren om aan het dorschen te gaan. En niet lang daarna begon het kind onrustig te worden; dan schreide het hevig en aanhoudend, het scheen veel pijn te lijden. Dit duurde telkens tot bijna zeven uren. De ouders wisten er geen raad meê. De boer zeî: «Het is toch vreemd, dat dit altijd begint als Abe begint te dorschen. Zou die man te vertrouwen zijn? Wij kennen de menschen hier nog niet voldoende.» De man zinspeelde op tooverij en de vrouw achtte 't ook niet onwaarschijnlijk dat er zoo iets achter schuilde. Zij zeide: «Zou het niet goed zijn als gij Abe daar eens over onderhieldt?» De boer achtte dit wel raadzaam. Hij sprak met Abe over de zaak, maar deze bezwoer bij hoog en laag dat hij de zwarte kunst niet verstond en evenmin wist waaraan het kind van den boer leed. Den volgenden morgen zond de boer Abe naar het veld te werken, en toen de man nu even voor zevenen in zijne woning kwam om gereedschap te halen, vond hij den vuurpot op den haard vol gloeiende kolen. De vrouw scheen een groot vuur gestookt te hebben en hij vroeg haar naar de reden daarvan. Zij had aardappelen voor het varken gekookt, zeî ze. Maar dit was niet waar, want die waren den vorigen avond reeds gekookt. Abe kreeg er een schuin oog op en dacht: «verduiveld! zou ik eene heks hebben getrouwd? Dat moet ik beter weten.» Des avonds zeide hij tot den boer, dat hij om bijzondere reden den volgenden morgen wat later dan gewoonlijk bij zijn werk zoude komen. En den volgenden morgen ging hij op den gewonen tijd de deur uit, maar sloop er ook weêr in, om door een reet in de kamerdeur te begluren wat zijne vrouw zoude uitvoeren. Daar zag hij nu, dat zij een turfvuur aanzette zoo groot als een stoel, en toen dit met kracht brandde, haalde zij twee poppen voor den dag. Een er van drukte zij met de voetjes tegen den heeten ijzeren vuurpot, terwijl zij zeide: «Jij bent Griet van den turfschipper; ik zal je kwellen, omdat je vaar ons erg slechte turf voor goed geld heeft verkocht.» Nu nam zij ook de tweede pop en deed er eveneens meê, onder het prevelen dezer woorden: «En jij bent de kleine Fokke van onzen boer; ik zal je pijnigen, omdat je moeder een stuiver meer dan den marktprijs voor een pond boter neemt. Ik zal dat schraapzuchtige volk tergen tot in het vierde geslacht.» Hierop opende Abe de deur en zeide; «Dit is voor het laatst, vrouw! daar kan je maar «donder!» op zeggen.» De vrouw verschrikte zoo hevig dat zij in 't eerste oogenblik wel stom scheen. Maar spoedig smeekte zij, de zaak geheim te houden. Nu, dit beloofde hij; zij was toch ten slotte zijne vrouw. Hij begaf zich weder naar den boer, en daar gekomen was 't eerste, wat hij vroeg, hoe het met den kleinen Fokke was. «O! van morgen veel beter dan anders,» werd hem geantwoord; «hij heeft maar een weinig geschreid en nu slaapt hij als eene roos.» - «Ja,» zeî Abe, «'t kan zijn dat hij van nu aan wel betert. Hij is misschien 's morgens wat koortsig geweest.» Dit kwam den boer ook zeer waarschijnlijk voor, «want,» zeide hij, «het kind had altijd vuurheete voetjes, terwijl het zoo schreide.» «Mijne vrouw,» zeide Abe nu, «wenscht zaterdagavond wel boter te hebben; maar dien stuiver boven de markt, daar pruttelt zij bijster over. 't Is in den winter.» - «Welnu!» zeî de boerin, «dan moet ik dat wat schikken.» Abe ging weêr aan zijn werk. Zijne vrouw kreeg des zaterdagsavonds de boter een stuiver goedkooper en de kleine Fokke groeide sedert dien tijd als kool.
Onderwerp
SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.
  
TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek   
Beschrijving
Een boer en zijn vrouw hebben een zoontje, Fokke. Elke dag als knecht Abe aan het werk gaat, begint het kindje niet lang daarna onrustig te worden en te huilen, urenlang. De boer en boerin zijn bang dat er sprake is van tovenarij en vertrouwen Abe niet. Abe zweert echter dat hij niets met de zaak van doen heeft. Als Abe thuiskomt, heeft zijn vrouw de ketel op het vuur staan, naar zij zegt om aardappelen voor het varken te koken. Dit heeft ze de dag daarvoor echter al gedaan en Abe krijgt argwaan. De volgende dag bespiedt hij zijn vrouw terwijl ze denkt dat hij aan het werk is. Ze zet wederom de ketel op het vuur en haalt twee poppen tevoorschijn. Het eerste popje noemt ze Griet, de dochter van de turfschipper die haar slechte turf verkocht heeft. Ze drukt de voetjes van het popje tegen de hete ketel om het meisje te kwellen. Het tweede popje noemt ze Fokke, de zoon van de boer. Ook hij moet gekweld worden, omdat de boerin de boter te duur verkoopt. Abe stormt naar binnen en zegt dat het afgelopen moet zijn. Zijn vrouw smeekt hem niets te vertellen. Abe gaat naar de boer, daar blijkt dat het een stuk beter gaat met Fokke.
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 159-161
Motief
G263.4 - Witch causes sickness.   
D2063.1 - Tormenting by magic.   
G250.1 - Man discovers his wife is a witch.   
Commentaar
Onderdeel van het hoofdstuk "Tooverheksen en duivelbanners".
Naam Overig in Tekst
Fokke   
Abe   
Griet   
