Hoofdtekst
Op de Broek onder Akkerwoude woonde weleer eene oude naaister, die wel eens een dag naar een der boeren in den omtrek ging om naaiwerk te verrichten, en 's avonds keerde zij dan meest naar haar huis terug. Nu gebeurde 't eens in den winter, toen het water dichtgevrozen lag, dat in die streek drie rietsnijders nog laat in den avond op het veld aan het werk waren. En nu zagen zij de oude naaister langs het ijs rijden in een klein wagentje met een zwart kalfje er voor. Juist nevens de drie werklieden bleef het rijtuig staan, om even te rusten, naar 't scheen. Nu riep een der rietsnijders: «Breekt er wat?» Daar scheen het kalfje zoo van te verschrikken, dat het met wagentje en naaister en al wegvloog zoo snel als de wind.
Beschrijving
Een oude naaister gaat overdag wel eens naar een boer om naaiwerk te verrichten, 's avonds rijdt zij in haar wagentje, getrokken door een zwart kalf, weer naar huis. Op een koude winteravond zijn er drie rietsnijders in het veld aan het werk. Zij zien het oude vrouwtje in haar wagentje langs het ijs rijden en stilhouden. Een van de rietsnijders roept: "Breekt er wat?" Het kalfje lijkt hier zo van te schrikken dat het razendsnel wegvliegt met het wagentje en de naaister.
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 161
Commentaar
Onderdeel van het hoofdstuk "Tooverheksen en duivelbanners".
Plaats van Handelen
Akkerwoude   
Broek   
Kloekenummer in tekst
B029a   
