Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DYKFRIES2109

Een sage (boek), 1896

Hoofdtekst

Te Bolsward woonde voor zeer vele jaren een jonge schipper, die gehuwd was met eene schippersdochter. Zij hadden twee kinderen, die voordeelig opgroeiden en, zooals 't dikwijls gaat, al spoedig volgde de derde. De baker, die zij bij zulke gelegenheden in dienst hadden, was eene, die hare menschen bijzonder naar den mond wist te praten. Velen zijn daarmee gediend; zoo ook de bedoelde jongelui. Eerst ging alles naar wensch, maar na verloop van eenige dagen werd het met den jonggeborene zichtbaar minder. Het kind zag er niet te best uit en was steeds lastig en krijterig. Het werd sukkelend. Nog slechts weinige weken was dat kind oud, toen de ouders metterwoon vertrokken naar een naburig dorp. Het zieke kind verachterde steeds; men liet er wel een dokter bij komen, maar 't hielp niet. De ouders kwamen dan ook langzamerhand tot de overtuiging, dat het kind betooverd moest zijn. Verstandige buurvrouwen waren 't hiermede eens en gaven allerlei raad en inlichting, maar weinig wat iets kon baten. — Er woonde in dien tijd te Bolsward een man, van wien men vertelde dat hij iets meer kon dan een gewoon mensch, zoo iemand dien men wel duivelbanner noemt, maar wien deze naam juist niet welgevallig is. De schippersvrouw besloot dien man over haar sukkelend kind te raadplegen. Op een goeden dag, toen het kind tamelijk goed was, reisde zij er meê met het veerschip naar Bolsward. Bij den wonderdokter
toegelaten, gaf zij hare boodschap te kennen. Hij beschouwde eene poos het kind aandachtig en zeide toen: «Je hebt wel wat lang gedraald met bij me te komen, moedertje! Het is toch wel jammer, dat men altijd komt wanneer het bijna te laat is. Nu, je moet zorgen eene goede hoeveelheid water van het kind te behouden. Dan moet je een nieuw hol steenen kookpannetje uit den winkel halen, met een pakje stevige spelden. Deze doet gij in het pannetje en giet het water daarop ; de spelden moeten er goed onder staan. Dan brengt gij den boel boven een flink brandend vuur aan het koken, en dan kan 't wel zijn dat er iemand bij je buiten om het huis komt loopen. Woont echter de pleegster van het kwaad op tamelijk verren afstand van uwe woonplaats, dan komt zij niet. Maar alsdan zal zij in haar eigen huis, zoolang gij het water laat koken, eene bijna ondragelijke pijn moeten doorstaan, zoodat zij het uitschreeuwt. Begint het kind van dien tijd af te beteren, dan zal het wel spoedig geheel klaar zijn. Het is ook mogelijk dat het niet betert, omdat ge zoo laat bij mij gekomen zijt. In dat geval moet je in de volgende week terugkomen, dan zal ik andere middelen beramen.» — De vrouw reisde met haar kind terug, en zoo spoedig doenlijk deed zij wat de dokter had bevolen. Zij zorgde nauwkeurig in alles volgens diens voorschrift te handelen. Zij liet het water koken tot het geheel was verdampt en daarmee was natuurlijk het werk afgeloopen. Maar zij had, terwijl het water kookte, geen oud wijf bij haar huis vernomen en geen kattengejammer gehoord. Zij moest dus denken dat de tsjoenster van haar kind niet in de nabijheid woonde. Maar wat het gelukkigste was; het zieke kind begon van het eerste uur af te beteren. Ongeveer drie maanden later was het reeds een jongen alsof hij uit den dijk was gedolven. Het was nu in het fraaiste van den zomer en alle dagen mooi weer; daarom besloot de schippersvrouw hare familie en kennissen te Bolsward te gaan bezoeken. Zij was nu trotsch op haren prachtigen jongen, die de tooverij zoo schitterend had beschaamd, en wenschte hem wel hier en daar te laten zien. Evenals den vorigen keer reisde zij met het schip naar Bolsward. Toen zij daar in den voormiddag aan wal stapte, was de eerste, die zij ontmoette, een dochtertje van de reeds genoemde bloemzoete baker. Het meisje, dat boodschappen ging doen, vroeg aan de jonge vrouw hoe 't haar en haar kind ging, en deze vroeg aan het meisje hoe 't hare moeder de baker ging. «Thans zeer goed,» zeide 't kind, «maar 't zal een maand of drie geleden zijn, toen heeft zij eens op een dag zulk een verschrikkelijke pijn gehad, dat het om niet uit te houden was. Zij stond des morgens gezond op en na verloop van een paar uren begon het, en zóó hevig, dat wij er geheel van werden ontsteld. De dokter werd gehaald, deze schreef een recept, toen kregen we een fleschje met goed uit de apotheek, daar moest moeder onmiddellijk vijftien druppels van innemen, en bedaarde de pijn niet, dan na verloop van een half uur weer vijftien druppels. Maar wij hebben haar wel viermaal moeten ingeven eer de pijn bedaarde. Toen was 't plotseling over. Nu is moeder heel goed; gij komt haar zeker even groeten? Zij heeft dikwijls naar uw jongetje gevraagd.» — «Ik weet niet of ik er den tijd voor zal hebben, » zei de vrouw, het meisje verlatende. Maar zij dacht bij zichzelve: «Dat valsche wijf behoeft niet te denken, dat zij mijn knaapje opnieuw in de schaar zal krijgen.» Zij kon wel nagaan, dat juist op denzelfden tijd, toen zij haar vreemdsoortig kooksel te vuur had, de baker dien hevigen aanval van pijn had gekregen. Zij herinnerde zich nu wat de duivelbanner haar had gezegd, en het werd haar zoo klaar als de dag: niemand dan die lieve, vriendelijke baker kon de heks zijn, die haar kind had betooverd. Zij vertelde dit aan een ieder en de baker was sedert als tooveres gebrandmerkt.

Onderwerp

SINSAG 0627 - Hexe durch Verbrennung eines magischen Mittels gequält    SINSAG 0627 - Hexe durch Verbrennung eines magischen Mittels gequält   

TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek    TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek   

Beschrijving

Het jongste kind van een schipper en zijn vrouw is ziekelijk. De ouders vermoeden dat er tovenarij in het spel is en de moeder besluit naar een duivelbanner te gaan om raad. Deze geeft haar het advies de urine van het kindje te bewaren, een stenen pannetje te kopen en een pak spelden. De spelden en de urine moet zij in het pannetje doen en aan de kook brengen. Wanneer ze dat doet, kan de heks naar het huis komen en rond het huis lopen jammeren, of, wanneer zij ver weg is, zal de heks in haar eigen huis veel pijn lijden. De moeder doet zoals gezegd, maar er komt niemand naar het huis. Vanaf die tijd wordt het kindje weer beter. De vrouw gaat enige tijd later met haar kind naar haar oude woonplaats. Daar ontmoet ze het dochtertje van de oude baker, die haar vroeger met haar kinderen geholpen heeft. Het meisje vertelt haar, dat haar moeder enige tijd geleden een dag erg veel pijn heeft gehad. De vrouw begrijpt dat deze oude baker de heks geweest moet zijn die haar kind betoverde.

Bron

Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 165-167

Motief

G263.4 - Witch causes sickness.    G263.4 - Witch causes sickness.   

Commentaar

Onderdeel van het hoofdstuk "Tooverheksen en duivelbanners".

Plaats van Handelen

Bolsward    Bolsward   

Kloekenummer in tekst