Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DYKFRIES2110

Een sage (boek), 1896

Hoofdtekst

«Ik geloof niet aan heksen en tooverij,» zeide iemand in Doniawerstal, «maar ik wil een geval vertellen, dat waarlijk gebeurd is, hoe vreemd het moge schijnen: «Mijne grootouders woonden voor zestig, zeventig jaren te Dijken, toen het met twee hunner kinderen, jongens van omstreeks vier en vijf jaren, niet naar wensch ging. Tjebbe zat altijd met de hand bij de kleêren in en op zijn keel te krabben en Watze schreeuwde en raasde steeds op eene erbarmelijke wijze. Het spreekt van zelf dat daar een dokter bij werd gehaald; maar zonder gevolg. Ben tweede geneesheer bracht even weinig hulp aan. Op herhaald aanraden van kennissen en familie besloot pake eindelijk naar den duivelbanner in de Knijpe te gaan. Hij was geen man, die met dergelijke dingen ophad, maar in den nood doet men soms iets waartoe men anders niet zou komen. Het eerste wat de duivelbanner hem toevoegde, was: «Zoo! heb ik je daar al? Ik had je nog eerder verwacht, het staat niet zoo best bij u aan huis.» En zoo meer. Hij vertelde alles juist zooals 't was, ook dat Watze altijd raasde. «Maar,» zeide hij, «de jongen zal nu wel wat rustiger zijn.» — Van dat oogenblik af, gelijk vervolgens bleek, was het kind rustig. Toen pake zoude heengaan zeî de wonderdokter: «Je moet vanavond de kussens, waarop de kinderen slapen, eens nazien, dan zult ge wel iets vinden.» — Dit deed hij, maar vond niets bijzonders. — De medicijnen die pake meekreeg hielpen ook niet veel. De kinderen werden juist niet minder, maar beterden ook niet merkbaar. Toen kwam op zekeren dag eene vreemde vrouw, niet ouder dan dertig jaren ongeveer, met wat koopwaren in een mandje aan den arm, bij de deur. Beppe ging er heen en nu was het: «Dag, vrouw! alles wel, hier?» Zonder nadenken antwoordde beppe: «Ja, dat gaat wel.» — «Neen vrouw,» zeî nu de vreemde, «dat moet je niet zeggen, dat is niet waar. Het is hier niet goed.» En nu begon zij op te lezen, volkomen zooals alles was. Dit trok beppes belangstelling en zij vroeg: «Weet gij daar raad voor?» En toen dit bevestigend werd beantwoord, moest pake er bij komen. De vreemde vrouw kwam in huis; zij wist haarfijn te zeggen hoe 't met de kwijnende kleinen stond en zeide ten slotte: «Met het vee staat het ook niet goed.» — Dit alles wist mijn vader nog heel best en hij heeft het meermalen verteld: de koeien waren ook
betooverd. Men ging in den stal en de vrouw wees de zieke koeien aan, daarbij zeggende: «Die kan ik genezen en die, maar die niet.» En dit is later volkomen volgens haar zeggen uitgekomen. — Pake moest nu een boor nemen en gaten boren in de kozijnen der deuren en vensters, en nadat de vrouw eenig poeder in die gaten had gedaan, moest pake er pinnen in slaan en hij mocht niemand hare plaatsen laten zien of doen weten. In het woonvertrek teruggekomen zeide de vrouw: «Die het je doet heeft hier veel verkeering gehad. Zij is tegenwoordig geweest bij de geboorte van dat kind en van dat, maar bij de anderen niet.» Pake en beppe begrepen nu, dat hun oude baker bedoeld werd, die, zooals zij wel wisten, ontevreden was omdat zij in den laatsten tijd daar niet was gebruikt. Zij scheen dus haar wraak te koelen aan de jongste twee kinderen. De vrouw zeide verder: «Morgen zal hier iemand komen om wit goed, maar geeft het haar niet, want anders zou ik niets meer kunnen doen.» Den volgenden morgen omstreeks tien uren kwam er iemand, het was de oude baker, met een potje en verlangde, gelijk wel meer gebeurde, wat melk. Beppe nam het potje
om er melk in te doen, maar bedacht zich even en zeî: «Ik wil eerst mijn man eens gaan vragen.» En het antwoord van deze was: «Wij kunnen vandaag geen melk missen.» De kinderen beterden vervolgens van dag tot dag, en de vreemde vrouw kwam nu en dan hoogte nemen. Op zekeren dag gaf zij beppe een zakje met kruiden en zeî: «Dit goed moet je op dien dag en dat uur verbranden, zoo en zoo.» Beppe deed dit, maar tijdens de verbranding kwam de oude baker bij haar in huis geloopen, schreeuwende en jammerende: «O! wat heb ik een pijn! wat heb ik een pijn!» Beppe beklaagde haar niet veel, maar wees haar spoedig de deur. Na verloop van nog eenigen tijd waren de kinderen volkomen hersteld. De vreemde vrouw kwam nogmaals terug en verklaarde hare taak voor afgedaan. Op pakes vraag, wat hij haar schuldig was, antwoorde zij: «Niets; ik moet dit werk twee jaren doen, maar mag er niets voor nemen, ook voor de medicijnen niet. Maar ik ben roomsch-katholiek, en zoo gij iets geven wilt, doe het dan aan de katholieke gemeente te Sint Nicolaasga.» Dit heeft pake toen gedaan, maar van de vrouw hebben zij later nooit weer iets vernomen. — «Ik geloof niet aan heksen en tooveren,» zoo besloot de verteller, «maar dit is toch werkelijk zoo gebeurd. Mijn vader heeft het ons meermalen verteld; hij wist het nog zeer goed. Hij was, toen het gebeurde, een knaap van ongeveer acht jaren en had wel medicijnen van Langweer moeten halen.»

Onderwerp

SINSAG 0627 - Hexe durch Verbrennung eines magischen Mittels gequält    SINSAG 0627 - Hexe durch Verbrennung eines magischen Mittels gequält   

TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek    TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek   

Beschrijving

De jongste twee kinderen van een stel zijn ziekelijk. De vader besluit naar een duivelbanner te gaan. Deze zegt hem de kussens van de kinderen te onderzoeken en medicijn toe te dienen. Het mag allemaal niet baten. Op een dag komt er een vrouw aan de deur die weet dat er sprake is van ziekte in het huis. Ook het vee is niet gezond. De vrouw laat de vader gaten boren in balken in de stal. In de gaten doet ze poeder en vervolgens kunnen de gaten met pinnen weer dichtgemaakt worden. De vrouw zegt dat degene die hun kwaad doet iemand is die ze kennen, ze is ook bij de geboorte van een aantal van hun kinderen geweest. De ouders verdenken hun oude baker. De vrouw waarschuwt het stel, dat er de volgende dag iemand om iets wits zal komen vragen, dit mogen ze niet geven. De volgende dag komt de baker vragen om melk, maar het wordt haar niet gegeven. De behulpzame vrouw komt weer terug en geeft de ouders een zakje kruiden, dit moet verbrand worden. Tijdens het verbranden van de kruiden loopt de baker jammerend om het huis. Hierna herstellen de kinderen.

Bron

Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 167-169

Motief

G263.4 - Witch causes sickness.    G263.4 - Witch causes sickness.   

C784.1 - Tabu: lending to witch.    C784.1 - Tabu: lending to witch.   

G257.1 - Burning object forces witch to reveal herself: sympathetic magic.    G257.1 - Burning object forces witch to reveal herself: sympathetic magic.   

Commentaar

Onderdeel van het hoofdstuk "Tooverheksen en duivelbanners".

Naam Overig in Tekst

Tjebbe    Tjebbe   

Watze    Watze   

Plaats van Handelen

Doniawerstal    Doniawerstal   

Dijken    Dijken   

Knijpe    Knijpe   

Sint Nicolaasga    Sint Nicolaasga   

Langweer    Langweer   

Kloekenummer in tekst