Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ARCHKRK44001

Een sage (boek), maandag 01 januari 1844

Hoofdtekst

Geen gedeelte des Vaderlands, dat aan bescheiden, vroeger dagen betreffende, zoo arm schijnt, als de Thielerwaard. Dat de reden hiervoor niet gelegen is in gebrek aan stoffe gevoelt men, wanneer men bedenkt, dat er zich daar als eene aaneengeschakelde rei van Riddersloten bevond en dat de meeste kerkgebouwen, dáár aanwezig, getuigen van hoogen ouderdom. Men herinnere zich slechts, hoe rondom het dorp Deil, aan de Linge gelegen, op eene lengte van naauwelijks een kwartier uur gaans, zeven kasteelen derzelver spitsen verhieven en vergelijke de verschillende gift-brieven, in de 10de en 11de eeuw uitgevaardigd, waarin onder anderen melding wordt gemaakt van Tulii (Tuil) Mater Ecclesiarum cum quatuor Capellis attinentibus, Niavela (Nieuwaal?), Hilde (Hellouw?), Haften (Haeften), Gamberen (Gameren?).
Gelukkig echter, dat de genoemde oorden aan volksverhalen niet zoo stiefmoederlijk zijn bedeeld geworden. Onder die allen, die meerendeels tot het Kerkelijke leven in ons Vaderland in geene betrekking staan, is er één, dat daaraan niet zoo geheel vreemd schijnt. Het knoopt zich aan eenen der bewoners van het slot Bulckenstein, dat tot de zoo even genoemde behoorde. Dit gebouw werd reeds in het einde der dertiende eeuw door het geslacht der Tuylls bewoond, onder welks leden, waarschijnlijk in de laatste helft der 16de eeuw, Willem van Tuyll tot Bulckenstein gerekend wordt. Waarschijnlijk leefde hij omtrent dezen tijd. De verhalen, door het geheugen des volks der vergetelheid ontrukt, leveren zeer zelden grond tot zekerheid en de namen der personen komen gewoonlijk onder verschillende tijdperken te dikwijls voor, dan dat wij hierop zouden durven bouwen. De eenige reden voor ons vermoeden aangaande zijnen leeftijd ligt in het opschrift op een grafzerk, vroeger op het choor der Deilsche Kerk aanwezig. Dit randschrift luidt aldus: “hier leet begraven Gysbert van Tuyll tot Bulkesteyn sterf 1540 27 January. Ao XVe ende ….. sterf Willem van Tuyll tot Bulkesteyn opten …..” Het ontbrekende is, aan de ledige plaats te zien, nimmer ingevoegd geweest of later door een kunstige hand bedekt; maar daar de laatstgenoemde ook wel het laatst zal zijn gestorven, moeten wij aannemen, dat zijn sterfjaar in het latere gedeelte der 16de eeuw valt. Dat hij dezelfde geweest is, als de Ridder, van wien de volksverhalen vermelden, maken wij op uit het enblême, dat op den grafsteen gebeiteld is. Boven het wapenschild toch, waarop de drie brakshoofden (het familie-wapen van dit geslacht) prijken, is de duivel gehouwen, onder de gedaante van een gedrogtelijk hoofd, dat met de vlerken eener vledermuis, den geitenbaard en een paar horens vereenigt. Deze voorstelling ziet terug op de gewaande lotgevallen des Ridders. Naar luid der verhalen verkocht hij zich aan den duivel. De helsche geest deed hem den voorslag tot eenen wedstrijd. Van Tuyll zou te paard langs den Lingedijk – de duivel het water van het riviertje door – naar het naburige Enspijk snellen en wie hunner het laatst de aangeduide plaats bereikte, zou het pleit verloren hebben. Satan won den strijd. Van dezen oogenblik af hielp hij den Ridder; bij veldslagen, de boomen langs den weg in krijgslieden herscheppende, bij voorgenomen reizen hem door de lucht voerende enz. Hoe hij eindelijk van de zijde des Ridders voldoening der gesloten overeenkomst eischte, blijkt niet.
Geheel dezelfde kleur, die over andere volksverhalen ligt verspreid. Het ongewone en grootsche als wonderen voorgesteld – als werkingen van eene bovenaardsche magt. Snelheid en dapperheid – deugden in den Ridder des ouden tijds – werking des Duivels! Iets eigenaardigs toch missen deze verhalen niet. De Kerk heeft ze erkend en gewettigd door de plaatsing der zinrijke zerk in de nabijheid van het outer. Het volk fluisterde ze elkander toe; de geestelijkheid sprak ze niet alleen niet tegen, maar hechtte haar zegel aan dezelve. Misschien, dat de verachting, door Van Tuyll aan den dag gelegd jegens het bijgeloof zijner eeuw, de aanleiding is geweest tot de voorstelling, dat hij onder den invloed stond van de boozen geest!

Onderwerp

SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.    SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   

Beschrijving

Over ridder Willem van Tuyll wordt verteld dat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht. De duivel had hem een wedstrijd voorgesteld: de ridder zou te paard over de Lingedijk naar het dorpje Enspijk rijden en de duivel zou door de rivier naar het dorpje waden. Wie het eerst aankwam, won de wedstrijd. De duivel won. Wat hij precies van de ridder als betaling vroeg, is onduidelijk, maar de duivel diende hem een tijd. Hij hielp hem in de strijd door bomen in krijgslieden te veranderen en reisde met de ridder door de lucht.

Bron

Römer, Dr. R.C.H. Allerlei uit het Kerkelijk leven in Nederland: Volksverhaal. Nederlandsch Archief voor Kerkelijke Geschiedenis IV (1844): 356-358.

Motief

M211 - Man sells soul to devil.    M211 - Man sells soul to devil.   

G303.22.14 - Devil as helper in battle.    G303.22.14 - Devil as helper in battle.   

D431.2 - Transformation: tree to person.    D431.2 - Transformation: tree to person.   

Naam Overig in Tekst

Willem van Tuyll    Willem van Tuyll   

Satan    Satan   

Plaats van Handelen

Deil    Deil   

Bulckenstein    Bulckenstein   

Bulkenstein    Bulkenstein   

Lingedijk    Lingedijk   

Enspijk    Enspijk   

Kloekenummer in tekst