Hoofdtekst
Het volgende, mij verteld door een man die anders wel bijgeloovig was, maar dit toch moeilijk als een onomstootbaar feit durfde aannemen, doet uitkomen, dat men zich eene afzonderlijke soort booze geesten voorstelde, die «koorts» heetten. Een werkman, zoo luidt de mededeeling, liep tegen den avond langs den voet van den zeedijk tusschen Harlingen en het dorp Zurich. Op de kruin van den zeedijk zag hij niet ver van zich af iets zweven als een paar kleine donkere wolkjes. Dit waren een paar koortsen en de eene zeî tot de andere: «Ben jij op 't oogenblik buiten dienst? Ik ook. Waar denk je nu op los te gaan?» — «Ik wil,» was 't antwoord, «een bezoek brengen aan Klaas N. (dit was de man zelf, die 't gesprek afluisterde). Die zal van avond sûpenbrij (karnemelkspap) eten; dan sluip ik, terwijl hij eet, in een lepel brij en laat mij daarmee heel gemakkelijk naar binnen glijden.» — «Ei, ei!» dacht Klaas, «'t is goed dat ik 't weet; nu kan ik op mijn hoede zijn. » — Bij zijne tehuiskomst had zijne vrouw de brij reeds gereed. Klaas nam plaats aan tafel, schepte zijn bord vol brij en deed alsof hij dadelijk aan 't eten zou gaan. Maar in plaats van den eersten lepel pap naar binnen te happen, ledigde hij dien in een zijner laarzen, die hij pas had uitgetrokken. Nog eenige lepels vol liet hij denzelfden weg gaan en hing toen de laars aan den schoorsteenwand bij den haard. Nu duurde 't niet lang of de laars begon te schudden en te rillen; daar zat de koorts in. Klaas at lekker zijn bekomst en bleef ongedeerd.
Onderwerp
SINSAG 0283 - Übertragung des Fieberdämons
  
SINSAG 0282 - Das Gespräch der Fieberdämonen wird abgelauscht von dem Mann, den sie besuchen wollen   
Beschrijving
Van de koorts werd geloofd dat het boze geesten waren die de mens overvielen. Een werkman, Klaas, zag onderweg eens een paar donkere wolkjes zweven: het waren koortsen, die met elkaar praatten. De ene koorts vertelde de andere dat hij die avond in een lepel karnemelkspap van de werkman zou gaan zitten om zo het lijf van de man binnen te dringen. Thuisgekomen schepte Klaas een bord pap vol en deed alsof hij wilde gaan eten. Hij leegde zijn lepel echter in zijn laars. Na dit met een paar lepels gedaan te hebben, hing hij de laars bij de schoorsteen. De laars begon te schudden en te rillen: daar was de koorts in gaan zitten. Klaas kon met een gerust hart zijn bord verder leegeten.
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 177
Motief
Z112.1 - Fever personified.   
Commentaar
Onderdeel van het hoofdstuk "Duivelskunstenaars".
Naam Overig in Tekst
Klaas N.   
Plaats van Handelen
Harlingen   
Zurich   
Kloekenummer in tekst
B045p   
B079p   
