Hoofdtekst
Dwaallichten:
Er werd wel eens verteld, dat een of ander dwaallichtjes had gezien, doch een verhaal hierover is me niet bekend. Wel werd als verklaring aangevoerd, dat op rottend berkenhout wel eens stoffen of gloeiwormpjes voorkwamen, die forforesceerden.
Omzetting in Heldens dialect van de verhalen, verteld door Martinus Hendricks, Helden; opgenomen onder rapport L291-4, 4 jan. 1969. Aanvulling bij L291-50, 1-3-1969 [Collectie Engels, verslag 45]
Dwaallichten:
Ich heb ter wel èns ein en anger over gehuuërd, mèr, ömdet ich t’r zelf neet an gluifde, niks van onthaoë. As ich zoeë get zaag, gong ich t’r op aaf, öm te wete, wat. Zoeë zaag ich wel oeët leechtjes in enne rotten bèrke-poesjt. Bieësjtes, die forferésseerde.
Er werd wel eens verteld, dat een of ander dwaallichtjes had gezien, doch een verhaal hierover is me niet bekend. Wel werd als verklaring aangevoerd, dat op rottend berkenhout wel eens stoffen of gloeiwormpjes voorkwamen, die forforesceerden.
Omzetting in Heldens dialect van de verhalen, verteld door Martinus Hendricks, Helden; opgenomen onder rapport L291-4, 4 jan. 1969. Aanvulling bij L291-50, 1-3-1969 [Collectie Engels, verslag 45]
Dwaallichten:
Ich heb ter wel èns ein en anger over gehuuërd, mèr, ömdet ich t’r zelf neet an gluifde, niks van onthaoë. As ich zoeë get zaag, gong ich t’r op aaf, öm te wete, wat. Zoeë zaag ich wel oeët leechtjes in enne rotten bèrke-poesjt. Bieësjtes, die forferésseerde.
Onderwerp
TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   
Beschrijving
Zien van dwaallichtjes, maar geen verhalen bekend. Verklaring dat op rottend berkenhout gloeiwormen licht geven.
Bron
Collectie Engels, verslag 4, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
