Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ENGELS000402 - Dwaallichten

Een sage (mondeling), zondag 20 mei 1962

Hoofdtekst

Dwaallichten:
Er werd wel eens verteld, dat een of ander dwaallichtjes had gezien, doch een verhaal hierover is me niet bekend. Wel werd als verklaring aangevoerd, dat op rottend berkenhout wel eens stoffen of gloeiwormpjes voorkwamen, die forforesceerden.

Omzetting in Heldens dialect van de verhalen, verteld door Martinus Hendricks, Helden; opgenomen onder rapport L291-4, 4 jan. 1969. Aanvulling bij L291-50, 1-3-1969 [Collectie Engels, verslag 45]
Dwaallichten:
Ich heb ter wel èns ein en anger over gehuuërd, mèr, ömdet ich t’r zelf neet an gluifde, niks van onthaoë. As ich zoeë get zaag, gong ich t’r op aaf, öm te wete, wat. Zoeë zaag ich wel oeët leechtjes in enne rotten bèrke-poesjt. Bieësjtes, die forferésseerde.

Onderwerp

TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)    TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   

Beschrijving

Zien van dwaallichtjes, maar geen verhalen bekend. Verklaring dat op rottend berkenhout gloeiwormen licht geven.

Bron

Collectie Engels, verslag 4, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)