Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_003_08

Een personal narrative (mondeling), dinsdag 26 november 1974

Hoofdtekst

Ja, dit is eigenlijk geen verhaal. Mijn vader had een zuster, een, een ‘t een, een zuster van opa. Dus ‘t was een tante van m’n vader en ‘t heette Bet, domme Bet. Heel veel doo, iedereen kende die van die leeftijd, dorpsmensen, domme Bet. Die was geen honderd procent, domme Bet. Ze was niet gek maar ze was ook geen honderd procent. Die is ook nooit getrouwd geweest maar ze was wel 83 jaar oud geworden, die domme Bet, he. En die was bij mij, die was bij mijn vader thuis, bij, dus bij de ouders van hem, bij mijn opa en oma was die in huis. Die eh, die eh, die hadden die moeder beloofd toen die stierf dat zij altijd voor Bet zouen blijven zorgen, he. Bet is 83 jaar geworden. En die ging met de koe, ging die langs de klavervelden zo, vroeger hadden ze een koe en die gingen zo langs de klavervelden vroeger. En dan had ze zo’n touw bij zich en een breikous, he, want ze had eeuwig een breikous, domme bet, he. En dan zette zij zich zo in de graaf en dan liet ze die koe zo langs die velden gaan. Je mocht niet natuurlijk in ‘t veld, langs het veld, wat zo langs de kanten stond mocht je pakken van die boeren he, dat mocht de koe grazen he. Langs de bergen, langs de bermen zeien ze he. Maar wat deed domme Bet altijd, die was zo [graf nee], ik zei: “jullie zeien dat die niet goed was maar die was slimmer dan allemaal bij mekaar”. Die was het eerste, der waren meer mensen die met de koe gingen, heb ik verschillende mensen gekend nog, zo langs de graven, he, maar niet op de landen dat was van de mensen. Dat was van andere mensen. En dan zat ze te breien en dan keek ze de straat op en als niemand ‘t zag liet ze dat zeil vieren, he, dat touw liet ze vieren en dan ging die koe natuurlijk dat klaverlandje in. Die vrat zich een buik zo dik in dat klaverlandje. Was niet van haar dat klaverlandje, maar van een ander, he. En als ze, zo gauw als ze iemand zag komen trok ze dat touw in en zei ze: “Zunj biês, zunj biês, doch du ma zunj biês” zei ze dan. “Da mag nie, doch du ma zunj biês” zei ze dan. Trok ze aan dat touw dat die ander hoorde dat dat Bet, he. Zunj biês zeg ze zo’n zonde he. Die koe deed zonde omdat ze de kla, maar zij, zij deed zonde, want zij liet die koe die klaveren op. Heb ik vaak om gelachen, dat was echt, dat was do, dat was domme Bet.

Beschrijving

Een vrouw uit het dorp ging altijd met de koe langs de klavervelden. Als er niemand keek liet ze het touw vieren zodat de koe in de veldjes van de boer zou lopen. Als er dan iemand langskwam dan trok ze aan het touw en schreeuwde ze "zondig beest!".

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Naam Overig in Tekst

Bet    Bet