Hoofdtekst
Heel kort komt het hier op neer dat er een jonge vrouw is die op dat kasteel Slotjeshof ‘t huis waarneemt en mensen moet onvangen en liedjeszangers, de ribouden enzovoorts, die daar komen op zo’n kasteel en de gasten, ook de voorname gasten natuurlijk, en ze heeft daar dus een vertrouwenspositie en ze wordt vooral door de koning wordt ze bijzonder gewaardeerd. Maar de kasteelvrouwe, die is minder op haar gesteld, juist omdat ze een jaloerse aard heeft en wel merkt dat de koning wat al te vriendelijk tegen haar is. De duivel, die weet het kasteel ook te vinden en die gaat daarna toe. Maar die eh, moet zijn duivelgedaanten kwijt en hij steekt zich in het harnas van een ridder en dat is een oom van die jonge vrouw van die Camilla, en zodoende komt hij dus gemakkelijk in ‘t kasteel.
Maar wanneer hij de koningin wil bezoeken, schrikt hie zo geweldig dat ie uh zijn hulp roept en een hele massa mensen uit het kasteel bediende enzovoorts die gaan achter hem aan en hij heeft geen gelegenheid om de verdwijnings de verdrijvingsformule te zeggen, want ze slaan zo geweldig op hem in, dat die op een gegeven moment naar buiten springt, ruiten waren er niet, in die tijd, dus hij springt door zo’n open raam heen en komt op het binnenplein terecht. In plaats van de verdrijvingsformule: Zet mie uut de botten, en ruk mie in de kaekeboo, schreeuwde hij de verschijningsformule: Ruk me uut die kaekeboo en zet mie in de botten, en zodoende vond er geen enkele verandering plaats. Hij bleef in zijn botten en zijn harnas en kletterde te pletter op het kasteelplein. En het werd daar een vieze boel want alles verbrandde ook, zelfs het ijzer verbrandde, de mensen die d’r omheen stonden en probeerden te blussen, die begrijpen begrepen er niets van. Dat zelfs het ijzer brandde. Maar intussen is de oom van Camilla, waarvan hij het harnas had aangetrokken, is tevoorschijn gekomen, die durfde nu tevoorschijn te komen. En uh krijgen we de ontknoping, de ene oom Coen was verdwenen maar de andere oom Coen kwam tevoorschijn. Het bleven niettemin een geheim dat het pas veel later door Camila werd ontsluierd, maar dat eigenlijk pas werd geloofd na de gruwelijke dood van Camilla.
Maar wanneer hij de koningin wil bezoeken, schrikt hie zo geweldig dat ie uh zijn hulp roept en een hele massa mensen uit het kasteel bediende enzovoorts die gaan achter hem aan en hij heeft geen gelegenheid om de verdwijnings de verdrijvingsformule te zeggen, want ze slaan zo geweldig op hem in, dat die op een gegeven moment naar buiten springt, ruiten waren er niet, in die tijd, dus hij springt door zo’n open raam heen en komt op het binnenplein terecht. In plaats van de verdrijvingsformule: Zet mie uut de botten, en ruk mie in de kaekeboo, schreeuwde hij de verschijningsformule: Ruk me uut die kaekeboo en zet mie in de botten, en zodoende vond er geen enkele verandering plaats. Hij bleef in zijn botten en zijn harnas en kletterde te pletter op het kasteelplein. En het werd daar een vieze boel want alles verbrandde ook, zelfs het ijzer verbrandde, de mensen die d’r omheen stonden en probeerden te blussen, die begrijpen begrepen er niets van. Dat zelfs het ijzer brandde. Maar intussen is de oom van Camilla, waarvan hij het harnas had aangetrokken, is tevoorschijn gekomen, die durfde nu tevoorschijn te komen. En uh krijgen we de ontknoping, de ene oom Coen was verdwenen maar de andere oom Coen kwam tevoorschijn. Het bleven niettemin een geheim dat het pas veel later door Camila werd ontsluierd, maar dat eigenlijk pas werd geloofd na de gruwelijke dood van Camilla.
Beschrijving
De jonkvrouw Camilla heeft in een kasteel de taak om de gasten te ontvangen. De duivel komt in de gedaante van haar oom. Maar de duivel wordt ontdekt en probeert te vluchten door uit het raam te springen. In zijn haast zegt de duivel de verkeerde formule op. Hij blijft zo in het lichaam en valt te pletter op het kasteelplein.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Motief
G303.3.1 - The devil in human form.   
Naam Overig in Tekst
Camilla   
Coen   
Koen   

