Hoofdtekst
Nu we toch bezig zijn met de spokerige verhalen, nou uh zullen we het even over uh de vorige eigenaar hebben, die dan hier met zijn vrouw, uh ja volgens wat wij hoorden, aan het praten waren met elkaar. Uh, ik was uh wel bek zeer benieuwd naar deze vorige eigenaar en op een dag ontmoette ik ‘m. Ik dacht dat hij het was in het terrein een aardige slanke jongen jongere man, nouja jong was hij niet. Hij zag er vrij jong uit voor zijn leeftijd, met een wit snorretje en glad geborsteld grijs haar en van die broeken die, knickerbockers heetten die geloof ik. Die waren in de tijd mode, want hij is al een jaar of vijftien twintig dood. En uhm ik zag daar de meneer lopen en deze meneer heb je ‘t gehoord dat hij enorm, uhm op dit terrein gesteld was. Op ‘t huis kon hem minder schelen dat was één van zijn buitenhuizen, hij had er meer uh gebouwd ennuh zat hij elk moment dan eens hier dan eens daar. En deze man was erg op zijn terrein gesteld, en ik ook. Ik voelde het helemaal aan, elke plant, elke boom, elke bocht in de uh in de weggetjes die slingeren door het bos uh lopen. En daar zag ik hem vaak lopen, in zijn eentje, beetje peinzende. Hij zag mij wel, maar we liepen gewoon langs elkaar heen en een keer heeft hij mij gegroet en nu moest ik natuurlijk zien, iemand te pakken te krijgen die hem gekend heeft.
Heel toevallig kwamen toen de overburen, ja die ik had wel meer ontmoet, maar je praat dan niet meteen over de vorige eigenaar, die al jaren dood is. Ik wist ook niet dus dat ze hem gekend hadden, en die mevrouw kwam hier en die zei toen uh die had het over die meneer, de vorige eigenaar, en ik vertelde toen hoe hij eruit zag. Ik moest toen snel zijn voordat zij hem gingen beschrijven. Ik zei ziet hij er niet zo en zo uit, zo en zo. “Ja,” zegt ze, “ik wist niet dat jij hem gekend hebt”. Toen zei ik uh zonder er bij na te denken: “ojee ja ik heb hem een paar keer in het bos ontmoet. Hij heeft me zelfs eens één keer gegroet, dus hij zag mij ook”. Waarop deze mevrouw, die helemaal niet zo van deze dingen houdt, zeer bang zelfs voor is, merkte ik, verschrikt tegen de man zei: “o Niko, Niko, hoor jij wat Ans verteld? Die vertelt dat ze de vorige eigenaar hier in het bos heeft uh ontmoet”. Ik zeg: “ja maar dat zeg ik maar als uh als een grapje”. Zo hebben we het toen maar gelaten.
Heel toevallig kwamen toen de overburen, ja die ik had wel meer ontmoet, maar je praat dan niet meteen over de vorige eigenaar, die al jaren dood is. Ik wist ook niet dus dat ze hem gekend hadden, en die mevrouw kwam hier en die zei toen uh die had het over die meneer, de vorige eigenaar, en ik vertelde toen hoe hij eruit zag. Ik moest toen snel zijn voordat zij hem gingen beschrijven. Ik zei ziet hij er niet zo en zo uit, zo en zo. “Ja,” zegt ze, “ik wist niet dat jij hem gekend hebt”. Toen zei ik uh zonder er bij na te denken: “ojee ja ik heb hem een paar keer in het bos ontmoet. Hij heeft me zelfs eens één keer gegroet, dus hij zag mij ook”. Waarop deze mevrouw, die helemaal niet zo van deze dingen houdt, zeer bang zelfs voor is, merkte ik, verschrikt tegen de man zei: “o Niko, Niko, hoor jij wat Ans verteld? Die vertelt dat ze de vorige eigenaar hier in het bos heeft uh ontmoet”. Ik zeg: “ja maar dat zeg ik maar als uh als een grapje”. Zo hebben we het toen maar gelaten.
Beschrijving
Vertelster ontmoet de vorige, overleden, eigenaar van haar huis in het bos.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Naam Overig in Tekst
Nico   
Niko   
Ans   

