Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DYKFRIES2272 - Geneesmiddelen

Een sage (boek), 1896

Hoofdtekst

Er is een tijd geweest, toen de menschen veel meer gekweld werden door de koude koorts dan thans, vooral in Friesland. Menschen die anderhalf jaar, ja twee jaren aaneen en soms nog langer met de derdendaagsche koorts sukkelden, waren toen niet zeldzaam. Het spreekwoord: <<Inbeelding is erger dan de derdendaagsche koorts>>, is nog niet in onbruik, maar wordt thans minder goed begrepen dan vroeger. Men had ook de anderdaagsche koorts, daarbij kreeg iemand om den anderen dag een koorts, maar deze toestand duurde hoogstens eenige weken. De derdendaagsche koorts was hardnekkig. Dan was iemand twee dagen aaneen schijnbaar gezond en den derden dag had hij de koorts. Kwam deze altijd op denzelfden tijd van den dag terug, zelfs op dezelfde minuut, of iets vroeger, dan was dit een teeken dat zij hare bezoeken vooreerst nog niet zoude staken. Begon zij te verspringen, zooals men 't noemde, dan was er hoop dat zij weldra voor goed zoude wegblijven. De dubbele derdendaagsche koorts, die gelukkig zelden voorkwam, was nog erger; dan had men tegen één vrijen dag twee dagen na elkander de koorts. Eerst begon men te geeuwen en zich te rekken, dan kreeg men eene koude ruling over het lichaam dat men moest klappertanden. Hierbij had men een onverzadelijken dorst, maar heete dranken noch sterke verwarming van het vertrek hielpen iets tegen de inwendige koude. Hield deze op, dan werd men vuurheet en kon men eene poos zeer ziek zijn. Dit eindigde gewoonlijk met achterlating van zware hoofdpijn. Sommige lijders waren in het begin der koorts grappig en lachlustig of begonnen te zingen, dus eenigszins ijlend. Anderen wilden eten en ook niet weinig. Zij hadden de vreetkoorts, zoo men zeide, en dit achtte men een bedenkelijk verschijnsel, want zoo werd de koorts gevoed.
Zeer verklaarbaar is het, dat men tot wering of verdrijving dezer plaag bedacht was op allerlei middelen.
In het begin dezer eeuw kwam bij de geneeskundigen de kina in gebruik. Het volk was daar niet bijzonder meê ingenomen. Men meende door het gebruik daarvan eene andere kwaal te zullen krijgen. Daarom zeî men: <<Kine is sk . . . of kwine.>>
Mijn grootvader had eene vertelling van een koorts en een spin. Deze ontmoetten elkander, knoopten een gesprek aan en vertelden van hunne omstandigheden. De koorts zeî: <<Ik heb in den laatsten tijd met een lastigen man te doen. 't Is een ijzersmid die, zoodra hij verneemt, dat ik in aantocht ben, den voorhamer neemt en daarmeê op het aambeeld begint te slaan met zooveel geweld, alsof dat groote dikke stuk ijzer tot gruis verbrijzeld moet worden. - Zoo iets valt nu volstrekt niet in mijn smaak en ik weet dan niets beters te doen dan den man zoo spoedig mogelijk weêr te verlaten. Maar dit is geheel in strijd met mijne bedoeling.>>
De spin zeide: <<Mijne tegenwoordige woning bevalt mij ook niet. Ik ben tehuis bij eene kraakzindelijke juffrouw, die geen webbetje of ragje kan zien zonder naar den ragebol te grijpen. Zoo kom ik dikwijls in levensgevaar en weet in het gansche huis bijna geen veilig hoekje te vinden. >> - De koorts zeî: <<Laat ons ruilen met woningen.>> En dit geschiedde. Nu hadden beiden 't veel beter naar den zin. De spin kon in de werkplaats van den smid zich ongestoord bewegen en gerust leven. Zoodra de juffrouw door de koorts werd bezocht, liet zij zich bedienen, koesteren en verplegen.
Er zijn wel ruwe knapen geweest, die zich tegen de koorts wilden verzetten op dezelfde manier als de smid het deed, maar zonder het gewenschte gevolg. Zij was den sterksten man te sterk. De meesten gingen spoedig over tot het gebruik van allerlei geneesmiddelen, door vrienden en kennissen aangeprezen,
Haarlemmer-olie en berenburger kruiden, op jenever of brandewijn getrokken, zijn heilzaam voor alles, dus ook ter verdrijving der koorts. Brandewijn met peper wordt voor hetzelfde doel gebruikt.
Een rauwe ui, 's morgens in het nuchteren gegeten, kan zeer nuttig werken. De sterke geur hiervan kan de koorts doen opschrikken en uit hare vaste zitplaats doen springen, zoover, dat zij die niet terug kan vinden en dus moet wegblijven. Het volksspraakgebruik zegt dat de koorts in een mensch <<beworteld>> kan zitten en dan even moeielijk te vernietigen is als een onkruid, welks wortels diep in de aarde dringen. De uiengeur schijnt haar met wortel en tak te kunnen verdrijven. Misschien om dezelfde reden prijst men ook aan: een wijnflesch te vullen met fijngesneden uien, daarop azijn te gieten en hiervan, als 't getrokken is, 's morgens een eetlepelvol in te nemen. Anderen schrijven voor: Karbendiks of karmediktus (carduus benedictus), op brandewijn getrokken, 's morgens in 't nuchteren in te nemen. Helpt dit niet, dan: karbendiks, gentiaan, knoppen van aalst, bittere aloë en spaansche peper, alles te zamen op brandewijn. - Vijgen op brandewijn getrokken zijn ook een best middel. Vijgen zoo maar op te eten, bij groote hoeveelheden in eens, kan ook wel helpen. - Bloem van zwavel in te nemen, elken morgen zooveel als op een dubbeltje kan liggen, is mede zeer goed. Een ei, in azijn geklutst, 's morgens te gebruiken is niet minder best.
Zilverblad, zilverkruid, zilverschoon, potentilla anserina (Fr. blyk of blikgat, ook schimpend eernewoudster klaver) is evenzeer een middel tegen de koorts. - Madeliefjes, in vele streken van Friesland schapebloempjes, ook koeiebloemen en fennebloemen genoemd, werden gegeten als middel tegen de koorts. Men gebruikt den eersten dag drie bloempjes, den volgenden vijf, dan zeven, dan negen. Hiermeê heeft men de hoogte en gaat terug op zeven, vijf, drie. Doet dit de koorts niet dadelijk verdwijnen, men herhale het middel. Vlierbladeren op dezelfde wijze gebruikt, hebben dezelfde uitwerking.
Maar het onfeilbaarste middel van allen was vroeger een potje van Smallenee, een gehucht nabij Drachten. Hier wonen nog altijd lieden die een koortsmiddel bereiden om in te nemen, dat in zalfpotten wordt verkocht. Niet alleen door geheel Friesland, maar ook in de aangrenzende provinciën wordt er veel gebruik van gemaakt, maar nergens minder, naar men zegt, dan in de naaste omgeving der plaats waar men 't bereidt. Ik heb dat goedje nooit gezien, veel minder geproefd, maar personen die er kennis meê hadden gemaakt, heb ik hooren verklaren, dat vanwege den afschuwelijk walgelijken smaak een mensch de koorts op het lijf zou kunnen krijgen, alleen maar bij de gedachte dat middel te moeten gebruiken. Volgens eene ergens gevonden oude aanteekening bestaat het uit zes lood beste kina, een halflood fijngemaakte karmediktus, voor een stuiver kruidnagels en eenvierde lood spaansch wormkruid, dooreengemengd in bier en eenigszins zoet gemaakt met wat keukenstroop. Een koortslijder gebruikt hiervan dagelijks vijf- of zesmaal een stukje ter grootte van een kastanje; een kind beneden tienjarigen leeftijd half zooveel.
Er werden ook middelen aan de hand gedaan, die met al de andere den spot schenen te drijven, b.v. des morgens putwater drinken en daarmeê aanhouden, altijd door maar aanhouden, dan blijft ten laatste de koorts wel weg, al duurt het ook twee jaar of langer. Of: neem een roggebrood van vijf oude ponden (2½ kilo), kruim dit zeer fijn in een emmer putwater, neem van dit mengsel elken morgen een eierlepelvol, dan zal als de geheele hoeveelheid is opgebruikt, de koorts u wel verlaten hebben. Men zorge maar geen te kleinen emmer te nemen.
Een pootig middel is: tegen den tijd dat de koorts te verwachten is, een pekelharing, nadat deze goed overgoten is met azijn, op te eten met huid en haar, met kop en staart en ingewand en al, en dan gedurende de koorts niet drinken, geen droppel drinken. - Evenzoo: als de koorts begint, een dikken vetten spekpannekoek, vooral met veel spek, naar binnen te werken. Dan wordt men dien keer nog eens zeer ziek, maar is dit voorbij, dan is men ook voor goed van de koorts af. Dezelfde uitwerking heeft het, als men zich tegen de aankomst der koorts zoozeer bedrinkt, als een mensch maar doen kan.
Zekere dorpssmid sukkelde sinds geruimen tijd met de derdendaagsche koorts, zonder dat zijn dokter hem er af wist te helpen. Eindelijk, toen zij elkander eens ontmoetten, zeî baas: <<ik ben de koorts kwijt, dokter!>> - <<Kom! dat verheugt me; dan hebben mijne pillen toch eindelijk geholpen.>> - <<Dat nu juist niet,>> zeî baas, <<ik heb zelf een middel uitgevonden: groene erwten heb ik gekookt met een dik stuk oud gerookt spek er in, en bij 't eten er bovendien nog veel vet bij gebruikt. Dit bekwam mij nu niet al te best; ziek als een hond ben ik er van geweest. Maar nu gevoel ik me zoo gezond als een visch en de koorts blijft weg.>> - Dokter schreef in zijn zakboekje: <<groene erwten gekookt met oud gerookt spek en dan gegeten met veel vet; probatum middel tegen de derdendaagsche koorts.>> Kort daarna werd deze geneesheer geroepen bij eene juffrouw, die een poosje aan de koorts had geleden. Hij schreef haar het nieuwe middel voor en zij gebruikte het, maar bezweek er onder. Toen schreef dokter bij het vroeger aangeteekende: <<voor een grofsmid, niet voor eene juffrouw>>.
De opgenoemde middelen, houden zich allen op den natuurlijken weg, maar er zijn ook toovermiddelen, b.v. het innemen van aarde van een kerkhof. - Door altijd het hemd het achterste vóór te dragen, kan men de koorts, evenals betoovering en de nachtmerrie, afweren, of verdrijven wanner men ze reeds heeft. - Men kan de koorts verbranden door zijn naam met krijt op een turf te schrijven en deze in het haardvuur te zetten. - Wind het vlies van een hoenderei om uwen duim, houd het er om totdat het vanzelf geheel verdwijnt, en dan zijt ge de koorts kwijt. - Men kan de koorts ook in zijn kouseband beknoopen en dan wegwerpen.
Hiervoor, II, 177, is reeds medegedeeld, dat een duivelbanner iemand de koorts kan afnemen, maar haar dan in een ander voorwerp, hetzij dood of levend, moet overbrengen. Zooiets kan iemand zelf ook doen: hij snijdt daartoe een stokje uit een boom, en nu komt het er op aan, dat hij juist wete hoevele malen hij de koorts heeft gehad, want even zoovele kerfjes moet hij in het stokje snijden. Dan steekt bij dit ergens aan den weg of bij een voetpad in den grond. Komt er dan iemand, die het stokje weg- en meêneemt, dan krijgt deze de koorts en de plaatser van het stokje is er van ontlast. Is iemand eindelijk voor goed van de koorts ontlast, dan moet hij b.v. hedenmorgen in 't nuchter 1 lepelvol ijskoud water drinken, morgenvroeg 2, overmorgen 3, en dan weêr 2, 1, 2, 3, 2, 1, 2, enzoovoorts. Dan blijf de koorts voor goed weg.

Onderwerp

TM 4302 - Volksgeneeskunde    TM 4302 - Volksgeneeskunde   

Beschrijving

Geneesmiddelen tegen verschillende ziekten, kwalen en pijntjes. In dit stuk wordt eerst over verschillende soorten koorts gesproken en vervolgens worden er middelen tegen de koorts besproken. Er komt een verhaaltje van een koorts en een spin voor. Allerlei soorten drankjes en het gebruik van uien tegen de koorts worden besproken, evenals kruiden en bloemen die tegen de koorts gebruikt kunnen worden. Er wordt gesproken over zalfpotten van Smallenee, met een walgelijke smaak en over andere middelen tegen de koorts, zoals het eten of drinken van specifieke levensmiddelen. Tovermiddelen die zouden beschermen tegen de koorts of deze zouden verdrijven en andere (magische) manieren om van de koorts af te komen.

Bron

Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, p. 249-253.

Naam Locatie in Tekst

Friesland    Friesland   

Smallenee    Smallenee   

Drachten    Drachten