Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DYKFRIES2315

Een sage (boek), 1896

Hoofdtekst

Trouwen in bloedverwantschap geeft op den duur een zwak geslacht. - Onder de onverbasterde Friezen zijn iemands broeders- en zusterskinderen niet zijne of hare neven en nichten, maar zijne of hare oom- of tantezeggers. Trouwt zijn of haar broeder of zuster eene weduwe of weduwnaar met kinderen, dan zijn de aangehuwde kinderen des stiefvaders of -moeders geen bloedverwanten zijner of harer broeders en zusters, maar noemen hen toch oom en tante, en worden hunne koude oom- en tantezeggers genoemd. Zoo ook een koude zwager of koude snoar = schoondochter of -zuster. Kinderen die dezelfde grootouders, maar niet dezelfde ouders hebben, zijn neven en nichten, en de kinderen hiervan neefs- en nichtskinderen. Nu zegt men: neven en nichten mogen wel trouwen, maar neefs- en nichtskinderen niet. Dit is eene woordspeling; kinderen uit het huwelijk van een neef en nicht zijn immers ook neefs- en nichtskinderen. - Iemands kwade eigenschappen en karaktertrekken erven meer over op zijne kindskinderen dan op zijne kinderen.

Beschrijving

Trouwen in bloedverwantschap geeft op den duur een zwak geslacht. - Onder de onverbasterde Friezen zijn iemands broer- en zusterskinderen niet zijn of haar neven of nichten, maar zijn of haar oom- of tantezeggers. Trouwt zijn of haar broer of zus een weduwe of weduwnaar met kinderen, dan zijn de aangehuwde kinderen van de stiefvaders of -moeders geen bloedverwanten van zijn of haar boers of zussen, maar noemen hen toch oom en tante, en worden hun koude oom- en tantezeggers genoemd. Zo ook een koude zwager of koude snoar (schoondochter of -zus). Kinderen die dezelfde grootouders, niet niet dezelfde ouders hebben, zijn neven en nichten, en de kinderen hiervan neefs- en nichtskinderen. Nu zegt men: neven en nichten mogen wel trouwen, maar neefs- en nichtskinderen niet. Dit is een woordspelling: kinderen uit het huwelijk van een neef of nicht zijn immers ook neefs- of nichtskinderen. - Iemands kwade eigenschappen en karaktertrekken erven meer over op zijn kleinkinderen dan op zijn kinderen.

Bron

Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, p. 266.

Naam Overig in Tekst

Friezen    Friezen