Hoofdtekst
M’n vader was een hele gewone man, maar hij had eigenlijk bijzondere gave. D’r kwamen veel mensen bij hem die wiste dat hij ze van pijn af kon helpen. Het was vooral ehm wanneer men zich verbrandt had, wat verschrikkelijk pijn kan doen. En daar sprak hij een bepaald gebed over uit en hij blies d’rover heen. En die pijn verdween, niet ogenblikkelijk, maar na een halfuur á uur was die pijn helemaal weg. Ik heb het zelf ook ervaren dat ik mijn hand verbrand had door kokende melk die erover heen was gekomen. En uh nou heeft hij hetzelfde gedaan bij mij en dat was verdwenen. Uh, hij zei dat heel zacht: ‘Brand, brand, ga van de hand af in het zand, zo waarlijk helpe God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest’.
En dan nog iets heel anders, iets heel geks eigenlijk, wat ik nooit begrepen heb, waar hij nooit een verklaring voor heeft gegeven. Dat was onder de vroegmis zondagsmorgens. Ennuh mijn vader en moeder waren naar de kerk. En wij waren natuurlijk al op en aan het ravotten. Toen stonden daar een paar oude klompen, en die oude klompen daar zaten spijkers in, die ik over het hoofd had gezien. En ik deed die grote oude klompen aan en meteen bleef zo’n roestige oude spijker onder m’n voet blijven zitten. Ik liet een schreeuw en huppelde een hele tijd rond en durfde met geen hand d’r aan te komen, aan die spijker, want het deed allemaal pijn en ik durfde het er niet uit te trekken. En ik zat er wat te huilen en te zeuren. Tot mijn vader terug kwam uit de kerk en toen heeft die, hij zei: ‘wat is d’r?’ Ik stond te huilen, zeg: ‘Ja, er zit een spijker in mijn voet.’ Hij komt naar me toe pakt de voet vast, trekt die spijker d’ruit en ik laat natuurlijk een schreeuw, meer van de schrik als wat anders. En uh toen ging hij naar de kast en daar stond van dat spekvet, zoals dat vroeger werd gebruikt. En uh hij smeert die spijker met spekvet in en legt die op de kast. En ik dus uh zat heel zielig te kijken met steeds groter wordende ogen want ik snapte niet wat er gebeurde. En zeg ‘Ja maar hier aan de voet’, en hij zegt: ‘Dat geeft niks, laat dat maar zo’. Zeg: ‘Waarom waarom doet u daar spek op?’ ‘Het is goed, laat maar zitten’, zei die. En moeder hoorde ook al iets en zei ‘Die jongen moet toch wat aan die voet hebben, daar moet toch wat aan gedaan worden.’ ‘Nee laat dat maar zitten, dat komt in orde.’ En wonder boven wonder, ik heb daar nooit last van gehad. En het was een roestige spijker, normaal gesproken ja, moest dat dus gaan ontsteken.
En zo had hij verschillende typische dingen, hij praatte er zelden over eigenlijk, maar hij deed wel, uh hij deed het gewoon, hij loste dingen op. Alleen bij zichzelf kon hij het niet. Hij heeft zichzelf ook eens verbrandt, en het heeft hem niet geholpen. En heeft die spreuk toen ook die van iemand ons gezegd die hem moest gebruiken, het heeft niet geholpen. Hij is toen naar iemand anders gegaan, uit het dorp in de buurt en toen heeft het wel geholpen.
En dan nog iets heel anders, iets heel geks eigenlijk, wat ik nooit begrepen heb, waar hij nooit een verklaring voor heeft gegeven. Dat was onder de vroegmis zondagsmorgens. Ennuh mijn vader en moeder waren naar de kerk. En wij waren natuurlijk al op en aan het ravotten. Toen stonden daar een paar oude klompen, en die oude klompen daar zaten spijkers in, die ik over het hoofd had gezien. En ik deed die grote oude klompen aan en meteen bleef zo’n roestige oude spijker onder m’n voet blijven zitten. Ik liet een schreeuw en huppelde een hele tijd rond en durfde met geen hand d’r aan te komen, aan die spijker, want het deed allemaal pijn en ik durfde het er niet uit te trekken. En ik zat er wat te huilen en te zeuren. Tot mijn vader terug kwam uit de kerk en toen heeft die, hij zei: ‘wat is d’r?’ Ik stond te huilen, zeg: ‘Ja, er zit een spijker in mijn voet.’ Hij komt naar me toe pakt de voet vast, trekt die spijker d’ruit en ik laat natuurlijk een schreeuw, meer van de schrik als wat anders. En uh toen ging hij naar de kast en daar stond van dat spekvet, zoals dat vroeger werd gebruikt. En uh hij smeert die spijker met spekvet in en legt die op de kast. En ik dus uh zat heel zielig te kijken met steeds groter wordende ogen want ik snapte niet wat er gebeurde. En zeg ‘Ja maar hier aan de voet’, en hij zegt: ‘Dat geeft niks, laat dat maar zo’. Zeg: ‘Waarom waarom doet u daar spek op?’ ‘Het is goed, laat maar zitten’, zei die. En moeder hoorde ook al iets en zei ‘Die jongen moet toch wat aan die voet hebben, daar moet toch wat aan gedaan worden.’ ‘Nee laat dat maar zitten, dat komt in orde.’ En wonder boven wonder, ik heb daar nooit last van gehad. En het was een roestige spijker, normaal gesproken ja, moest dat dus gaan ontsteken.
En zo had hij verschillende typische dingen, hij praatte er zelden over eigenlijk, maar hij deed wel, uh hij deed het gewoon, hij loste dingen op. Alleen bij zichzelf kon hij het niet. Hij heeft zichzelf ook eens verbrandt, en het heeft hem niet geholpen. En heeft die spreuk toen ook die van iemand ons gezegd die hem moest gebruiken, het heeft niet geholpen. Hij is toen naar iemand anders gegaan, uit het dorp in de buurt en toen heeft het wel geholpen.
Onderwerp
TM 3102 - Belezer geneest mens of dier   
Beschrijving
Man kan mensen van pijn afhelpen, ondermeer door bij brandwonden een spreuk uit te spreken en over de brandwond te blazen. Hij kan zichzelf niet van pijn bevrijden.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Naam Overig in Tekst
God   
Vader   
Zoon   
Heilige Geest   

