Hoofdtekst
Doctor Faustus sloect eenen boer synen gheheelen waghen met hoy met de peerden in syn lijf.
HY quam eens in de stadt Gotha int lant te Duringen, alwaer hy wat te doene hadde. Ende alsoot in junio was ende men overal hoy innevoerde, so is hy met eenige zijne bekende gaen wandelen, recht tegens den avent als hy wel-beschoncken was. Ende als nu Doctor Faustus met zijn geselschap voor de poorte quamen langs der stadt vesten ghewandelt, so quam hem int gemoet eenen wagen met hoy. Ende Doctor Faustus ghinc in den vaerwech, waerdoor dat hem den boer moeste aenspreken ende segghen dat hy aen deen zijde gaen soude. Doctor Faustus, die wel-beschoncken was, gaf hem voor een antwoorde: ‘Nu sal ick sien of ghy my oft dat ick u sal moeten wijcken. Hebt ghy, boer, wel oyt gesien dat eenen droncken man eenen hoywagen heeft moeten wijcken?’ De boer, dese woorden hoorende, wert heel toornich ende gaf Fausto veel spijtige woorden, denwelcken Doctor Faustus wederom antwoorde: ‘Hoeso, ghy boer, wildy my noch trotsen? Ende maect my niet veel woorden of ic ete uwen wagen met hoy ende de peerden in mijn lijf.’ Daerop antwoorde den boer: ‘Dat doet, ende eet oock mijnen dreck daertoe!’, waerop Doctor Faustus hem alsoo verblinde dat hem anders niet en dochte dan dat hy eenen mont so groot als een poorte hadde waermede dat hy ten eersten de peerden, daerna den hoywagen insloecte ende verslinde, waerdoor dat den boer seer verschricte ende liep stracx na den borghemeester toe, denwelcken hy voor de waerheyt claechde al tgene dat hem ghebeurt was. De borghemeester liep met hem ende hem verlangde sulcx te sien. Als sy nu voor de poorte quamen, so stont den wagen ende peerden daer alst behoorde. Ende Faustus en had hem maer verblint.
HY quam eens in de stadt Gotha int lant te Duringen, alwaer hy wat te doene hadde. Ende alsoot in junio was ende men overal hoy innevoerde, so is hy met eenige zijne bekende gaen wandelen, recht tegens den avent als hy wel-beschoncken was. Ende als nu Doctor Faustus met zijn geselschap voor de poorte quamen langs der stadt vesten ghewandelt, so quam hem int gemoet eenen wagen met hoy. Ende Doctor Faustus ghinc in den vaerwech, waerdoor dat hem den boer moeste aenspreken ende segghen dat hy aen deen zijde gaen soude. Doctor Faustus, die wel-beschoncken was, gaf hem voor een antwoorde: ‘Nu sal ick sien of ghy my oft dat ick u sal moeten wijcken. Hebt ghy, boer, wel oyt gesien dat eenen droncken man eenen hoywagen heeft moeten wijcken?’ De boer, dese woorden hoorende, wert heel toornich ende gaf Fausto veel spijtige woorden, denwelcken Doctor Faustus wederom antwoorde: ‘Hoeso, ghy boer, wildy my noch trotsen? Ende maect my niet veel woorden of ic ete uwen wagen met hoy ende de peerden in mijn lijf.’ Daerop antwoorde den boer: ‘Dat doet, ende eet oock mijnen dreck daertoe!’, waerop Doctor Faustus hem alsoo verblinde dat hem anders niet en dochte dan dat hy eenen mont so groot als een poorte hadde waermede dat hy ten eersten de peerden, daerna den hoywagen insloecte ende verslinde, waerdoor dat den boer seer verschricte ende liep stracx na den borghemeester toe, denwelcken hy voor de waerheyt claechde al tgene dat hem ghebeurt was. De borghemeester liep met hem ende hem verlangde sulcx te sien. Als sy nu voor de poorte quamen, so stont den wagen ende peerden daer alst behoorde. Ende Faustus en had hem maer verblint.
Onderwerp
SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   
Beschrijving
Faustus is met zijn gezelschap in de stad Gota, in Thüringen. Hij is dronken en weigert aan de kant te gaan voor een boer op een wagen met hooi. Deze boer wordt boos en scheldt Faustus uit. Daarop verblindt Faustus hem en wekt bij de boer de illusie dat hij zijn paard en zijn hooiwagen opeet. De boer gaat naar de burgemeester en vertelt het verhaal, maar wanneer hij en de burgemeester op de plek terugkomen staat zijn wagen er nog steeds, compleet met hooi en paarden.
Bron
Carel Baten, Warachtighe historie van doctor Johannes Faustus. (ed. René Blankers) Jasper Troyen (?), Dordrecht 1592, 33v-34r
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0034.php
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0034.php
Naam Overig in Tekst
Faustus   
Naam Locatie in Tekst
Gota   
Thüringen   
Plaats van Handelen
Gota   
Thüringen   
