Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FAUST33 - Van dry treffelicke graven die Doctor Faustus op haer begeeren tot Munichen in Beyerlant -op de bruyloft van den sone des hertogen, om die te besiene- door de locht voerde

Een sage (boek), 1592

Hoofdtekst

Van dry treffelicke graven die Doctor Faustus op haer begeeren tot Munichen in Beyerlant -op de bruyloft van den sone des hertogen, om die te besiene- door de locht voerde.

DAer waren dry treffelicke graven die ick alhier niet noemen en wille, ende die doen-ter-tijt tot Wittenberch studeerden. Dese quamen by malcanderen ende, sprekende van de groote pracht die op de bruyloft van den sone des vorsten tot Beyeren wesen soude, soo wenscheden sy hun om slechs een half ure aldaer te moghen wesen om te besiene hoe dat alle dinck aldaer soude mogen toegaen. Terwijlen dat sy hieraf spraken, so seyde een van dryen: ‘Lieve neven, ick weet ons goeden raedt om de voorseyde bruyloft te siene. Oock so sullen wy noch denselven nacht wederom alhier tot Wittenberch wesen. Ende dat is mijnen raet dat wy Doctor Faustus ontbieden ende hem dese sake te kennen geven, mits belovende hem daervoor eene vereeringhe, dat hy ons hierin wil behulpelick wesen. Ende ick weet voorseker dat hy ons sulcx niet en sal weygheren.’ Welcken raet sy altsamen goet vindende, hebben Faustum ontboden ende hielden hem sulcx voor, mits hem daerby een gheschenck gevende ende hem so wel-tracterende, dat hy tevreden was ende henlieden beloofde daerin te dienen. Als nu den tijt voorhanden was dat de voorseyde bruyloft soude geschieden, so ontboot Doctor Faustus de graven in zijn huys, deselve aenseggende dat sy hen opt alderschoonste cleeden souden. Ende als sy reet waren, nam hy eenen breeden mantel, denwelcken hy in zijnen hof uutspreyde, op denwelcken dat hy de voorseyde graven sette ende hemselven int middel van haerlieder. Ende hy beval hen dat sy niet spreken en souden solange als sy uut waren. Ende al waren sy schoon int hof van den hertoghe van Beyeren ende haerlieder yemant toespreken oft hen wat vragen wilde, niemant geene antwoorde geven en souden, dwelcke sy altsamen alsoo beloofden te doene. Op welcke belofte dat Doctor Faustus hem nedersettede ende zijne conjuratiën begost te doene. Met dies so coemt daer eenen wint die den mantel met haerlieder altsamen in de locht voerde, soodatse op de bestemde tijt tot Munichen op de voorszeyde bruyloft quamen. Maer sy worden onsichtbaer ghevoert datse niemant ghewaer en wiert voordatse in des vorsten hof waren. Ende also den maerschalc hare comste vernomen hadde, gaf hy den hertoge sulcx te kennen ende seyde dat alle hertogen ende heeren gheseten waren, maer dat daer buyten noch dry heeren met eenen dienaer stonden die stracx aencomen waren; dat men deselve behoorde willecome te heeten ende vriendelick te ontfanghen. De hertoge stont op ende hietse willecome ende spracse toe, maer sy en wilden niet spreken. Ende dit geschiede des avonts als men aen tafel gheseten was om te gaen eten, mits dat sy den heelen dach door des Fausti conste de geheele pracht der bruyloft onsichbaer aengesien hadden. Mitsdien van Faustus (als voor gheseyt is) haer wel sterck verboden hadde denselve dach met niemant te spreken ende dat, so wanneer hy segghen soude: ‘Voorts op!’, sy alle ghelijckelick aen den mantel grijpen souden ende alsoo in eenen oogenblick vandaer wechstrijcken souden. Ende also nu de hertoge van Beyeren met haerlieder sprack, niettegenstaende dat sy hem gheen antwoorde en gaven, so heeft men nochtans haerlieder het handtwaterghegeven. Ende mitsdien dat Faustus sach datter eenen grave was die tegens zijn ghebodt doen soude, begost Doctor Faustus te roepen: ‘Voorts op!’. Stracx so streken die 2 graven ende Doctor Faustus die aen den mantel gegrepen hadden daervan, maer den derden, die sulcx versuymt hadde, worde ghevangen ende in een ghevanckenisse gesmeten. Maer de andere twee graven quamen also denselven nacht noch tot Wittenberch, die seer ontstelt waren vanwegen haren cozijn die sy achtergelaten hadden. Daerop datse Doctor Faustus vertrooste dat hy hem des anderdaechs morghens soude verlossen. Den ghevanghenen grave wast seer verbaest, omdat hy also verlaten was ende in ghevanckenisse gesloten was ende met wachters bewaert, denwelcken ghevraecht was wat dattet voor een ghesichte was geweest ende wie dat die andere drie waren die also in eenen oogenblic verdwenen. De grave dachte: ‘So verre als ick haer verrade, so salt een quaet eynde nemen.’ Daerom en gaf hy niemant antwoorde soodatter dien dach niet anders uutgericht en was dan daer wert gheresolveert dat men hem des anderdaechs pijnelick ondervragen ende wel tot clappen brengen soude. De grave, twijfelende oft hy van Doctor Faustus denselven dach soude mogen verlost wesen, vreesde seere dat hy door de pijne soude tot het spreken bedwonghen worden. Maer zijne neven en rusten niet voordat hem Doctor Faustus verlost hadde, want Doctor Faustus was by hem aleer dattet dach was, die de wachters betooverde datse in eenen diepen slaep vielen. Ende hy dede voorts door zijne conste alle de sloten ende al de deuren open sodat hy den voorszeyden grave goets tijts tot Wittenberch bracht, alwaer alsdoen Doctor Faustus een schoone vereeringhe ghepresenteert wiert.

Onderwerp

SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.    SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   

Beschrijving

Drie graven (neven van elkaar) willen graag de bruiloft van de zoon van de vorst (hertog) van Beieren bijwonen. Eén van hen stelt voor om Faustus te ontbieden; hij zal hen kunnen helpen en zal dit zeker niet weigeren. Faustus wil dit wel, als hij maar goed beloond wordt. De graven stemmen hiermee in.
Zij moeten naar het huis van Faustus komen en hun mooiste kleren aandoen. Hij zegt tegen hen dat zij op de bruiloft met niemand mogen spreken. Hij betovert een mantel die hen naar de plaats van de bruiloft brengt. Gedurende die reis zijn zij onzichtbaar. Op de bruiloft worden zij vriendelijk ontvangen, maar de graven spreken niet en geven ook nergens antwoord op. Een van de graven praat uiteindelijk (bijna) wel, waarop Faustus gebiedt dat zij zijn mantel moeten beetpakken. Twee van de drie graven doen dit op tijd en verdwijnen met Faustus van de feestlocatie. De derde graaf wordt gevangen genomen en in de gevangenis gegooid.
De twee graven dringen bij Faustus aan dat hij hun neef uit de gevangenis redt.
De graaf in de gevangenis is bang dat hij gemarteld gaat worden, maar wordt nog voordat de nieuwe dag begint door Faustus gered: Faustus tovert de wachters in slaap en de sloten open en brengt de graaf terug naar Wittenberg. Daar wordt Faustus door de drie graven beloond.

Bron

Carel Baten, Warachtighe historie van doctor Johannes Faustus. (ed. René Blankers) Jasper Troyen (?), Dordrecht 1592, 34r-35r
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0035.php

Naam Overig in Tekst

Faustus    Faustus   

Naam Locatie in Tekst

München    München   

Beieren    Beieren   

Plaats van Handelen

Wittenberg    Wittenberg   

München    München   

Beieren    Beieren