Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FAUST48 - Doctor Faustus schenct de studenten tot Leipsich een vat wijns

Een sage (boek), 1592

Hoofdtekst

Doctor Faustus schenct de studenten tot Leipsich een vat wijns.

SOmmighe studenten uut Hungarijen, uut Polen ende uut Oostenrijcke, die met Doctor Faustus tot Wittenbergh gheconverseert hadden, baden Doctor Faustus in de misse tot Leipsich met haer te reysen om deselve te siene ende wat cooplieden dat aldaer tesamen comen, ghelijck sy oock aldaer moesten wesen om eenich ghelt te ontfanghen. Doctor Faustus dede haer gheselschap ende alsoo sy nu tot Leipsich herwaerts ende derwaerts ghinghen wandelen om de universiteyt met de stadt te besien, soo quamen sy voorby eenen wijnkelder gegaen, in denwelcken dat sommige aerbeyders besich waren om een seker vat wijns uut den kelder te brenghen. Maer sy en costens niet uut ghecrijghen, hetwelcke Doctor Faustus siende, sprack: ‘Hoe stady alsoo en saffelt, daer uwer nochtans sooveel zijn? Een man alleene behoorde sulcks te doene, wanneer hy hem daernaer wiste te schicken.’ De aerbeyders, dit hoorende, worden gram ende gaven hem spijtighe woorden, mits dat sy hem niet en kenden, gelijck dit volcksken wel te doene pleecht. Maer alsoo de coopman vernam welcke de oorsaecke haers twists was, so seyde hy tot Fausto ende tot zijnen ghesellen: ‘Welaen, so verre alsser yemant onder ulieden is die dit vat wijns alleene can uut crijghen, soo sal hem tselve gheschoncken wesen.’ Doctor Faustus was haest ghereet ende hy tradt stracks in den kelder, sette hem bovenop het vat, ghelijck op een peerdt ende reedt daermede uut den kelder, daerover hem alle de werelt verwonderde. Ende den coopman verschrickte daerinne, want hy en dachte niet dat sulcks soude moghen doenelick wesen. Dan alletijdt moeste hy zijne belofte houden ende Fausto het voorseyde vat wijns laten volghen, die tselve zijne ghesellen ten besten ghaf. Ende sy noodden meer ander goede vrienden daertoe, sodat sy sommighe daghen daerover ghenoech te slampampen hadden, ende wisten genoech van het geluck tot Leipsich te segghen.

Onderwerp

SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.    SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   

Beschrijving

Enkele studenten uit Hongarije, Polen en uit Oostenrijk vragen Faustus mee naar de jaarmarkt in Leipzig.
In Leipzig komen zij langs een stel arbeiders die een wijnvat uit een wijnkelder proberen te krijgen, maar hoeveel moeite zij ook doen, het lukt niet.
Faustus zegt tegen hen dat dit makkelijk met één man te doen moet zijn; zij zijn met veel te veel. De arbeiders worden boos op Faustus en schelden hem uit. De koopman (van wie de kelder is) komt kijken wat er aan de hand is. Zodra hij begrijpt wat er aan de hand is zegt hij tegen Faustus dat als er iemand binnen zijn gezelschap in zijn eentje het vat eruit kan halen, hij dat vat mag hebben. Faustus doet dit vervolgens en krijgt volgens afspraak het wijnvat. Hij geeft dit vat vervolgens weer aan zijn reisgezelschap.

Bron

Carel Baten, Warachtighe historie van doctor Johannes Faustus. (ed. René Blankers) Jasper Troyen (?), Dordrecht 1592, 42r.
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0050.php

Commentaar

Carel Baten, Warachtighe historie van doctor Johannes Faustus. (ed. René Blankers) Jasper Troyen (?), Dordrecht 1592, 42r.
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0050.php

Naam Overig in Tekst

Faustus    Faustus   

Naam Locatie in Tekst

Leipzig    Leipzig   

Plaats van Handelen

Leipzig    Leipzig