Beschrijving
(a) Een oude vrouw mag van een fee 3 wensen doen [F341, D1761.0.2]. Zij wenst: weer jong en mooi worden [D56], haar hutje een paleis en haar kater een knappe jonge man [D342]. (a1) Een prinses neemt een zwerfkat op. Deze blijkt een betoverde prins te zijn en krijgt zijn menselijke gedaante terug [D142]. (b) De eerste woorden van de mand (prins) tot haar zijn: "Jammer dat je me hebt laten castreren!" [J2072].
Subgenre
sprookje
Literatuur
Geldof 1979 198-199
Ranke 1972 27-28, 134
Röhrich 1977 72.

