Beschrijving
(a) Een man, (a1) boer, (a2) veekoopman, (a3) veenbaas, (a4) schipper, (a5) schoenmaker, (a6) dokter, (a7) Sterke Hearke [= Hearke Tsjerks Witteveen, de befaamde sterke man van Boelenslaan, 1801-1890; zie Dam Jaarsma, Strikel V (1962) 176-184, VI (1963) 2-5], is, (a8) 2 mannen zijn, op een avond met geld op wge naar huis. (b) Hij heeft loon voor zijn personeel opgehaald, (b1) een of meer stuks vee verkocht, (b2) geld gebeurd voor zijn cichorei, (b3) zaad, (b4) turf, (b5) iets geërfd. (c) Op een gegeven moment, (c1) op de Goddeloze Singel tussen Veenwouden en Akkerwoude, (d1) ziet hij (zien zij) mannen aankomen die hij (zij) niet vertrouwt (vertrouwen), (d1) hoort of ziet hij iets verdachts, (d2) begint het te regenen. (e) Hij kruipt onder een bootje (schouw) dat, (e1) gierbak die, omgekeerd aan de kant van de weg ligt, (e2) een brug. (f) Twee, (f1) 3, mannen, (f2) zijn 2 (2 van zijn) arbeiders, (f3) 2 mannen, waarvan een een arbeider van hem blijkt te zijn, komen bij zijn schuilplaats en vragen zich af waar hij blijft: zij willen hem vermoorden en/of beroven [N455.2]. (g) Een van hen voelt onder de boot of hij daar misschien zit, maar wordt over de hand gekrabt door een paar katten die er ook schuilen. (h) Als hij niet op komt dagen geven ze het op en hij kan veilig thuiskomen, (h1) zij ontdekken hem, maar laten hem op zijn smeekbeden gaan.
Subgenre
sprookje

