Beschrijving
(a) Een, (a1) 2, (b) man(nen), (b1) poep(en), (c) koopt (kopen), (c1) ziet, een pot (pan, ketel), (d) van een man, (d1) boer, (d2) Jood, (d3) vrouw, (d4) boerin, (d5) 2 poepen, (e) waarin iets dat nog napruttelt aan de kook gebracht is, (e1) die zij op het vuur zien staan pruttelen, (f) en waarvan hij denkt (zij denken) dat hij, (f1) die volgens de verkoper (-koopster), uit zichzelf iets aan de kook brengen kan, (g) wanneer men hem beveelt: "Potje kook!" (h) Als hij (zij) hem, (h1) een Jood zijn, (h2) 3 poepen hun, pot, niet zonder vuur tot koken kunnen brengen, (i) gooit hij (gooien ze, een van hen) hem uit woede in het water, (i1) zet hij hem op het vuur (1328*). (j) Hij zinkt en nu komen er luchtbellen boven; hij denkt (zij denken) dat hij het nu wel doet (k) en ze (hij, een van hen) springt hem na om hem er weer uit te halen, met desastreuse gevolgen [K112.1].
Subgenre
mop
Literatuur
Christensen 1939 177-178
Liungman 1961 280, 374 nr. 1260.

