Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0071

Een mop (mondeling), donderdag 26 oktober 1899

Hoofdtekst

Teun had een groote neus. Daarmee werd hij dikwijls geplaagd.
Op een goeien dag vroeg hij: "Weet ge wel hoe ik aan die neus gekomen ben?"
"Neen, vertel dat er eens."
"Nu, ik was bijna geheel geboren, maar zonder neus. Ik maakte Onze Lieve Heer daarop attent.
`O,' zei Hij, `dat is waar. Nu, ik zal je laten uitzoeken.'
En zoo kwam ik in het land waar veel neuzen waren. Ik zocht er een uit als mijnheer A.
`Die moet je niet nemen,' zei Onze Lieve Heer.
Toen als mijnheer B enzovoort, enzovoort. Geen van alle werd door Onze Lieve Heer goedgekeurd. Tenslotte wees Hij op den grooten dien ik nu heb.
`Maar die is zoo groot,' zei ik, `waarom mag ik zoo'n andere niet hebben?'
`Wees wijzer man,' zei Onze Lieve Heer: `Jou is een goede neus en de anderen zijn maar snotneuzen.'"
Of ze leelijk keken.

Beschrijving

Man vertelt hoe hij aan die grote neus komt. Hij zou bijna zonder neus geboren worden, waar hij God op wees. Daarop mocht hij van God een neus uitzoeken, maar God wijst alle neuzen die hij uitkiest af. God wijst hem op een grote neus, zegt hem dat het een goede neus is en dat de andere neuzen maar snotneuzen zijn.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

26 oktober 1899

Naam Overig in Tekst

Teun    Teun   

Onze Lieve Heer    Onze Lieve Heer   

[God]    [God]   

A    A   

B    B   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21