Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0224

Een mop (mondeling), woensdag 02 oktober 1901

Hoofdtekst

Een pasteibakker had een zeer lastige juffrouw te bedienen, en per slot van rekening maakte zij het zoo gortig, dat hij haar wel als klant wou missen.
Zoo lekker kon hij iets niet bakken, of zij zei: "Kan je niet iets bizonders bakken? Op geld komt het niet an."
Daar zag hij op een zekeren keer een hoop str[ont] aan den weg staan. Het had gevroren en hij was dan zo hard als een kei. Hij deed er sneeuw op en bracht het naar de juffrouw. Die gaf juist een partij.
"Daar heb ik nou eens iets bizonders."
"Goed, geef maar hier. En wat kost het?"
"Veertig gulden."
"Goed."
"O ja, juffrouw, hou hem nou in de goot van het huis, anders is hij bedorven eer het avond is."
"Ik zal het doen."
's Avonds kwamen de gasten. De pastoor begon te ruiken. Eerst verdachten de gasten elkaar, tot tenslotte het raadsel werd opgelost.
De juffrouw natuurlijk nijdig en hij zijn klant kwijt, maar hij had al vast de ƒ40.
(Deze vieze mop hoorde ik in Leiden, de Zaan, Edam, Broek en ik weet zeker dat hij ook in Overijssel en Zeeland bekend is)

Beschrijving

Bakker die genoeg heeft van lastige klant levert haar hard bevroren stront met sneeuw op de bovenkant. Tot het raadsel van de stank is opgelost verdenken de gasten elkaar. De bakker is zijn klant kwijt, maar is wel betaald.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

2 oktober 1901

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21